Grensgangers: Jan de Vries, Olaf Blade, Tine Blom en Natascha Shahbaziane Saghezchi

Grensgangers vertellen over de verschillen tussen Nederlanders en Duitsers.

TEKST
Karin de Mik
Alice Düwel

BEELD
Marieke KIjk in de Vegte
Martin Stromann

Jan de Vries, braucht noch immer ein Wörterbuch (dit is een samenvatting zie Noorderbreedte Beste Buren voor de volledige Duitse tekst over Jan de Vries)

Jan de Vries woont in Veendam, speelt accordeon in Winschoten en Groningen, en dirigeert het accordeonorkest Papenburg. Duitsland kende De Vries (70) tot tien jaar geleden alleen van wat bezoeken in zijn jeugd. Inmiddels is hij ervan overtuigd ‘dat alle mensen in het noorden veel gemeen hebben’ en dat we als regio meer bereiken als we samenwerken. Het accordeonorkest uit Groningen heeft achttien
leden, Papenburg ook en Winschoten komt op twaalf orkestleden. Een selectie met de beste spelers uit deze drie orkesten mag deelnemen aan het World Music Festival in Innsbruck, ’s werelds grootste concours voor accordeon- en mondharmonicaorkesten en-ensemble.

Olaf Bade: ‘Duitsers hebben humor!’

Laat je Mickey-Mousesokken thuis en draag geen felgekleurde slangenleren schoenen onder je pak. Die tip geeft Olaf Bade (46) uit Bunde Nederlandse zakenmannen. ‘Duitsers vinden die dingen lachwekkend en ze nemen je dan ook minder serieus’, legt hij uit. ‘Etiquette en vorm zijn belangrijk voor Duitsers’, weet de bouwkundig ingenieur, die samen met zijn Nederlandse vrouw het bedrijf Bade-Connect (bouwprojectmanagement) runt.

Bade is tweetalig en studeerde, woonde en werkte jaren in Nederland. Ook een slordig vertaalde presentatie kan leiden tot misverstanden en komt onprofessioneel over bij Duitsers. Hij herinnert zich hoe RTL bij een item over de film Der Untergang het woordje ‘komisch’ vertaalde in ‘grappig’ in plaats van het in dit verband correcte ‘vreemd’. ‘Dat betekent het tegenovergestelde.’

Nederlanders denken vaak dat Duitsers formeel, pünktlich en gründlich zijn. Bade denkt dat dit beeld klopt. ‘In de Duitse bedrijfscultuur gelden strakke planningen, waar in Nederland de houding is: we zien wel waar het schip strandt.’ Dat laatste spreekt hem overigens persoonlijk meer aan. ‘Nederlanders beginnen gewoon. Daarom zijn er ook veel succesvolle start-ups.’

Toen hij in Nederland werkte moest Bade wennen aan de directeur die in de kantine aanschoof bij zijn personeel en zich met zijn voornaam liet aanspreken. Maar ook dat een genomen besluit in een volgend overleg kon worden teruggedraaid. ‘Daar heb ik me soms onwijs aan geërgerd. Al heeft dat ook weer zijn charme, want in Nederland mag iedereen in de organisatie ergens wat van vinden.’

Het grootste misverstand dat Nederlanders van Duitsers hebben? ‘Dat ze geen humor hebben’, antwoordt Bade direct. ‘Dat hebben we wel degelijk, alleen is die subtieler en meer indirect. Ik vertel weleens een mop die niet landt bij Nederlanders.’

Wat Duitsers van Nederlanders kunnen leren, is iets minder strak zijn, stelt Bade. ‘Wij bewonderen jullie flexibiliteit en losheid. En wij zijn wel onder de indruk dat jullie jezelf niet zo serieus nemen. Maar zelf zijn wij nu eenmaal niet zo.’ Toch kan het formele ook zo zijn voordelen hebben. ‘Iemand vousvoyeren schept afstand. Dan kun je makkelijker zeggen dat je het ergens niet mee eens bent.’

Een advies dat hij Nederlanders geeft is: denk minder centralistisch. ‘Nederland is erg op de Randstad gericht.’ Ook zouden Nederlandse nieuwsmedia ‘groter’ moeten denken, is zijn mening. ‘Op televisie zie je steeds dezelfde personen. Nodig eens gasten uit andere landen uit!’ De Duitse publieke nieuwszenders vindt hij onpartijdiger en neutraler in hun berichtgeving. ‘In Nederland hoor ik toch vaak een suggestieve ondertoon bij presentatoren.’

Tine Blom: ‘Es ist doch egal, wo man wohnt’ (dit is een samenvatting zie Noorderbreedte Beste Buren voor de volledige Duitse tekst over Tine Blom)

Tine Blom, geboren en getogen Amsterdamse, begon in 1999 met kunstuitleen Dell‘Arte. In 2009 verhuisde ze met haar man naar Großheide in Oost-Friesland, waar ze meer plek had in huis en tuin voor haar zomertentoonstellingen met Duitse en Nederlandse kunstenaars. Blom kwam midden in de oorlog ter wereld en heeft nu, 76 jaar later, in Duitsland iets opgebouwd wat adjunct-burgemeester Hannelore Poppinga-Hansse typeert als ‘een juweeltje van de scheppende kunst’. Voor Blom is één ding zeker: ‘Het maakt niet uit waar je woont –mensen zijn overal gelijk.’

Natascha Shahbaziane Saghezchi: ‘In Nederland mag je keihard je mening geven’

Die Nederlandse directheid op de werkvloer. Daar moest de Duits-Iraanse Natascha Shahbaziane Saghezchi (32) aan wennen. ‘Nederlanders nemen geen blad voor de mond en daar had ik in het begin moeite mee.’ Ze is communicatieadviseur bij de provincie Groningen en houdt zich onder meer bezig met de Wunderline, de verbetering van de internationale treinverbinding Groningen-Bremen.

Shahbaziane Saghezchi werd geboren in Esens (Oost-Friesland), deed het gymnasium in Oldenburg en studeerde en werkte daarna twee jaar in Chicago. Vervolgens verhuisde ze naar Nederland. ‘Toen ik terugkwam was ik veramerikaniseerd en voelde ik me ineens niet meer thuis in Duitsland.’ Na haar studie in Groningen kreeg ze een baan aangeboden als internationaal communicatieadviseur bij de Healthy Aging Campus. Daar ondervond ze de Nederlandse mores op de werkvloer. Zoals het af en toe te laat mogen komen op een vergadering. ‘In Duitsland is iedereen er vijf minuten voordat een meeting begint. Het tijdsbesef en verantwoordelijkheidsgevoel zijn groot. Als je te laat bent is er geen ruimte voor uitleg. In Nederland wel en dat vind ik fijn.’

Nederlanders leggen de vinger al vrij snel op de zere plek. ‘Zij zijn open en direct. Een Duitser voelt zich dan al snel aangevallen. In Duitsland zijn we gewend elk woord te wegen en voorzichtig iets naar voren te brengen. De verhoudingen op het werk zijn hiërarchisch. Een medewerker moet eerst veel afstemmen met zijn meerderen. Terwijl Nederlanders het waarderen als je keihard je mening geeft.’

Zelf is ze inmiddels op dat vlak al Nederlandser geworden. ‘Ik vind het verfrissend dat Nederlanders losser zijn. Veel Duitsers vinden het leuk met hen samen te werken.’

Een ander verschil is dat Nederlanders op het werk ook privézaken uitwisselen. Iets wat Duitsers, afhankelijk van leeftijd en organisatiecultuur, niet snel zullen doen. ‘In Duitsland zijn ze formeler. Al zie je dat het Sie tegen collega’s vooral bij de jongere generatie steeds meer plaatsmaakt voor Du.’

Er zijn zeker ook dingen die Nederlanders van Duitsers kunnen leren. ‘Duitsers zijn doelgericht en kunnen doorpakken als er besluiten moeten worden genomen. In Nederland duren processen iets langer, omdat iedereen zijn zegje erover moet doen en Nederlanders een gezamenlijk besluit belangrijk vinden.’

De verschillen maken het leuk, vindt Shahbaziane Saghezchi. ‘De kunst is om uit beide culturen de beste elementen te halen. Het losse van de Nederlanders en het doelgerichte van de Duitsers.’

Dit artikel staat in NB#BesteBuren 2018.