Als ik aan landschap denk, denk ik aan mijn opa. Hij is bepalend geweest voor mijn eerste ervaringen met het landschap. In de jaren ’50 startten mijn opa en oma met een melkveehouderij in Drenthe. Het Rijk moedigde voedselproductie aan door nieuwe boerenbedrijven te subsidiëren. Nooit meer honger was het devies na de Tweede Wereldoorlog. Hoewel mijn opa liever naar Canada was vertrokken, werd onder enige druk van mijn oma toch anders besloten. Het werd Drenthe, waar hele percelen nog ontgonnen moesten worden. Zo heeft mijn opa het landschap letterlijk met zijn eigen handen vormgegeven.

Toen ik geboren werd en mijn vader en moeder inmiddels het boerenbedrijf runden, was mijn opa er nog dagelijks te vinden. Als klein meisje was ik altijd bij hem. Van opa leerde ik aardappelen poten, doperwten pellen en bonen plukken. Hij leerde mij alles over vossen, fazanten, eksters en dassen. We plukten samen pruimen, peren en appels en raapten walnoten. In het bos waar we elke zondag een wandeling maakten, moest ik muisstil zijn. Dan zagen we nog net de reeën achterin het bos lopen. In datzelfde bos bouwden duizenden rode mieren samen een enorme mierenhoop; we keken elke week hoe ver ze gevorderd waren met het bouwwerk, een prachtig gezicht!
In die tijd was mijn landschap klein en overzichtelijk. Het beperkte zich tot het boerenerf en de omgeving rond de woning van mijn opa en oma. Maar het landschap stond ook erg dichtbij mij. Als kind was het een onderdeel van mijn dagelijks leven.

Het landschap waarin mijn opa en oma destijds zijn neergestreken, lijkt niet meer op het landschap van nu: meer weide, minder heide. De verandering verloopt zo geleidelijk, dat ongemerkt het landschap volledig transformeert. Die transformatie geldt ook voor mij. Hoe ouder ik word, hoe verder het landschap bij mij vandaan beweegt. Stond ik als 5-jarige nog elke dag met mijn laarsjes in de modder, nu spendeer ik bijna acht uur per dag in een kantoorruimte. Pratend over het landschap, dat dan weer wel.

Is het erg dat ons landschap verandert? Ik vind van niet. Landschap is geen statisch begrip. Er bestaat mijns inziens niet zoiets als een authentiek landschap. Het vastleggen van een beginpunt doet immers geen recht aan de veranderingen die daarvoor al hebben plaatsgevonden. Ik vind het juist waardevol dat we in de huidige tijd iets toevoegen aan het landschap, met respect voor wat er al is. Hoe mooi is het om als het ware een landschappelijke tijdlijn te creëren, waar ons nageslacht over 150 jaar uit op kan maken hoe wij ons landschap beheerden?

De laatste jaren merk ik dat mijn behoefte om het landschap weer te ervaren, groter wordt. Ik probeer nog bewuster te genieten van een wandeling, ben ’s zomers vaker op de boerderij te vinden en ik ben vorig jaar gestart met een moestuin. Even met je handen in de aarde woelen, dat is voor mij de ultieme beleving van landschap.