De koe in de wei, de kameel in het circus en het hert in het bos. Dat is het beeld zoals we het van kinds af kennen. Maar er heeft zich in alle stilte een revolutie voltrokken. Nu staat de koe in de stal – en blijft op stal –, de kameel in de wei en het hert in de tuin.

U kent ze wel, al die weidjes en kampjes in kleine dorpen waar altijd wat schapen en pinken op graasden, met een hok konijnen in de hoek en een geit aan de pin. Wat is er veranderd? Nog niet zo lang geleden waren de dorpsweidjes in gebruik bij boerenfamilies of knechten van boerenfamilies. Die deden ermee wat bij het boerenleven hoorde: jongvee weiden, rust bieden aan een zieke koe of wat baaltjes hooi winnen voor de pony. Door de jaren heen zijn de weidjes samen met de bijbehorende behuizingen verkocht aan stadsmensen die liever op het platteland willen leven, want daar ben je vrij en kun je dieren houden. Zo veranderde het dorpsbeeld van een agrarische gemeenschap in een dierentuin. De moestuin werd een hertenkampje met damherten, op het ponyweidje lopen nu lama’s en struisvogels, en in het kalverweidje liggen hangbuikzwijnen in de modder, met op hun rug dikke Javaanse vechthanen.

De foto is een impressie van Ezelpark Poelman aan de rand van het Groningse dorp Marum. Het park is een weiland met ezels en kamelen. Goed te zien vanaf de A7 richting Groningen.
De stichter van het park, Willem Poelman, begon in 2002 met twee ezels en een kangoeroe. Inmiddels bezit hij zevenendertig ezels, acht kamelen, zes papegaaien en een hond.
Op een keurige website vertelt Poelman dat hij van zijn dieren houdt en een bijzondere band heeft met de kamelen.
Telkens als ik de menagerie via de A7 passeer neem ik gas terug, want een kameel in de wei brengt kinderlijke sensaties in herinnering.

Trefwoorden