Op zoek naar de kracht van bewoners

‘Eenzaamheid en toegang tot de gezondheidszorg zijn de grootste uitdagingen voor de toekomstige leefbaarheid van het platteland’, zegt Bettina Bock, hoogleraar plattelandsontwikkeling. Zij gelooft in de kracht van burgerinitiatieven en voorziet (digitale) vernieuwingen die het sociale leven verbeteren.

TEKST
Ineke Noordhoff

BEELD
Guy Ackermans
Stijn Rademaker

‘Jongeren trekken weg. Voor de blijvers is het wezenlijk dat ze toegang houden tot voorzieningen’, zegt Bock. Zij zetelt sinds vier jaar op de RUG-leerstoel ‘Bevolkingsdaling en leefbaarheid in Noord-Nederland’. De bevolking op het platteland krimpt en die verdunning van het aantal bewoners heeft grote sociale gevolgen. ‘Daar ligt een grote toekomstige behoefte en we weten nog niet hoe daarin te voorzien.’ Zowel in Wageningen, waar ze vier dagen per week een leerstoel heeft, als in Groningen leidt Bock onderzoeken naar burgerparticipatie. ‘Veel mantelzorg is nu privé georganiseerd: jij zorgt voor jouw moeder, ik voor de mijne. Bij lokale zorgcoöperaties wordt dat met meer mensen gedeeld. Daardoor zijn burgers eerder bereid iets voor elkaar te doen. Jij helpt je buurvrouw maar je doet dat samen met anderen. Wanneer jij met vakantie bent, nemen anderen het over. Gezamenlijkheid is belangrijk om dorpen leefbaar te houden.’

Bocks onderzoeken richten zich daarom mede op de vraag onder welke omstandigheden burgers bereid zijn om elkaar te helpen. ‘De overheid gaat ervan uit dat het vanzelfsprekend is dat iedereen wil meedoen. Dat vindt ze “goed burgerschap”. Maar dat is een norm. Het is de vraag of die aanname wordt geschraagd door de feiten.’ Recent SCP-onderzoek suggereert dat meer mensen actief worden in de relatief ‘rijkere’ dorpen die een hogere leefbaarheid kennen. ‘Dus: waar het minder nodig is, ontplooien mensen vaker initiatieven om de leefbaarheid op peil te houden. Misschien denken ze: het is hier zo mooi, dat moet in stand blijven.’ Bock wil achterhalen wanneer burgers uit minder fortuinlijke streken in actie komen. Duidelijk is in elk geval dat samenwerking met de overheid belangrijk is voor het slagen van burgerinitiatieven. ‘Dat gaat over meer dan geld alleen. Ieder moet zijn rol kennen en goed spelen. Dat is een ingewikkeld samenspel dat er echt op aankomt.’ Succes is kwetsbaar en gemakkelijk te frustreren. ‘Een tot op het bot verdeeld geraakte gemeenschap, bijvoorbeeld door een windmolenpark, maakt het heel lastig om samen te werken aan leefbaarheid.’ Bock verwacht een golf aan innovaties in de zorg. Dat geldt voor dorpsgebieden maar ook binnen grote instellingen. Ze is verheugd over de plannen, zoals in de Groninger Zorgvisie, om hulpverleners naar de bewoners toe te laten gaan in plaats van andersom. Ook ziet ze voordelen in bundeling van instituten. ‘Zoals in Winsum, dat scholen, jeugdzorg en ouderenzorg samen in een nieuw gebouw zet. Dat leidt tot meer contacten en uitwisseling.’

Bij veranderingen zie je een patroon, signaleert ze. ‘Eerst verzetten mensen zich. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij de sluiting van verzorgingshuizen. Daarna komen er alternatieve organisaties die de “oude” diensten gaan verlenen maar nieuwe manieren van werken ontwikkelen. Zo ontstaan innovaties. Ik denk dat er daarom nu kansen liggen om werkelijk stappen vooruit te zetten. Ik hoop dat er innovaties ontstaan die mensen op het platteland echt een beter leven geven en die ook veelbelovend voor elders zijn.’

Bocks onderzoek focust op factoren die de goede kant op duwen. Wat maakt nu dat de ene zorgcoöperatie wel slaagt en de andere niet? De grote winst van dorpscoöperaties ligt niet alleen in de zorg. Het onderlinge contact dat zo ontstaat, is ook een remedie tegen de andere vijand van krimp: eenzaamheid. ‘Winkels zijn niet zozeer belangrijk vanwege de boodschappen – die kun je thuis laten bezorgen – maar wel tegen de vereenzaming. Je loopt erheen en knoopt even een praatje aan.’

Lees ook ‘Krimp begeleiden, niet bestrijden’ een gesprek met Bettina Bock in Broerstraat 5, het alumniblad van de RUG over onder meer de groeiende ongelijkheid als gevolg van bevolkingsafname.