Het is in Marokko 35 graden en ik lig op het strand een Fries boek te lezen. Om me heen hoor ik opgewonden Marokkaans van voetballende jongens, ‘sahabi, andac!’, maar gaandeweg vervagen de woorden en komen er andere woorden voor in de plaats, die me oneindig veel vertrouwder zijn. ‘Ik wie stikhinne mei de holle op ’e rin’, lees ik – en ik schiet in de lach.
‘Ik kan niet wachten tot mijn broer komt’, zeg ik tegen mijn man, die naast me in het zand ligt. Dat begrijpt hij. Ik kan hem wel uitleggen dat iemand die mei de holle op ’e rin is in de war is, maar hij zal er nooit met mij om kunnen lachen.
Daar heb ik Friezen voor nodig zoals mijn broer, die binnenkort bij ons in Marokko op bezoek komt. Ik ga hem voorlezen en we gaan ons bescheuren, dat weet ik nu al.
Het is alweer even geleden, m…

Wij willen onze journalistiek zo open mogelijk houden omdat we onze liefde voor het Noorden graag met iedereen delen. Maar om deze onafhankelijke journalistiek mogelijk te maken, investeren wij veel tijd en geld. Wij hebben onze lezers nodig om dit te kunnen blijven doen. Voor slechts 43,50 per jaar kun je ons steunen en krijg je 5 keer per jaar ons tijdschrift opgestuurd.

Gratis verder lezen