De messen zijn geslepen. Ingrepen kunnen niet langer wachten. In het IJsselmeer zwemmen steeds minder vissen, maar bij herhaling stranden de pogingen om in goed overleg tot oplossingen te komen. Voor veel betrokken partijen is de maat vol. Het punt is nabij dat IJsselmeervisserij zelfs helemaal verboden wordt. Uitkoop van een groot deel van de IJsselmeervissers is nog een alternatief.

De IJsselmeervissers mogen nog maar een fractie vangen van wat zij rond de millenniumwisseling naar de afslag brachten. Zij hebben vangstbeperkingen opgelegd gekregen, waarbij ze tot 85 procent van hun netten niet meer mogen gebruiken. Desondanks zijn er dit jaar opnieuw minder brasems en baarzen in het IJsselmeer. Krimp de visserij verder in, adviseerden wetenschappers van Wageningen Marine Research daarom begin 2017.

‘Ze willen ons weg hebben’, bromt visser Sietze Boersma (69) uit Stavoren. Het IJsselmeer is zijn thuis, van jongs af aan. Er zijn echter meer weken dat hij niet op de ‘zee’ kan vissen dan wel. Dan is het te koud, dan is er algenbloei, maar vooral mag hij niet uitvaren vanwege opgelegde vangstbeperkingen. Boersma gebruikt de tijd om de netten te repareren. En hij heeft de palingkistjes weer tevoorschijn gehaald. ‘Kijken of dat resultaat oplevert.’ Het knaagt aan de visserman. Nog meer netten inleveren is geen optie. ‘Dan kan ik net zo goed stoppen.’

Een gezonde visstand is het streven, maar al jaren is er gedonder over de manier waarop dit doel moet worden gehaald. Voortdurend zitten vissers, wetenschappers en bestuurders elkaar daarover in de haren. Steeds verzandt het in zwartepieten. De een legt het verwijt bij de vissers, de ander bij visetende vogels als aalscholvers. Het is echter veel meer dan dat, predikt staatssecretaris Martijn van Dam van Economische Zaken met de wetenschappelijke rapporten in de hand: het natuurlijk evenwicht in het IJsselmeer ontbreekt.

Het sterk veranderende ecosysteem heeft van het IJsselmeer een ‘hardnekkig vraagstuk’ gemaakt. De voedselrijkdom in het water is veel minder groot dan een halve eeuw geleden, toen boeren en burgers rijkelijk kunstmest en ongezuiverd rioolwater de vrije loop lieten gaan. De vissers waren blij met bijvoorbeeld de ‘strontpijp’ van de stad Amsterdam. De hoeveelheid vis in het IJsselmeer en het Markermeer was nooit zo hoog. De vangst bedroeg toen zo’n 250 kilogram per hectare. Nu is de hoeveelheid vis naar schatting van de overheid zeventig procent lager dan in de jaren tachtig.

Hard tegen hard

Een gezamenlijke brandbrief bracht in januari 2017 de problematiek van de IJsselmeervisserij opnieuw bij de bewindsman onder de aandacht. Afzender: onder andere de drie IJsselmeerprovincies, de Nederlandse Vissersbond en Vogelbescherming Nederland. ‘Zoals het was, kan het niet blijven’, stelt de Friese gedeputeerde Johannes Kramer. Hij eist ingrijpen van hogerhand. Met de uitkoop van een groot deel van de IJsselmeervissers kunnen er snel grote stappen worden gemaakt. De scherpe brief maakt duidelijk dat het primaat van het IJsselmeer niet meer bij de visserij ligt. Zelfs de Vissersbond onderschrijft de volgende stelling: ‘Het moge duidelijk zijn dat iedereen wenst dat het IJsselmeer transformeert tot een natuurgebied van internationale allure en met duidelijke recreatieve meerwaarde.’ Dit legitimeert grote investeringen in natuur, zoals de pas aangelegde eilandengroep Markerwadden (70 miljoen euro) en de geplande revolutionaire vismigratierivier in de Afsluitdijk bij Kornwerderzand (70 miljoen euro). Het gaat hard tegen hard. Als de rijksoverheid visserij op schubvis niet beperkt op grond van de Visserijwet, dan doen de provincies dat op grond van de Natuurbeschermingswet.

De logica is duidelijk: de beschermde watervogels in het IJsselmeer en Markermeer hebben vis nodig als voedsel. ‘Wij geven de vissers alleen ruimte als het om de natuurbelangen kan’, waarschuwt gedeputeerde Kramer.

Deugnieten

Feit is dat er jarenlang sprake is geweest van overbevissing op het IJsselmeer. Onder de vissers zitten deugnieten, concludeert de controlerende NVWA. Ze glippen door de mazen van de wet: in 2015, een jaar van forse reductie en financiele compensatie, vingen beroepsvissers meer dan voorheen. De gevolgen zijn terug te zien in de aantallen volwassen exemplaren snoekbaars, rode baars, brasem en voorn. Pas in 2017 is er voor sommige soorten sprake van enig herstel, blijkt uit de rapportage van onderzoeksbureau Wageningen Marine Research.

‘De visserij is wel een reden, maar niet de reden’, analyseert Pieter Bootsma (45) uit Hindeloopen. Hij hoort als een van de weinigen tot de jongere generatie IJsselmeervissers. Vissen zit in zijn hart, van jongs af aan. Op zijn zestiende verkoos hij de vrijheid van het water boven een mts-opleiding. ‘Je voelt je een met de natuur.’

Van mei tot september mag Bootsma samen met Jan Visser uit Lemmer het IJsselmeer op met 25 grote palingfuiken. De vissers zijn sinds de invoering van het Europees palingherstelplan in 2009 aan strenge regels gebonden om de palingstand de kans te geven te groeien. Het is een korte spanne tijd waarin de mannen hun brood moeten verdienen. Er klinkt berusting: ‘Het is wat de zee ons geeft.’

Quagga-mossel

Net als wetenschappers loopt Bootsma tegen de verrassingen van het IJsselmeer aan. ‘Op het moment dat je denkt dat je het weet, is het weer anders.’ Verbazing bijvoorbeeld over de invloed van de quagga-mossel. Deze exoot zet sinds tien jaar het ecosysteem van het IJsselmeer op zijn kop. De mossel zorgt voor schoon, helder water door er in snel tempo veel voedsel uit te filteren. Zijn opmars gaat ten koste van de voedselrijkdom van het water.

Het schone water heeft ook weer een ander gevolg: het is nu lastig visjes vangen voor vogels. Spieringen gaan dieper zwemmen, want net als de snoekbaarzen verdragen zij helder water niet. ‘Al die kleine visjes zoeken het op de bodem, maar zo diep duiken de vogels niet.’ Dat betekent honger voor de kolonies visdiefjes en zwarte sternen op het recent aangelegde vogeleiland Kreupel, terwijl wetenschappers van Wageningen Marine Research in het najaar van 2016 nou juist hadden vastgesteld dat er eindelijk weer voldoende spieringen in het IJsselmeer zijn.

De spiering is de door biologen, bestuurders, natuurbeheerders en vissers best bewaakte vis van het IJsselmeer geworden. Bij Vogelbescherming Nederland staat ieder jaar het juridisch geschut klaar om te voorkomen dat er weer op spiering kan worden gevist. IJsselmeervissers mogen deze sinds 2012 vanwege natuurbelangen niet meer vangen, op straffe van hoge boetes. Op grond van de Visserijwet hebben ze er nog wel het recht toe.

De provincie Fryslan is bang om opnieuw door de Raad van State op de vingers te worden getikt. ‘We mogen geen vergunning afgeven, ook al zouden we het willen’, zegt gedeputeerde Kramer. Sportvisserij Nederland en Vogelbescherming Nederland hebben de hoogste rechter een grens laten trekken. De spiering van het IJsselmeer is sindsdien een exclusieve lekkernij voor vogels, ook al is deze een delicatesse voor de mens. Sietze Boersma herinnert zich de goede jaren: ‘We hadden bakken vol.’ De spieringvisserij kan een visserijbedrijf tussen de 20 en 30 duizend euro opleveren.

Sietze Boersma repareert zijn netten

‘Een gedrocht’

De spieringstrijd uit 2012 geldt als schrikbeeld voor de toekomst. Als spieringvangst op grond van natuurbelangen kan worden verboden, kan dat ook voor overige schubvis. De Natuurbeschermingswet zal een steeds grotere druk leggen op de visserij. Bovendien heeft Nederland zich in het kader van Natura2000 verplicht om voor het IJsselmeergebied extra natuurdoelen te halen. Achter de hoge veilige dijken is het in de badkuip een allesbehalve ideale biotoop voor vissen. Ook de Europese Kaderrichtlijn Water stelt eisen. ‘Het is een gedrocht’, zegt secretaris Dirk Jan Berends van de Nederlandse Vissersbond over het stelsel aan regels voor de IJsselmeervissers. ‘Je ziet de mensen ermee worstelen. Het is schandalig.’ Zijn kritiek richt zich op hoe de Natuurbeschermingswet in Nederland het visserijbeleid dicteert. Het stuit bij Berends op onbegrip, want zo is er voor de vissers amper zicht op een goed toekomstperspectief: ‘Geen ander Europees land doet dit op deze manier.’ Hij vreest het moment dat ook de vangst van andere schubvissoorten als brasem, baars en voorn wordt beperkt.

Nico Beun spreekt beeldend over ‘het IJsselmeer als het kapitaal, waarvan alleen de rente mag worden genoten’. Hij ijvert voor een duurzaam model voor de toekomst, als directeur/secretaris van de Stichting Transitie IJsselmeer, die de belangen van zowel visserij als natuur en overheid vertegenwoordigt. Aan Beun de taak de impasse te doorbreken. Hij hoopt ‘grote stappen te maken’ in de komende drie tot vijf jaar. ‘Partijen moeten hun knopen tellen.’

De hoop is gevestigd op de uitwerking van de Houtskoolschets IJsselmeervisserij, die voorziet in een economisch rendabele beroepsvisserij die past bij wat de natuur van het IJsselmeer aankan. De horizon ligt in 2030. Dan moeten er meer vissen in het water zwemmen en moeten er meer vogels zijn. De overheid is dwingend. Nog voor deze zomer neemt ze besluiten. Beperking met een visquotum is een optie, of visrechten opnieuw uitgeven maar dan aan minder vissers.

De sleutel ligt bij uitkoop van een groot deel van de IJsselmeervissers, zodat er zo’n vijftien overblijven. Een bedrag van maximaal 7 miljoen euro voor sanering is een schijntje in vergelijking met de honderden miljoenen euro voor nieuwe natuurplannen. Voor de visserijbewindsman is het echter een onbegaanbare weg. Het zou ongeoorloofde staatssteun zijn en bovendien is er het risico een precedent te scheppen. Er is groot onbegrip over deze weigerachtigheid. Beun houdt vol: ‘We zullen ongebruikelijke oplossingen moeten bedenken.’

‘De ordening van het IJsselmeer staat in de kinderschoenen’, concludeert Beun. ‘Qua natuur, economie en recreatie hebben we te lang met de rug naar het IJsselmeer gestaan.’ Hij denkt dat er eindelijk een dialoog mogelijk is over die samenhang. ‘Het gaat niet alleen om het saneren van de visserij, het gaat vooral om het scheppen van randvoorwaarden om de natuur succesvol te laten zijn.’

Schepping

‘Het is een fiasco geworden’, concludeert Sipke Bootsma (73) uit Hindeloopen over het visserijbeleid. De menselijke maat is naar zijn gevoel uit het oog verloren. ‘De structuur is zo gericht op grootschaligheid.’ Er zijn enkele grote visondernemers uit Urk, Hoorn en Harderwijk die maar een doel hebben: zo veel mogelijk vis vangen. ‘Waar is bij deze vissers de zorg om de schepping?’

Vol vuur vertelt Bootsma over hoe hij snoekbaarzen ving met ‘een kop als een koe’. Als jongen leerde hij van zijn vader de geheimen van het IJsselmeer en hij profiteerde later van de hoogtijjaren. Nu ziet hij dat de visserijcultuur in de oude havenplaatsen verdwijnt. Hij bepleit steun voor een kleinschalige visserij, waarmee tegelijk de cultuurhistorische waarden kunnen worden behouden. ‘Stop het grootschalig leegvissen van de zee.’ Zijn waarschuwing: ‘De natuur neemt wraak.’

IJsselmeervisserij in korte tijd kleiner
Het aantal visserijbedrijven rond om het IJsselmeer is sterk afgenomen. Rond de laatste eeuwwisseling waren er nog zestig schepen volledig actief, nu zijn het er twintig. Het aantal geregistreerde vaartuigen en vergunninghouders voor het IJsselmeer en Markermeer ligt veel hoger: op 77. Na de rigoureuze vangstbeperkingen hebben veel vissers hun resterende rechten ondergebracht bij actieve collega’s die er hun dagelijks brood mee willen verdienen.
In 2016 hebben de IJsselmeervissers 548 ton naar de afslag gebracht, waarvan 191 ton snoekbaars en 113 ton paling. Het is een fractie van de vangst in bijvoorbeeld het jaar 2000. Toen was de aanvoer van in het IJsselmeer gevangen vis 3.297 ton. Ter vergelijking: aalscholvers vangen jaarlijks naar schatting 2.000 ton vis uit het water van het IJsselmeergebied,
overigens in hoofdzaak de commercieel niet interessante pos.