In Woltersum, een dorp aan het Eemskanaal, wonen 371 mensen in 171 huizen. De meesten willen er blijven ook al wordt hun woonplek geplaagd door aardbevingen en moesten alle inwoners geëvacueerd worden toen de kanaaldijk bijna doorbrak.

Ellis Ellenbroek portretteert verschillende bewoners in woorden, fotografen Gea Schenk en Ronnie Zeemering deden hetzelfde op hun manier. Dit en meer verhalen en foto’s staan in het boek Woltersum, een tijdsbeeld dat eind juni 2019 verscheen. Deze zomer brengt Noorderbreedte enkele verhalen.

De familie Blink

Goedmoedig ouwehoeren kunnen ze goed, blijkt meteen als het viertal Blink binnenkomt in Het Voorhof. Meindert (1964) is de oudste. “Kun je wel zien hè?” Als ik voor de grap zeg van niet, klinkt een daverend gelach in het gebouwtje. De Blinks kunnen het prima met elkaar vinden, dat is mij al ingefluisterd. En ik voel het ook direct, deze zaterdagochtend waarop ik met ze kennis maak.

Het zijn echte Woltersummers. Geboren en getogen. Alleen Meindert woonde als baby in Winneweer. Een weekje! “Onze moeder kwam uit Winneweer en wilde bij haar moeder bevallen.”

Ze vinden het heel gewoon dat ze goed met elkaar kunnen opschieten. Ze weten niet anders. Vader en moeder gaven het goede voorbeeld door gezelligheid in huis te brengen. Ook anderen genoten daar van mee. De melkboer kwam koffiedrinken, de groenteboer net zo. Meindert: “Bij ons stond de koffie altijd klaar.” Vader en moeder zijn er helaas niet meer. Vader overleed in 1997, moeder een jaar later. Allebei stierven ze van het ene op het andere moment, toen hun hart het begaf. Vader, die keukenkastjes maakte bij een baas in Winneweer, was 64, moeder nog maar 55.

Oudste zoon Meindert is bouwvakker. Al eenentwintig jaar is hij in dienst bij de plaatselijke aannemer Frans Pot. Het bevalt hem goed. De klussen zijn meestal dichtbij. “Soms moeten we wat verder weg, dat vind ik niet zo leuk.” Toen er vijf weken werk aan de winkel was in de Rotterdamse wijk Hoogvliet bivakkeerde Meindert in een hotel. “Ik lig het allerliefst op mijn eigen bed.” Dat hebben de anderen ook. Oost West Thuis Best. Vakanties – Salou, Benidorm, Valkenburg, Kreta, Luxemburg – duurden nooit langer dan acht dagen. “Mijn mooiste vakantiebestemming is Grazona’’, roept Alje. “Achter mijn eigen huis!”

Ina was vandaag al om half zes uit de veren. Net als andere dagen. Zij brengt kranten rond. Zes dagen in de week bezorgt ze in het dorp alle ochtendkranten en de huis-aan-huisbladen. Op zaterdag komen daar nog folders bij.

Henny is al vijfentwintig jaar facilitair medewerker in verpleeghuis Wiemersheerd in Loppersum. Weer of geen weer, ze gaat er met de fiets naar toe. Sinds kort op een elektrische.

De jongste, Alje, werkt met veel plezier in de groenvoorziening van de gemeente Appingedam. “Werkplein Fivelingo moet ik nou zeggen.”

Elke ochtend als ze de deur uit gaat, zwaait Henny naar haar zuster. Ina’s hond Storm springt op de vensterbank en doet ook mee aan het begroetingsritueel. Ina en Henny zijn praktisch buren aan de Dobbestraat.

De Dobbestraat vormt een rode draad in het leven van de Blinkfamilie. Op nummer 23 stond het ouderlijk huis. Meindert heeft nu een koophuis aan de K. de Boerweg nummer 13, de anderen bleven huren in de Dobbestraat. Alje op nummer 19, Henny op 21, Ina op 29.

Het wachten is op wisselwoningen. De huizen aan de Dobbestraat gaan plat. Niet vanwege aardbevingsschade, ze zijn gewoon op. Er komen vier huurwoningen terug, drie daarvan zijn voor Alje, Henny en Ina. Zij hebben de oudste rechten. Aljes huis staat al leeg, hij woont sinds een jaar tijdelijk in de Bijbelgang 12. Voor Ina en Henny moet nog geschikte tijdelijke vervangende woonruimte worden gevonden. Ze willen het dorp niet uit, ook niet tijdelijk. Geen huis in Woltersum? Dan maar een container of een stacaravan. Henny: “We laten niet over ons heen lopen. Ik heb wel een eigen wil.” Maar mooi dat de Blinken wel iemand voor lieten gaan, toen er een woning vrij kwam aan de Bijbelgang. Ze vonden unaniem dat een straatgenoot die het moeilijk had dat huis harder nodig had dan zij. Ina: “Die meneer was heel blij dat wij niet reageerden op die woning.” Henny: “Hij heeft weer veel rust gekregen.”

Ina is als enige van de broers en zussen getrouwd geweest. Haar man Nantco stierf in 2011 aan kanker, nog maar 43 jaar oud. Ina kende Nantco van countrydansen. Ze hadden geen kinderen. Bewust niet. Ina: “Ik wou ze niet.”

Hoe het de anderen vergaan is op het liefdespad? Daar ben ik wel benieuwd naar. Henny: “Meindert heeft een keer een relatie gehad.” “O ja?” doet haar oudste broer quasiverbaasd. Dan serieus: “Het was maar van korte duur. Twaalf week of zo, toen had ik het wel gezien.” Was het niet leuk? Meindert: “Nee.”

Henny vermaakt zich prima als vrijgezel. “Ik kan doen en laten wat ík wil. Als ik iets wil kopen, wil ik niet eerst hoeven vragen of dat mag.”

Ina: “Ik zeg nooit dat ik niks meer krijg met iemand, maar het bevalt me goed nou, zo.” En Alje?  “Ook nooit behoefte aan gehad, aan een relatie. Maar zeg nooit nooit. Je weet nooit waar je tegenaan loopt. Er zijn wel meer mensen op oudere leeftijd nog verliefd geworden, dus wie weet.”

“Ik heb mijn kennissen hier”, zegt Meindert als ik informeer wat hem aan Woltersum bindt. “Als ik ergens anders heen ga moet ik weer wat opbouwen. Ik zou niet weten waar ik heen moet. Of heen wil.” Ina prijst de saamhorigheid in het dorp: “Als er een feest is doet iedereen mee.”

Alje: “Als er wat is staan de mensen hier heel vaak voor je klaar.” Hij heeft dat aan den lijve ondervonden toen hij, als twintiger, pleinvrees ontwikkelde. Alje durfde het dorp niet meer uit. Hij blokkeerde letterlijk bij het bordje Woltersum. “Met voetballen speelde ik alleen thuiswedstrijden.” Dankzij zijn toenmalige buurman Rinus Schoonveld kwam Alje er weer bovenop. Schoonveld vergezelde Alje tien jaar lang naar de GGZ in Delfzijl. Schoonveld, een tachtiger nu, wordt in het dorp Ome Rinus genoemd. Voor zijn enorme inzet voor alles en iedereen ontving hij twee jaar geleden een lintje.

Alje en Meindert hebben allebei lang gevoetbald – tot na hun veertigste – bij S.V. Woltersum. Alje was meestal  keeper. Met een vette grijns: “In het veld moet je rennen hè, dan word je moe.”

De broers zijn enthousiaste leden van vogelvereniging De Kardinaal. De liefde voor vogels hebben ze van hun vader geërfd. Een paar honderd zebravinkjes, barmsijsjes en Chinese dwergkwarteltjes hebben ze. Meindert heeft een grote volière achter het huis, Alje heeft aan de Bijbelgang twee slaapkamers omgetoverd tot vogelverblijf. De zussen gaan vaak mee naar tentoonstellingen. Henny neemt dan vrij van haar werk om de administratie te doen die daar bij komt kijken.

Ina heeft ook gevoetbald bij S.V. Woltersum, Henny deed aan gymnastiek en hielp wel een kwart eeuw bij het zomerkampje voor de schooljeugd. En de zussen zaten  allebei op countrydansen. Dat was vroeger. Tegenwoordig lopen de dames collectes in het dorp. Voor een hele rij goede doelen: Brandwondenstichting, Nierstichting, Hartstichting, Kankerbestrijding, MS. Henny: “Als ze mij zien aankomen hebben de mensen de portemonnee al in de hand.”

Alleen Meindert heeft een auto. Henny verzamelde een paar jaar geleden al haar moed en haalde ook een rijbewijs. “De vijfde keer had ik hem. Theorie had ik wel in een keer. Vooral het rijden in de stad vond ik eng. Nu hebben we iemand achter de hand, mocht er een keer wat gebeuren. Soms leen ik Meinderts auto, zo houd ik bij.”

Meindert, Henny en Alje eten elke dag samen. Met elkaar doen ze wekelijks boodschappen. Bij de Plus in Schildwolde, naar Garmerwolde voor aardappelen. Meestal kookt Henny, bij Meindert: “Meindert heeft een vaatwasser.”

Ina schoof na het overlijden van Nantco drie dagen per week bij de rest aan tafel. Maar eet toch liever alleen. “Met mijn hond.” Zus Henny heeft de pannen om kwart over vijf op tafel staan. Ina: “Dat hoefde voor mij niet meer. Ik eet soms om zes uur, dan weer om half zeven.”

Zo hebben ze alle vier hun voorkeuren waardoor ze hun eigen stekkie waarderen. Wat zou er gebeuren met vier Blinken onder een dak? Henny: “Dan moet ik alle dagen sport kijken, daar heb ik geen zin in.” Alje: “Ik ben slordiger qua huishouden dan de rest, denk ik.” Ina: “En ik heb dus een hond.” Meindert hapt meteen: “Ik wil geen hond in huis hebben.”

Meindert krijgt een berichtje. Van Lucas, de vriend van Carla Ruben. Meindert leest voor: “Gaan we nog biljarten?” Uiteraard zijn er ook andere vrienden en kennissen in hun levens. Ina kan smakelijk vertellen over haar vriendin bij wie zij soms permanent zet. Een kappersopleiding heeft Ina niet. Welnee. Gewoon doen. “Zij is niet zo bang uitgevallen. Mislukt het, dan mislukt het. Het wordt altijd wat.”

Als ze elkaar een keer een dag niet zien, prima. Maar de familie komt eerst. Altijd. Henny: “Wij kunnen altijd op elkaar rekenen.”