Dijken en andere obstakels verhinderen nu nog op veel plaatsen dat deze zoet-zoutwatersoorten vanuit de binnenwateren op het vasteland de zee bereiken en omgekeerd, wat niet bevorderlijk is voor hun voortbestaan. Het Groningse waterschap Noorderzijlvest begon dezer dagen met het ontwerp en de uitvoering van zijn aandeel in het project. ‘Duurzaam’, dat wil zeggen onderhoudsarm en energiezuinig ‘vispasseerbaar’, dat moeten de zeegemalen Spijksterpompen, Drie Delfzijlen en Noordpolderzijl, en de achterliggende stuwen en keersluizen Warffumerverlaat, Wachter, Mugtilstuw, Wortelpotstuw en Pomphuisstuw de komende drie jaar worden. Het karwei kost het waterschap zelf ‘maar’ 3,5 ton. De rest van het benodigde geld, ruim 1,5 miljoen euro, is subsidie. De andere drie Waddenwaterschappen (Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Wetterskip Fryslân en Waterschap Hunze en Aa’s) kunnen rekenen op soortgelijke bijdragen uit het Waddenfonds. Nu maar hopen dat de soms zelfs uit Drentse beken afkomstige trekvis straks de bedoeling van het nieuwe menselijke ingrijpen begrijpt. Ervaringen met bestaande vispassages zoals in de Groninger polder Breebaart wijzen daar wel op. Zijn de Waddenwaterschappen in 2015 klaar met hun passages, dan resten nog twee grote knelpunten voor vismigratie: het Lauwersmeer en de Afsluitdijk. Het leefgebied van de zoet-zoutwatervisstand in Noord-Nederland verbetert hoe dan ook, met dank aan het Waddenfonds. Of dat miljoenen euro’s overheidsgeld rechtvaardigt moet iedereen voor zich uitmaken. Misschien helpt het in de oordeelvorming om te zijner tijd zelf een kijkje te nemen bij de dan visvriendelijke zeegemalen van Noorderzijlvest. Belangstellenden met ‘trek in vis’ kunnen er de onderwatermigratie volgen via ‘educatieve elementen’ als camera’s en kijkvensters. Zien doet geloven, nietwaar.

Trefwoorden