Buiten thuis

Chris Bakker is hoofd natuurkwaliteit van It Fryske Gea. In Wie maakt Noord-Nederland vertelt hij over wat en wie hem inspireert. ‘Natuur lijkt kwetsbaar omdat je soms flinke inspanningen moet plegen om haar te behouden, maar als je de juiste omstandigheden terug weet te brengen is het alsof je de jackpot hebt gewonnen.’

TEKST
Annelies van der Goot

Nieuwe natuur ontstaat zelden achter de tekentafel. Het gaat bijna altijd om coproducties, vertelt Chris Bakker, hoofd natuurkwaliteit bij It Fryske Gea. De kennis van verschillende mensen is nodig om tot een goed plan te komen. Soms reiken betrokken ecologen, ambtenaren of onderzoekers ideeën van buitenaf aan. De vismigratierivier in de Afsluitdijk is bijvoorbeeld door visdeskundigen bedacht. It Fryske Gea heeft dat idee mede geadopteerd en werkt daar met verschillende clubs verder aan. Maar de Groene Loper heeft Bakker zelf bedacht. Het viel hem op dat veel dorpen in Friesland gescheiden zijn van natuur. ‘Friezen zijn in hun hoofd bûtenminsken, ze houden van fierljeppen en aaisykjen, maar bij de meeste dorpen kun je niet eens naar buiten, daar zit een sloot tussen of een weg. Ik vind dat daar iets kostbaars verloren gaat, het directe contact met de natuur.’ De Groene Loper kan de verbinding herstellen.

Chris Bakker houdt van praktische oplossingen, maar bovenal houdt hij van systemen. Van ecosystemen, maar ook dit interview benadert hij systematisch. Een gesprek over zijn inspiratiebronnen volgt zijn levensloop en begint bij het begin: zijn ouderlijk huis.

Thuis

‘Ik ben geboren in een echt natuurnest. Mijn vader, Jan Bakker, was ecologisch onderzoeker in Groningen en werd daar later hoogleraar. Hij nam mijn zus en mij vaak mee naar buiten, bijvoorbeeld naar de Drentsche Aa waar hij onderzoek deed. We mochten hem dan helpen. Voor z’n onderzoek naar maaibeheer maaide hij kleine plotjes en wij mochten het gras harken. Dat was geweldig in zo’n weergaloze omgeving als in Drenthe. Mijn moeder was secretaresse bij de vakgroep dierecologie en mijn zus werkt bij het Nederlands Instituut voor Ecologie in Wageningen,. Waar we over praten op verjaardagsfeestjes? Over onze kinderen!’

NJN

‘In mijn pubertijd werd ik lid van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie. Ieder weekend ging ik met mijn vrienden op pad. Op de fiets kwamen we overal in een straal van vijftig kilometer rond Groningen. Heel avontuurlijk, maar we waren ook serieus. We determineerden planten en dieren. Je bouwt zo een enorme vertrouwdheid op met de natuur.

‘Een van de fantastische dingen van de natuur vind ik dat er een soort logica zit in hoe planten en dieren zijn ingespeeld op bepaalde omstandigheden waarin ze goed gedijen. Je weet: een donker naaldbos, hier kan ik goudhaantjes vinden. Je leert dat aanvoelen. Natuur lijkt kwetsbaar omdat je soms flinke inspanningen moet plegen om haar te behouden, maar als je de juiste omstandigheden terug weet te brengen, is het alsof je de jackpot hebt gewonnen. Dan staat die bepaalde plant opeens overal, en dan denk je: hoe hebben we dat ooit een kwetsbare soort kunnen vinden? Daar draait het dus om, in natuurherstel, dat je die omstandigheden creëert. Als je vaak buiten bent, dan leer je die omstandigheden kennen. Kennis en gevoel worden één.

‘Ik voel me vaak ook een met de natuur. Als ik aan de rand van het Wad bij een hoogwatervluchtplaats ben en ik zie een groep vogels steeds dichterbij komen, zich bewegend als een organisme, dat is fantastisch. Maar ook ’s avonds langs de bosrand, de geluiden die je hoort en herkent, dat geeft me een prettig gevoel. Ik ben buiten thuis.

‘De NJN was zelforganiserend, er gingen geen volwassenen met ons mee. De oudere kinderen voelden zich enigszins verantwoordelijk. En er werd ook wel een soort programmaatje bedacht, maar het draaide vooral om de vrijheid. Klinkt dat serieus? Nou, we lagen ook wel eens te klieren in de hei hoor. Later werd ik landelijk voorzitter van de club. Ik heb daar veel van geleerd. Bijvoorbeeld om in te schatten wie wat kan.’

Studie

‘Ik studeerde biologie in Groningen. Daar werkten zeer bevlogen onderzoekers. De groep van Rudi Drent bijvoorbeeld, hoogleraar dierecologie. Met zijn life history-benadering probeerde hij te begrijpen hoe het leven van een bepaalde vogel in elkaar zit. Zijn onderzoekers zaten met enorm veel geduld in een hutje op de kwelder een vogel te bestuderen om te kunnen begrijpen hoe smal de marges voor zo’n vogel zijn om zijn buik vol te eten om de trektocht naar de broedgebieden te redden. Zo ben ik met Maarten Loonen naar Spitsbergen geweest om ganzenonderzoek te doen. In zo’n vakgroep heerst ook een soort cultuur: onderzoekers gaan door roeien en ruiten om het nog beter te begrijpen en daar dan ook een soort plezier aan te beleven. Het was een vrolijke tijd.

‘Maar ik kwam er ook achter dat wetenschap voor een flink deel bestaat uit “weten om het weten”. De stap naar de toepassing van kennis is groot. Ik merkte dat ik veel te weinig wisselwerking met beheerders had. Die wisten namelijk vaak al goed hoe dingen werkten en ik kon hun geen toepasbaar advies geven. Daar zit nog steeds een flinke kloof tussen, trouwens.’

Ministerie van LNV

‘Ik begon me te storen aan het gemak waarmee wetenschappers over foute beslissingen in het beleid spraken. Ik kon me niet voorstellen dat beleidsmensen met kwade zin hun werk doen. Nee, zij zijn ook oprecht met hun werk bezig, en als ik daar iets van wil vinden moet ik daar heen, besloot ik. En dat kon gelukkig. In 1999 liep ik een halfjaar mee op het ministerie van LNV. Die beslissing leidde ook tot een breuk met het onderzoek. Veel mensen begrepen dat niet: dat je in plaats van mooi ecologisch onderzoek een stage ging doen bij het ministerie van LNV, de plek waar alle onheil vandaan kwam.

‘Ik werkte mee aan de nota Natuur voor mensen, mensen voor natuur. Emancipatie van de natuur was een van de thema’s. Natuur moest niet meer puur op biodiversiteit gericht zijn, maar verweven worden met ander beleid, met mensen. Nu is die nota niet zo invloedrijk geweest, maar die manier van denken heeft me niet meer losgelaten. Eerst dacht ik: zoveel water bij de wijn, dat kan nooit goed zijn voor het bereiken van de doelen van de Ecologische Hoofdstructuur, die belangrijke kerngebieden met elkaar verbindt. Maar ik realiseerde me dat het concept mensinclusief moet zijn om het voor elkaar te krijgen. Dat was wel een nieuwe gedachte. Lang was het idee dat menselijk gebruik van de natuur schadelijk is. Nu proberen we juist de verbinding te zoeken. We moeten onze natuuragenda verbinden met wat er in de maatschappij aan de hand is. Dat is de weg vooruit voor de natuurbescherming. Natuur moet voor mensen een vanzelfsprekend onderdeel van hun leven worden.’

It Fryske Gea

‘We vergeten weleens dat we hier in Noord-Nederland een gevarieerd landschap hebben, met een hoge biodiversiteit. Behalve dan in het agrarisch gebied, daar gaat het niet goed. Er hangt een deken van mest over Nederland, die de bodem inregent. We zien bijvoorbeeld dat daardoor zelfs op Ameland de duinen vergrassen. En boeren kunnen zo vaak maaien dat weidevogels tussen de maaibeurten door geen kans hebben. Boeren kunnen ook niet anders, ze moeten knetterhard werken om niet ten onder te gaan met hun bedrijf; het is een tragedie. Gelukkig krijgen de thema’s natuurinclusieve landbouw en gezonde bodem steeds meer aandacht. Aan de ene kant zien we goeie wil, maar aan de andere kant is het speelveld zo ongunstig om natuur met intensieve bedrijfsvoering te combineren dat we daar nog lang niet klaar mee zijn. Maar goed, we geven niet op.

‘Ik ben hoofd natuurkwaliteit. Daar zit al het goede in, hoofd, natuur en kwaliteit. Ik vind het mooi om de strategie van de hele club mee te bepalen. Ik heb bij het Utrechts Landschap gewerkt en daar prachtige projecten kunnen realiseren, zoals de herinrichting van het oude vliegveld Soesterberg. Dat gebied moest als nieuw natuur- en recreatiegebied een verbindende schakel worden tussen de noordelijke en zuidelijke Heuvelrug. In dat proces hebben we iedereen betrokken: bewoners, kunstenaars en politici, en dat is uiteindelijk prachtig geworden.

‘In Friesland zijn ook volop kansen voor dergelijke projecten. We zijn daar ook mee bezig en het lijkt me heerlijk om straks de concrete resultaten te zien.  Neem de Waddenkust: daar heeft It Fryske Gea grote natuurgebieden, die niet verbonden zijn met de andere kant van de dijk. We proberen nu die verbinding te maken, natuur met cultuur te verbinden. Dat past ook heel goed bij de wens van dorpen in die streek om de leefbaarheid te vergroten. Ja, het is best een leuke tijd om natuurbeschermer te zijn.’

 

Paspoort

Naam: Chris Bakker (Haren, 1975).
Functie: Hoofd natuurkwaliteit It Fryske Gea.

Opleiding: Biologie, Rijksuniversiteit Groningen en Vrije Universiteit Amsterdam.

Goed geslaagd in Noord-Nederland: De Lendevallei bij Wolvega. Van losse postzegels natuur is een breed, beekbegeleidend natuurgebied gemaakt, waar je doorheen kunt fietsen.

Zou graag aan de slag willen met: De natuuragenda verbinden met andere maatschappelijke ontwikkelingen.

 

Waar heeft Chris Bakker Noord-Nederland gemaakt?

– Vismigratierivier door de Afsluitdijk. Samen met andere partijen werkt It Fryske Gea aan de realisatie hiervan. It Fryske Gea wordt beheerder.

– Friese IJsselmeerkust. Peilbeheer en versterken buitendijkse natuur.

– Noorderleech, verwezenlijken van een zoet-zoutgradiënt in dit buitendijks gebied.

– Groene Loper, concept om dorpen met omliggende natuur te verbinden.

 

Word abonnee van Noorderbreedte dan komen de volgende afleveringen van ‘makers van Noord-Nederland’ vanzelf in uw brievenbus.

[…] ik een en ander opgezocht en wat blijkt: de naam Kalkman (die ik wel kende) is een synoniem voor Engelsmanplaat. Vooral in Wierum en omgeving wordt deze oude naam nog gebruikt, vanwege de vele schelpen (=kalk) […]

[…] armoedige maar ongedwongen vertoning heen. Het eenvoudige maar prima ontbijt maakt veel goed. Deze humoristische beschrijving van het hotel is ook […]