Als hoogbouwprojecten in het nieuws komen, is het meestal vanwege de tegenstanders: omwonenden, die vrezen voor schaduw, wind, verlies van uitzicht en inkijk. De krant vreest met hen mee. Want waar is het voor nodig, zo’n ‘kolos’, ‘gedrocht’, ‘megalomaan’ bouwsel? Toen de DUO-toren in Groningen werd gebouwd, het nu omarmde, helderwitte ‘cruiseschip’ van 92 meter, hingen in de buurt posters voor de ramen: ‘vies en verstoord’ zou het worden.

Er zijn er ook genoeg die het mooi vinden, hoge gebouwen. Hoe hoger hoe mooier. Ze zwijmelen weg bij de skyline van New York of Hongkong en dromen ervan dat hun eigen, bescheidener woonplaats een zweem van die grootstedelijkheid krijgt. Bijna een miljoen liefhebbers treffen elkaar op het online forum Skyscrapercity.com, een platform met nieuws, fotoreportages en discussie over hoogbouw en verstedelijking. Elk land en elke stad heeft een eigen afdeling, de metropolen, maar ook Assen, Zwolle en Emmen.

De Groningse sectie van Skyscrapercity mag zich de laatste jaren niet in de bouw van echte wolkenkrabbers verheugen. De onderwerpen (‘threads’) gaan over winkels en horeca, de infrastructuur, enkele midrise-torens (40 tot 70 meter), het Groninger Forum in aanbouw en de ‘Oostwand’ van de Grote Markt, onder andere. Sinds de bouw van de Kempkensberg-toren (DUO) en twee grijswitte woontorens bij de Euroborg (80 meter) komt geen gebouw meer in de buurt van de Martinitoren (97 meter), die volgens skylineconservatieven tot in lengte van dagen het hoogste gebouw van de stad moet blijven.

Eisso J. Beukema is forumlid van het eerste uur, of niet lang daarna. Van kinds af aan had hij een fascinatie voor het landschap, de boerderijen en dorpjes van het Groninger land, zegt hij. Beukema komt uit Sauwerd. Hij is ontwerper van de openbare ruimte in het Westen van het land en woont in Culemborg. In zijn doen, laten en praten is hij er zich bewust van Groninger te zijn, zegt hij. De bouwactiviteiten in Groningen volgen is een lijntje met thuis.

Sauwerd heeft geen kerktoren. De Martinitoren, aan de zuidelijke horizon, had altijd een grote aantrekkingskracht op hem, als een symbool van stadse trots. Als jongetje reed hij met zijn ouders over de ringweg en zag de ‘apenrots’ van de Gasunie in aanbouw, een muur van gele bakstenen, uiteindelijk 87 meter hoog. Dat maakte grote indruk. Net als de eerste woontoren van de stad, voor het AZG, ook uit de jaren negentig. Die gebouwen gaven het prettige gevoel dat je thuisstad wat voorstelt. Dat gevoel precies omschrijven is lastig, net als de liefde voor de het straatgewoel ontstijgende massa, al het stadse wat naar de hemel reikt.

Op Skyscrapercity komen mannen zoals Beukema, opgegroeide jongetjes die nog altijd verwonderd opkijken, de verdiepingen tellend: kijk, hoog! In het geval van Alfred Scholtens, online ‘Maral’, kun je de oorsprong misschien vinden in de Veenkoloniën, waar hij vandaan komt. Leeg, kaal, plat, mailt hij. Laagbouw, ruilverkaveling, ietwat bekrompen. In de winter guur en grauw. Dan de stad: groot, kosmopolitisch, andere werelden. ‘Na twintig jaar in de stad vind ik mijn geboortegrond veel mooier dan ik zag toen ik er opgroeide.’

Het forum is een bijna exclusieve mannenclub. ‘Er zit een aantal vrouwen op en een aantal waarvan ik vermoed dat het vrouwen zijn’, schrijft Maral, die technisch tekenaar is in het Martiniziekenhuis. De leden vinden elkaar in een gedeelde interesse, wat niet betekent dat ze elkaar per se aardig vinden. ‘Ik weet niet of er zo veel “samen” is’, zegt Beukema. ‘Wij bekijken dingen met een Groningse bril, maar er is geen wij-gevoel.’ Soms ontaarden meningsverschillen in onvriendelijkheden, waarna anderen daarover hun beklag doen en wijzen op het gedaalde niveau.

De leden vormen een allegaartje van hele en halve professionals, geïnteresseerde leken, bouwvakkers, een kraanmachinist, hobbyfotografen, bouwputkijkers, roepjeugd en Groningen pride-hooligans. ‘Ik hoef niet te weten wie ze zijn of wat ze doen’, zegt Beukema. Het forum is een digitale ontmoetingsplek waar je discussies kunt lezen of voeren, kunt bladeren en nieuwtjes kunt posten, te midden van anderen die tegelijk dichtbij zijn en op aangename afstand blijven.

‘Grote ontwikkelingen in Eindhoven’, post ‘Hoogholtje’ op 18 juni, bij een luchtfoto van het Eindhovense stationsgebied waarin met de computer enkele slanke, elegante en inderdaad erg hoge torens zijn geprojecteerd. ‘Gewoon een vraagje: waarom is dit wel gewoon mogelijk in Eindhoven en zou het ondenkbaar zijn dat zoiets in het stationsgebied bij ons gebouwd zou kunnen worden?’

In 2001 wezen de Stadjers ingrijpende plannen voor de noordwand van de Grote Markt per referendum af, nadat tegenstanders de vrees hadden aangewakkerd dat tijdens de bouw de Martinitoren zou instorten. De komst van de tram liep stuk op – onder meer – de angst voor een levensgevaarlijke ‘trein’ door de binnenstad. In procedures rond de nieuwe Ring Zuid weten beschermers van bomen en vleermuizen de Raad van State te vinden.

Het is een niet aflatende ergernis van hoogbouwliefhebbers: tegenstanders van hoogbouw. Nimby’s’s (not in my back yard), vinden ze, types van wel de lusten, maar niet de lasten van de stad. Ze zien in elk bouwplan een dossier met gederfd woongenot. Als het aan die mensen ligt, menen de forummers, ziet de wereld eruit als, met alle respect, of stiekem met niet zo heel veel respect, een soort Assen, of Drachten, weinig tot de verbeelding sprekende plekken met niet-grootse laagbouw en uitlaatveldjes.

Bijkomende ergernis, zegt Beukema, is dat het Dagblad van het Noorden bijna standaard de kant van de klagers lijkt te kiezen, in alarmistisch getoonzette berichten waarin een pand van vier verdiepingen al snel een ‘toren’ wordt.

De tegenstanders hebben wel een functie, vindt Maral: zij zijn poortwachters die de plannenmakers dwingen om rekening te houden met omwonenden en met goede plannen te komen. ‘Mensen voelen zich soms niet gehoord en niet gezien.’ Dat gezegd hebbend, zijn mensen die om dorpse redenen tegen stadse plannen zijn inderdaad de tegenpartij. ‘Het is onmogelijk om het iedereen naar de zin te maken, helemaal als het gaat om smaak.’

Eén keer heeft Beukema mogelijk onbedoeld zélf een mooi project in de wielen gereden. Het is een sport om projecten als eerste te vinden, zegt hij. Zo was hij al struinend door sites van architecten gestuit op de aan de Canadalaan te bouwen Canadatoren. Hij presenteerde de plannen met trots op Skyscrapercity, met de renders (zonnige plaatjes van hoe het wordt) erbij. De buurt kwam in het geweer, de toren werd afgeblazen. Zijn bekendmaking had niet meegeholpen, zei een ontwikkelaar hem naderhand.

 

Het leuke van Skycrapercity, of één van de leuke dingen, is dat Stadjers en Ommelanders met allerlei achtergronden hun betrokkenheid tonen bij de stad en zijn ontwikkeling. Gewoon uit zichzelf, uit belangstelling, begaan zijn met de stad, niet uit een financieel of politiek belang of omdat hun betrokkenheid van beleidswege is gestimuleerd. Ze hebben geen ander belang dan een esthetisch, dat ze iets mooi of niet mooi vinden. Hun gevoel, smaak.

De invloed van een online clubje liefhebbers is niet groot. Het is beperkt opgemerkte burgerparticipatie, meepraten zonder dat beslissers hoeven te luisteren. Voor gemeente en ontwikkelaars is het gratis belangstelling voor hun projecten. Bouwplantegenstanders staan rechten en procedures ter beschikking, liefhebbers kunnen alleen juichen, harder met elke verdieping erbij.

Niet dat bij elk project automatisch de vlag uitgaat. ‘Ik mis in Groningen durf en ambitie,’ mailt Maral. ‘Buiten het Forum en de Oostwand lijkt het allemaal erg op elkaar wat ze bouwen. Ook de meeste torens zijn inwisselbaar. Er was een tijd dat Groningen zich erg profileerde op het gebied van architectuur. Niet alles was even geslaagd, maar het heeft dingen opgeleverd die de stad blijvend beter en mooier hebben gemaakt.’

Beukema: ‘Ik mis in Groningen visie. In bijvoorbeeld Amsterdam zit de gemeente boven op wat er wordt gebouwd. In Groningen heeft de gemeente de regie gedeeltelijk uit handen gegeven, overgelaten aan de markt. De markt gaat te veel over geld, te weinig over kwaliteit. Zie de nieuwe “studentencampus” aan de Zonnelaan: een blokkendoos, rechttoe-rechtaan, die weinig toevoegt aan het straatbeeld. Je kunt er veel meer uit halen.’

Als Beukema de stad mocht maken, zou hij niet overal lukraak torens bouwen. Hij zou ze concentreren in clusters, op het Europapark, bij de Gasunie en achter het station. Daar had de Emmatoren kunnen staan, een plan van alweer vijftien jaar geleden. Een slanke, nooit gerealiseerde hoogbouwdroom van 150 meter.

Er staat weer een aantal midrises op de planning, mailt Maral. Een aantal is best oké, maar hij heeft het gevoel dat hij dat nou wel heeft gezien. Het wachten is op de echte greep naar de sterren, wie weet ooit met de eerste honderd-plusser van de stad. ‘Misschien is dat de liefhebber die spreekt en is het economisch geen realistische gedachte. Maar er is een club mensen die er reikhalzend naar uitkijkt.’

Dit artikel staat in NB#4 2017