Langs de strip, de start- en landingsbaan, staan hangars en loodsen van allerlei vliegclubs. Er is een paraclub, er zijn motorvliegclubs en clubs voor liefhebbers van oude vliegtuigen. Het is even na tienen en al flink warm, het wordt een hete dag. In de hangar van de Vliegclub Hoogeveen is Duke van den Bussche bezig met de briefing. ‘Ik weet niet wat de thermiek doet, ik weet niet wat het weer doet’, zegt hij. Duke, een zestiger in een linnen pak, is vandaag de ddi, de dienstdoend instructeur. Om hem heen staat een groepje zweefvliegers, sportieve jongelui met kniebroeken, zonnebrillen en petjes. Er zijn ervaren vliegers bij, een aantal krijgt vlieglessen, er zijn een paar nieuwe jongens. ‘Het zicht is niet super’, zegt Duke. ‘Er komt onweer aan.’ Bij zweefvliegen draait alles om therm…

Wij willen onze journalistiek zo open mogelijk houden omdat we onze liefde voor het Noorden graag met iedereen delen. Om deze onafhankelijke journalistiek mogelijk te maken, investeren wij veel tijd. Wij hebben lezers nodig om dit te kunnen blijven doen. Voor slechts 43,50 per jaar kun je ons steunen en krijg je vier keer per jaar ons tijdschrift opgestuurd.

Trefwoorden