Natuur heeft het niet makkelijk. En dan doel ik even niet op natuuronvriendelijk overheidsbeleid uit het verleden dat met de Ecologische Hoofdstructuur moest worden goedgemaakt, of op de recente bezuiniging op diezelfde EHS – daarover leest u elders in dit nummer. Ik bedoel de publieke waardering van natuur. Het valt me de laatste jaren op dat ook landschapsliefhebbers nogal eens smalend doen over natuur wanneer het daarbij primair over het rijk van de planten en de dieren gaat. Menig groenminnend mens legt meer sympathie aan de dag voor het (oude) agrarische cultuurlandschap dan voor (EHS-)gebieden waar natuurlijke processen de boventoon voeren. Al helemaal als er een hek omheen staat, kan de natuur de pot op.

‘De natuur is zeer mooi, maar u moet er wel iets bij te drinken hebben’, zei Willem Kloos al.
En inderdaad. Natuur kan saai zijn als er in geen velden of wegen iets van cultuur te vinden valt. Zeker als je geen ster bent in soortherkenning. Toch stoor ik me aan laatdunkendheid ten aanzien van natuur. Het schept een ecologisch en dus maatschappelijk probleem als mensen onverschillig worden over natuur, of louter schamper doen over natuurherstel (al valt er vaak het nodige aan te merken op de gehanteerde historische ijkpunten, op de eenzijdig ecologische benadering of op het resultaat).
‘Natuur in Nederland is niet meer van de mensen’, zegt de Drentse gedeputeerde Rein Munniksma op pagina 14 van deze Noorderbreedte. Wellicht verklaart dit mede de afwezigheid van luid protest tegen het snoeibeleid van Henk Bleker, afgezien van de boze boswachters die in Den Haag hun broek lieten zakken. Je vraagt je af hoe het zo ver gekomen is. En wat de oplossing kan zijn. Meer kansels? (Zie Gek land, pagina 42.) Stof genoeg voor nieuwe verhalen.

Trefwoorden