Iedere vrouw fietst weleens een lang stuk door afgelegen gebied, elke vrouw kijkt weleens over haar schouder. Hoe kunnen we de openbare ruimte zo inrichten dat die prettiger en veiliger wordt? Een architect/stedenbouwkundige, een activist en een hogeschooldocent gaan hierover met elkaar in gesprek. ‘Als ontwerper hoor je verantwoordelijkheid te nemen voor een ruimte waar je zelf misschien nooit meer komt.’

‘Ik fiets hier nu wel, maar wie ziet mij?’ In deze hardop uitgesproken gedachte verwoordt Annika Pool een gevoel dat je kan bekruipen op een verlaten weg, langs sportvelden of kantoorgebouwen, op wegen met sporadisch een huis of met weinig overzicht, met hoge bosjes aan weerskanten, waar je niet makkelijk weg kunt komen als dat nodig is. De docent aan NHL Stenden in Leeuwarden herinnert zich dat ze als jonge vrouw dit soort plekken soms meed.Dergelijke stille routes kan architect/stedenbouwkundige Annet Ritsema ook wel aanwijzen, op de kaart die achter haar aan de muur hangt. De twee anderen kijken mee in dit online vraaggesprek waarin ze met elkaar van gedachten wisselen. Het fietspad langs P+R Meerstad bijvoorbeeld. Ritsema wijst de plek aan, een parkeerterrein ten oosten van Groning…