Het landschap om in te verdwijnen

Iedere week op onze website een nieuw perspectief op het landschap. Deze week beschrijft Frans Kerver het landschap als plek om in te verdwijnen.

TEKST
Frans Kerver

Je kan mij tegenwoordig geen groter plezier doen, dan een vakantiekiek te appen. Jij bent weg en ik ben er ook even uit, waar jij bent. Bergen zie ik vaak zo, en veel zon, zee, wolkenluchten. Een vriend was afgelopen september in Patagonië, spectaculaire foto’s: watervallen, steile rotspartijen. Weinig groen trouwens -wat wel jammer was; groen heeft een kalmerend effect. Mijn landschap is overal op de wereld, groen dus bij voorkeur, weinig stenen (is de stad ook een landschap?); cliché natuur, waar ik in wegkruip. In mijn hoofd ben ik dan snel ergens anders. Ik gun mijn hoofd vakantie, voor een kort moment. Scheelt een hoop mediteren.

Dat het niet zoveel uitmaakt, waar die foto’s vandaan komen, geeft toch te denken. Zo lang het groene beelden zijn (natuur) voldoen ze aan een onbewust doel. Mijn verlangen  ergens in geborgenheid onder te duiken. Ergens anders te zijn. Ik zie geen landschap, ik kijk niet bewust. Ik omhul mij met landschap, de natuur als een warme deken.

Opgegroeid in Twente associeer ik natuur met bossen. Bossen waar je in rond kan dwalen, hutten kan bouwen; bossen die in de herfst ruiken naar gistend blad. Bossen bieden beschutting. Weggedoken in je hut ben je niet te zien. Je kan er stiekem roken, ouders weten niet van je hut; waar die staat, hij is te goed verborgen. In het verborgene leef je je echte leven. Hier komt dat niet-kijken vandaan. Als kind onderga je alles als vanzelfsprekend. De wereld die je omringt is de enige wereld die je kent. De bossen, al het groen, dat was er en ik leefde er in, zonder er naar om te kijken.

Tot ik in Groningen kwam. Daar zijn bomen een zeldzaamheid, een vloek bijna, voor wie hier is opgegroeid. Een kaal en naakt landschap, niks meer dan eindeloze velden; gras, mais, bieten, aardappelen, soms nog graan. Strokarton leerde ik ooit op de lagere school, dat komt hier vandaan. De sloten stonken er van, werd er bij verteld door de meester.

Na 10 jaar veelvuldig cafébezoek en een forse depressie werd het tijd om mijzelf te bevrijden. Internet was er nog niet. Ik had een fietskaart gekocht van de provincie. Zo erg kon het immers niet zijn. Ook Groningen moest mooie plekjes hebben. Dus fietste ik bij mooi weer de kaart af, bij voorkeur op zoek naar plekken waar het fietspad op de kaart doodliep. Wat is er, waar je niet verder kan?

Dus weet ik nog goed dat ik op een van die dagen in het gras lag, langs het Reitdiep, bij de oude brug halverwege stad richting Garnwerd -het pad loopt nu door, café Hamming. De plek is op een uur fietsen van Groningen goed bereikbaar; maar toen liep het fietspad dood en was er niemand. Stil was het er, vaag in de verte misschien wat gereutel van een landbouwvoertuig of een auto op een binnenweg. De fiets langs de kant en ik breeduit liggend in het hoge gras, een grashalm in mijn mond, langzaam kauwen, zuigen. Groningen was prachtig, opeens. Ik keek omhoog, blauwe lucht, wolken die voorbij drijven.

Daar is mijn  liefde ontloken. Ik hoef hier nooit meer weg. Het landschap van Groningen is niet plat, kijk omhoog.

Frans Kerver is tekstschrijver en oprichter van tuin in de stad. 

Sluit je aan bij Noorderbreedte!
Laat u informeren en inspireren over alles wat mooi, bijzonder en in ontwikkeling is in het Noorden!
€42,50