Rijksbouwmeester Floris Alkemade: ‘Naïviteit is soms nodig’

Terwijl steden in het westen van het land als een tierelier groeien, dreigt de periferie uit beeld te verdwijnen. Als tegenreactie schreef Rijksbouwmeester Floris Alkemade het essay De emancipatie van de periferie. Noorderbreedte sprak met hem.
TEKST
bwhontwerpers

De Rijksbouwmeester* zit in hemdsmouwen aan een grote vergadertafel op de vierde verdieping van het ministerie van Financiën. Om hem heen in de grote open ruimte gaat het werk en het geroezemoes door. Alkemade lijkt het níet te horen; hij is de rust zelve en praat geconcentreerd over zijn essay. Nee, een nóódzaak voor dit essay is er niet, zegt hij, maar nu het steeds over de groei van de steden en dan met name Amsterdam gaat, wil hij aandacht vragen voor de randgebieden. ‘Want als je groei als enige maat voor ontwikkelingen neemt, serveer je tegelijkertijd een groot deel van Nederland af. Mijn boodschap is: neem die periferie serieus.’

U constateert een ruimtelijke tweedeling, hoe ziet die eruit?
‘Nu de economische crisis naar een einde gaat, zie je dat de druk op het land heel ongelijk verdeeld is. In het midden van Nederland tekent zich een nieuw stedelijk gebied af, groter dan de huidige Randstad. Dit “nieuw Nederlands midden” is niet gepland. Er was altijd wel een vorm van spreidingsbeleid vanuit de Rijksoverheid, maar daarmee valt de ontwikkeling van dit gebied niet afdoende te verklaren. Het kent een autonome ontwikkeling, met het landschap als basis: hoe rivieren lopen, hoe mensen verbonden zijn met dat landschap en hoe ze op grond daarvan keuzes maken. Keuzes dus die je maar zeer ten dele stuurt. Later komen daar technologische ontwikkelingen bij die je wel kunt sturen, zoals de infrastructuur. Die bepaalt welke reisafstanden naar je werk je je kunt veroorloven. In die complexe wisselwerking is er een stedelijk systeem ontstaan, een netwerk, dat je ook als metropool zou kunnen definiëren, maar zonder de dichtheid van een metropool. Dat zie ik als een kwaliteit. Met 10 miljoen inwoners heeft dit nieuw Nederlands midden ongeveer evenveel inwoners als Greater London of Parijs, maar dan verspreid langs de randen van een groot groen middengebied. Bij ons kun je dus juist in het midden nog groeien. Londen en Parijs, met een enkelvoudig stadscentrum, kunnen dat niet meer en dat heeft grote negatieve gevolgen voor de leefbaarheid.’

En de periferie?
‘Ik wil benadrukken dat we de stedelijke ontwikkeling van Nederland geanalyseerd hebben zonder moreel oordeel. Beide delen van Nederland zijn zeer verschillend, maar niettemin te zien als een samenwerkend geheel. Door de kaart van Noord-Nederland een slag te draaien zijn de gebieden even groot, 100 bij 125 kilometer. Zo zijn ze goed te vergelijken. Tegelijkertijd kijk je door die draaiing met een nieuwe blik naar de kaart. En dan valt je op dat de periferie in een heel ander ritme terecht is gekomen dan het nieuwe midden. Er heerst een andere dynamiek. En vanuit het besef dat je maar zeer beperkt macht en invloed hebt om op deze grote schaal te sturen, moet je kijken hoe je met die andere dynamiek omgaat. Natuurlijk, de krimp is hard, natuurlijk is dat moeilijk, maar kijk naar de eigenschappen van het ritme.’

De nieuwe periferie volgens Floris Alkemade

De nieuwe periferie volgens Floris Alkemade

Wat bedoelt u daar precies mee?
‘De vraag is hoe je de periferie kunt inzetten. Ik denk dat het gebied grote potentie heeft voor verschillende opgaves waar we voor staan, bijvoorbeeld voor de energietransitie en het circulair maken van onze samenleving. Het stedelijk midden heeft duurzame energie nodig, maar heeft nauwelijks ruimte om die allemaal zelf op te wekken. Als de energietransitie iets nodig heeft is het dus ruimte, en die heeft de periferie. Datzelfde geldt voor de voedselproductie: ook daarvoor heeft de periferie ruimte. Dus de beide delen van Nederland hebben elkaar nodig, ze zijn complementair. De ontwikkelingen die je nu in het midden van Nederland waarneemt zijn vol te houden als we het belang van de periferie inzien. Ik denk dan ook dat er voor de periferie een aparte agenda moet komen de betekenis en noodzaak ervan verkent.’

En als Noord-Nederland, met Groningen als krachtige stad, zegt: we zoeken aansluiting bij Noord-Duitsland?
‘Dat kan natuurlijk. Zie jezelf als middelpunt van de wereld. Dan krijg je heel andere kaarten. De Hanze was bijvoorbeeld een logisch samenwerkingsverband. Je kunt Noord-Nederland ook als onderdeel van een groot energieproducerend gebied rond de Noordzee beschouwen, ook een boeiende constellatie. Ik ben van mening dat we Europa juist op energiegebied als samenwerkend systeem verder moeten uitbouwen. Voor deze urgente en hoogtechnologische opgaves lijkt Noord-Nederland goede kaarten te hebben.’
Je hoort in Noord-Nederland vaak zeggen dat de energietransitie kansen biedt. Maar het lijkt aan regie te ontbreken. Wie gaat deze ommekeer organiseren?
‘De provincie. Misschien moet je er zelfs een nieuwe bestuursvorm voor vinden, die ook kijkt naar de ruimtelijke impact van de plannen. Er komt natuurlijk een nieuw kabinet, waarvoor de energietransitie ongetwijfeld hoog op de agenda zal staan. Ik ben benieuwd met welke ideeën het komt over de regievoering. We hebben het Klimaatakkoord getekend, we zijn ons bewust van de noodzaak, dus er moet wat gebeuren. Nu de VS zich terug lijken te trekken, komen er nog meer kansen voor Nederland om een beslissende technologische voorsprong op energiegebied te nemen, net zoals we die bijvoorbeeld hebben op het gebied van de waterhuishouding. Dit is kennis die we kunnen exporteren, kennis die de wereld beter maakt.’

Onderschat u de problematiek in de periferie niet? Werkloosheid, vergrijzing, leefbaarheid die onder druk staat? Groningen is murw door de aardgaswinningsproblematiek.
‘Ja, misschien onderschat ik dat. Maar ik denk dat we naar een andere manier van leven moeten. Ik kan me best voorstellen dat mensen er nu depressief van worden, maar het is een fase waar we doorheen moeten om nieuwe kansen te zien. Ik kom zelf van het Brabantse platteland en als ik kijk hoe innovatief dat gebied nu is, en hoe vernieuwend! Maar tegelijkertijd zie en voel ik de verbondenheid met de ondergrond. En dat vind ik het mooie van de periferie: die kan dynamischer zijn en zich veel radicaler opstellen. Dat kan in het stedelijk gebied steeds minder. Belangen- en bewonersgroepen zullen radicale verandering daar tegenhouden.’

Aantasting van het landschap door hoogtechnologische ontwikkelingen is een grote zorg in Noord-Nederland.
‘Het moet natuurlijk niet zo zijn dat je zegt: we zetten alles vol met windmolens, het dondert toch niet. Ik denk dat we slimmere technieken moeten ontwikkelen, fundamentele technische, mar ook maatschappelijke innovaties, en juist dat is het domein waar de periferie aan nieuwe betekenis kan winnen. Je moet niet interen op wat je hebt, je moet de bodem niet uitputten, de biodiversiteit niet uithollen. Noord-Nederland heeft prachtige landschappen, je moet dus zoeken naar technologische ontwikkelingen die geen schade doen aan het landschap. Circulaire economie, het besef van duurzaamheid, innovatieve technieken, daar gaat het om. Ik ben geïnteresseerd in wat ik groene moderniteit noem, daarmee bedoel ik dat we niet terug moeten naar hoe duurzaam onze voorouders waren, maar vooruit moeten kijken naar hoe duurzaam onze kleinkinderen zullen zijn.’

Hebt u als ontwerper een beeld bij dat nieuwe energielandschap?
‘We moeten vernieuwend denken. In de VS hebben ze spiraalvormige zonneweides. Die zien er lang niet slecht uit. Maar ik denk ook aan de weilanden die een nieuwe betekenis kunnen krijgen als we failliete boerenbedrijven ombouwen en van grasland zonne-energieland maken. Zo komt er een nieuwe bedrijfstak. Zouden we voor Noord-Nederland verzonken komvormige zonnebekkens in de grond kunnen bedenken, zodat die onzichtbaar zijn en de horizon niet aantasten? Of misschien rivieren van zonnepanelen. Dan maak je een artificieel landschap waar natuur en techniek nieuwe verbindingen aangaan. Nieuwe technologie kan bevrijdend werken. Oude technologie is vaak monofunctioneel en veroorzaakt daardoor vaak problemen voor anderen. Nieuwe technologie moet mogelijkheden en kwaliteiten bieden voor meer domeinen tegelijk. Dan wordt de oplossing van de een ook de oplossing voor de ander.’

Hoe gaat u Groningen als nieuw wingewest verkopen?
‘Groningen moet natuurlijk weer eigenaar worden van de energie die het zelf produceert. In de vorm van zonneparken kan dat ook goed. In Texas is het zo dat als je de grond bezit, je die tot het middelpunt van de aarde bezit, maar dat is bij ons niet zo. Het gas was niet van de Groningers, maar met zonne-energie ligt dat anders.’

Energieparken en hoogtechnologische landbouw leveren vast niet veel nieuwe banen op.
‘Ik denk inderdaad dat die nieuwe technieken niet veel banen opleveren, al moet je niet onderschatten hoeveel handwerk daarbij komt kijken. Maar er zullen kenniscentra komen, en die zijn er ook al, die wel banen op kunnen leveren. Maar we zien natuurlijk ook dat er verschillende soorten banen zullen verdwijnen. Een vaste baan is nu al niet meer vanzelfsprekend. Maar misschien kun je ook op dat gebied op ontwikkelingen vooruitlopen. Je kunt in het Noorden experimenteren met het basisinkomen. Je kunt een economie opzetten die op andere principes gebaseerd is.’

U schetst nu een soort utopie.
‘Ja, dat is misschien wel zo, maar zo wil ik graag denken. Juist dit is het gebied waar het kan. Dan word je niet voortdurend in de positie van wij lopen achter, wij hebben problemen gedwongen, maar juist in een radicale, vernieuwende en experimentele pionierspositie. Ik geef toe dat dit een menging van naïviteit en utopie is. Maar toch denk ik dat dit het gereedschap is dat je moet inzetten. Er is nu ruimte voor radicale vernieuwing. Het is moeilijker dan ooit, maar ook interessanter dan ooit. Zeker nu alles vastloopt als je alleen op financiële rentabiliteit moet sturen, want de daarvoor benodigde middelen zijn er niet. Niet dat Noord-Nederland nu de revolutie moet uitroepen. Maar experimenteren met het basisinkomen kan een intrigerende start zijn. Dan komt de rest van de wereld kijken hoe u dat doet. Dan bouwt u kennis op die nog niemand heeft.’

Wordt wel eens tegen u gezegd dat u naïef bent?
‘Haha, u bent de eerste die dat zegt. Misschien is dat zo. Naïviteit is soms nodig. Ze maakt dat je heldere vragen stelt: wat verlangen we, wat hebben we nodig? Als je uitsluitend vanuit klassieke principes en geldstromen denkt, loop je juist in een krimpgebied snel vast. Je moet groter denken, vanuit een verlangen en een visie.’

Om het essay De emancipatie van de periferie van Floris Alkemade te downloaden:
www.collegevanrijksadviseurs.nl/adviezen-publicaties/brieven/2016/11/02/essay-de-emancipatie-van-de-periferie

*RIJKSBOUWMEESTER
Floris Alkemade (Sint Oedenrode, 1961) is sinds september 2015 Rijksbouwmeester. De Rijksbouwmeester maakt deel uit van het College van Rijksadviseurs, een onafhankelijk adviescollege dat het kabinet gevraagd en ongevraagd adviseert over ruimtelijke kwaliteit.
Alkemade was tot 2008 als partner verbonden aan architectenbureau OMA, nu heeft hij zijn eigen bureau, FAA (Floris Alkemade Architect).
www.collegevanrijksadviseurs.nl