DE REEST VERWEESD

Als enige Nederlandse hoogveenbeek heeft de Reest zijn oorspronkelijke loop grotendeels behouden. Toch zijn flora en fauna in dit beekdal nog altijd niet adequaat beschermd.

TEKST
Eric van der Bilt

BEELD
Harry Cock

Het Reestdal ligt op de noordflank van het in de Saale-ijstijd gevormde oerstroomdal van de Vecht. In de laatste Weichsel-ijstijd is dat dal deels opgevuld met verspoeld erosiemateriaal en dekzand. Vanaf het Atlanticum is het brongebied overgroeid met hoogveen, terwijl in het dal grondwater gevoede venen ontstonden. Logischerwijs kozen de mensen ervoor om op de dekzandkoppen te gaan wonen waarop ook de oudste boerderijen te vinden zijn.

De Reest is de grensrivier tussen de provincies Drenthe en Overijssel, waardoor hij is ontsnapt aan grootschalige (ab)normalisatie. Het stroomgebied omvat 40 duizend hectare, de rivier is 37 kilometer lang terwijl het verval 6 meter is. De rivier stroomt erg traag van Drogteropslagen naar Meppel. Vóór de ontginning groeiden er eikenbossen, lagen er uitgestrekt hoogveen, riet- en zeggenmoerassen, en broekbos.

Vanaf de elfde en twaalfde eeuw is het Reestdal vanuit de benedenloop gekoloniseerd. De middenloop volgde één à twee eeuwen later terwijl het veen in de bovenloop tussen de zeventiende en twintigste eeuw werd ontgonnen. De benedenloop was welvarender door de aanwezigheid van toestromend grondwater (kwel). Dat maakte door de mineralenrijkdom twee hooioogsten mogelijk, waardoor de daar gevestigde boerenbedrijven zich flink konden ontwikkelen. De bovenloop bestond tot het begin van de twintigste eeuw uit uitgestrekte heidevelden en hoogveen. Deze gronden waren zuur en voedselarm, wat deze streken landbouwkundig minder productief maakte.

Meppel ontwikkelde zich als handelsstad voor de landbouwproducten die onder meer vanuit het Reestdal kwamen. De welvaart van de benedenloop van de Reest valt nog af te lezen aan de aanwezige landgoederen en rijke boerenhoeves. Het landschap is er kleinschalig, besloten en rijk aan monumenten. Naar het oosten toe wordt het landschap geleidelijk opener en armer, ontstaan uit meer grootschalige heide- en veenontginningen.

Het Reestdallandschap is een natuurrijk, geperceleerd cultuurlandschap, dat onder boerenhand vorm kreeg: het rijke hoevenlandschap in de benedenloop, het esdorpen- en esgehuchtenlandschap in de middenloop en de grootschalige heide- en veenontginningen in de bovenloop.

Door ontginningen nam de sponswerking van het landschap af en kreeg de Reest steeds grotere afvoerpieken te verwerken. Geregeld spoelde, tot groeiende ergernis van de boeren, de hooioogst naar Meppel. Dit ondanks het feit dat de voor de ontginning en handel gegraven vaarten en kanalen een steeds groter deel van het oorspronkelijke stroomgebied van de Reest hadden afgekoppeld. Waar eerst een gebied van 40 duizend hectare op de Reest afwaterde, bleef slechts zesduizend hectare van het stroomgebied over. De rivier werd daarmee te groot om ’s zomers dat beetje water af te voeren en groeide jaarlijks razendsnel dicht.

Er zijn tussen 1839 en 1989 in totaal zes verschillende plannen gemaakt om de Reest recht te trekken, te verdiepen en te verbreden om het water sneller af te voeren. Grensperikelen, geldgebrek, persoonlijke naijver en ten slotte een in 1989 door de Stichting Het Drentse Landschap afgedwongen verbod van de Raad van State, verhinderden grootschalige uitvoering ervan. Door alle ingrepen verminderde de toestroming van kwel vanaf het Drents Plateau echter wel sterk. Het resultaat was massieve verdroging van het dal, waardoor juist de te behouden natuurwaarden verdwenen.

 

Dobberende hooioogst

Al ver voor de Tweede Wereldoorlog leefde de wens om delen van het Nederlandse cultuurlandschap te beschermen. De Natuurschoonwet uit 1928 bijvoorbeeld (die nog steeds van kracht is) bood landgoedeigenaren fiscaal voordeel. Op basis van een inventarisatie van SBB uit 1939 werd in 1942 het ‘Besluit bescherming Natuurgebieden’ van kracht. Daarin waren 29 Drentse natuurterreinen opgenomen, waaronder twee delen van het Reestdal: Wildenberg en Dickninge. In 1975 zag de Relatienota het licht, een poging om natuur en landschap nu echt te beschermen. Maar het budget voor aankoop en beheer van reservaten en beheergebieden bleef vaak ontoereikend.

Nadat vrijwel de volledige hooioogst opnieuw naar Meppel was gedobberd, spraken de betrokken partijen in 1975 af dat het geregeld overstromende lage deel van het Reestdal ‘reservaat’ zou worden. Alle hoger gelegen gronden moesten echter wel bij de boeren in beheer blijven en kregen hooguit de status van ‘beheergebied’. Maar dat werkte niet. De boeren kregen subsidie voor het intensiveren van hun bedrijf terwijl het Drentse Landschap, dat vanaf 1962 gronden in het lagere Reestdal bezat, subsidie kreeg om het gebied juist te verschralen. De overvloedig opgebrachte mest op de hogere gronden drong pardoes het lagergelegen reservaat binnen en beide subsidies werkten elkaar tegen. Het moest anders, robuuster.

 

In 1983 werd de RVK Zuidwolde afgestemd. De tegenstelling tussen landbouw en natuur bleek onoverbrugbaar. De landbouw had echter behoefte aan een betere verkaveling en ook natuurbehoud vroeg om ingrepen. In 1990 presenteerde minister Braks een baanbrekende beleidswijziging: het Natuurbeleidsplan. Om de Nederlandse natuur en biodiversiteit te beschermen, moest er een grootschalig en onderling verbonden netwerk van natuurreservaten komen (destijds Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genaamd, nu Natuur Netwerk Nederland (NNN)). Er kwam geld voor aankoop van landbouwgrond en omvorming tot nieuwe natuur.

Vanuit die nieuwe werkelijkheid kwam er tussen 1994 en 2017 een drietal kleinere ruilverkavelingen tot stand. Het begon beloftevol met de inzet op een Herinrichting Bijzondere Doelstelling Zuidwolde. Het hoofddoel hiervan was: de natuur in het Reestdal verbeteren. Maar door bezuinigingen vanaf 2004 werden het uiteindelijk twee afgeslankte RAK’s (Ruilverkaveling Administratief Karakter) en een gewone Herinrichting Zuidwolde-Zuid.

In oktober 2010 kreeg de provincie de door de natuurbescherming vervloekte brief van staatssecretaris Bleker waarin het Rijk alle afspraken rond het natuurbeleid eenzijdig opzegde. De landinrichting, die in Drenthe succesvol was ingezet om landbouw en natuur meer in harmonie te laten samenleven, raakte in onbruik. Vanaf die tijd kwamen ruimtelijke veranderingen maar moeizaam tot stand.

Niet alles ging mis na het afblazen van de RVK Zuidwolde in 1983. Het Drentse Landschap kreeg ruim tweehonderd hectare reservaatgebied toegedeeld. Herstelmaatregelen hebben de hydrologische toestand in de middenloop van de Reest vanaf 2007 ook licht verbeterd. Toch blijft sprake van een sterk versnipperde situatie en een ontoereikende hydrologische situatie. De inzet van de provincie Drenthe om daar echt iets aan te doen, is de laatste jaren afgenomen terwijl het Rijk de verantwoordelijkheid voor het natuurbeleid wel aan haar heeft gedelegeerd. De provincie Overijssel heeft het zelfs gepresteerd om grote delen van de EHS/NNN in de benedenloop te schrappen.

Sinds een aantal jaren geldt er een nieuw, meer marktgericht natuurbeleid waarin particulieren natuurgronden kunnen aankopen onder dezelfde condities als de aan statutaire natuurdoelstellingen gebonden terrein beherende instellingen zoals de provinciale landschappen en Natuurmonumenten. Dit jaar heeft de provincie Drenthe voor het eerst een perceel nieuw ingerichte natuur in het Reestdal openbaar geveild en aan de meestbiedende particulier verkocht. Het gebied grenst aan de eigendommen van Het Drentse Landschap en het zou logisch zijn geweest wanneer dat deze grond had kunnen verwerven. Deze ontwikkeling leidt tot verdere versnippering en bureaucratisering, groeiend afstemmingsoverleg en controle op de naleving van afspraken. De natuurbescherming zou om principiële redenen moeten weigeren aan marktwerking in de vorm van zo’n prijsopdrijvende veiling mee te doen.

 

Draadrus en draadzegge

Stichting Het Drentse Landschap en Landschap Overijssel beheren samen ongeveer 1.850 hectare in het centrale deel van het Reestdal. Dat betreft heiderestanten, eiken-, berken- en grove-dennenbos, landschapselementen, graanakkers met goed ontwikkeld akkeronkruid, droge heischrale graslanden op de dekzandkoppen, broekbos en vooral veel vochtige schraallanden. Uniek zijn de dotterbloemhooilanden en vegetaties van kleine en grote zeggen met soorten als dotterbloem, moeraskartelblad, noordse zegge, draadrus, draadzegge, stijf struisriet, grote pimpernel, moeraslathyrus en blauwe knoop. In Drenthe liggen de meest waardevolle schraallandcomplexen bij de Wildenberg, de Havixhorst, de Schiphorst en de Reggers. Verder leeft er in het Reestdal een stevige dassenpopulatie, barst het van de ooievaars, komen de grauwe klauwier, boomkikker, grote modderkruiper, zilveren maan en moerassprinkhaan er voor.

Het Reestdal is een museaal cultuurlandschap met een hoge biodiversiteit dat vraagt om een beheer dat daar recht aan doet. De provinciale landschappen streven naar een landschap zoals dat eind negentiende, begin twintigste eeuw bestond – compleet met extensief agrarisch beheer. Het Drentse Landschap werkt veel met lokale boeren samen en heeft sinds 1982 ook een beheerboerderij op de Wildenberg (Uilenburcht). Daar beheert een medewerker vierhonderd hectare oud cultuurlandschap via extensieve begrazing met zoogkoeien. Het vee wordt bijgevoerd met granen in de met eigen stro gestrooide potstallen. Er is sprake van een vrijwel gesloten nutriëntenkringloop. Zo ligt er nu een traditionele en levende Reestdal-boerderij in het landschap waarin ze is ontstaan.

Het Drentse Landschap beheert als trust-organisatie naast natuur ook cultureel erfgoed en vanuit die rol bezit het ter plaatse verschillende monumenten. Het Reestdal kent een grote variatie aan boerderijtypen en in de benedenloop liggen een aantal landgoederen zoals havezate de Havixhorst. Het Drentse Landschap wil met Landschap Overijssel het centrale deel van het Reestdal optimaal beschermen door de meest bepalende monumentale gebouwen te verwerven en het als functionele eenheid te beheren als kleinschalig, natuurrijk cultuurlandschap.

Al bijna tachtig jaar zijn beide provinciale landschappen hier met vallen en opstaan mee bezig. Vaak met hulp van een overheid. Toch valt het in een tijd dat natuur, landschap en biodiversiteit mondiaal en in Nederland meer dan ooit onder druk staan moeilijk te begrijpen dat onze overheid niet meer doet om de verdere teloorgang van natuur en landschap tegen te gaan. Waar Nederland op het punt van natuuren milieubescherming in het recente verleden in Europa vooropliep, behoort het nu tot de staart van het peloton. Niveau Malta. De unieke botterbloemhooilanden en zeggenmoerassen van de Reest zijn niet als Natura 2000-gebied beschermd. Dat het Reestdal daar in het verleden niet voor in aanmerking kwam, is zonder meer vreemd. Cruciaal voor de biodiversiteit in het Reestdal is echter de verbetering van de waterhuishouding.

 

Versnipperd

Een derde van alle plant- en diersoorten in ons land is ernstig bedreigd. Het mestprobleem is nog steeds niet opgelost, de natuurgebieden liggen nog steeds versnipperd in ons landschap. Toen er grond aangekocht kon worden, ontbraken van rijkswege de middelen. Momenteel is de druk op de grond zo hoog dat de kosten om de EHS/NNN te realiseren extreem zijn toegenomen. De angst bestaat dat uitstel tot afstel kan leiden. En dat terwijl Nederland jaarlijks nog geen miljard aan natuur en landschap besteedt, ongeveer 0,15 procent van het bruto binnenlands product, 60 euro per burger.

HDL is al vele decennia een bondgenoot van de provincie Drenthe in het natuurbeleid. De natuurbescherming heeft altijd veel eigen geld en uren gestoken in gebiedsgericht werken en investeert in tegenstelling tot de meeste particulieren (voor wie vermogensbeheer vaker prevaleert) voortdurend in behoud, bescherming en educatie. Ze doet dat vanuit een intrinsieke motivatie omdat natuur en landschap beschermen meer inhoudt dan fysiek beheer. Natuurbeheerders strijden al vele jaren tegen de onttakeling van de natuur in ons land. Het valt dan ook moeilijk te begrijpen dat de overheid hen als partners ten gunste van de particulier op afstand heeft gezet.

Als we snelwegen zouden aanleggen op dezelfde halfhartige wijze als waarmee we natuur realiseren, reden we nog met paard en wagen. De kans dat Nederland aan de door zichzelf geformuleerde natuurdoelen kan voldoen, wordt steeds kleiner. De geschiedenis van het Reestdal lijkt exemplarisch voor de lotgevallen van de Nederlandse natuurbescherming: een zaak van hangen en wurgen.