Toegegeven, de eerste generatie vaccins heeft weinig effect meer. Ik noem ontkennen: ‘Het sneeuwt, dus de aarde warmt niet op’. Of negeren: ‘Laatste IPCC-rapport? Geen tijd gehad om de krant te lezen. Ja, ik ben nu bezig met het derde seizoen van Borgen’. De feiten verdraaien: ‘De zestien grootste schepen stoten net zo veel CO₂ uit als alle auto’s samen’. Misbruik maken van wetenschappelijke ongeletterdheid: ‘We weten niet met honderd procent zekerheid dat de aarde opwarmt door menselijk ingrijpen’. Bagatelliseren: ‘Ach, we verhogen gewoon de dijken’. Allemaal uitgewerkt. Je kunt je kop wel in het zand blijven steken, maar dat heeft weinig zin als zelfs dat zand je vertelt dat er ernstige milieuproblemen zijn – zo zijn de duinen door het stikstofoverschot overwoekerd met struiken, gras en brandnetels.

De tweede generatie daarentegen doet het nog altijd prima. De populaire versie heet ‘Ja, maar de Chinezen…’. Ze werkt eenvoudig. Stel, iemand wijst erop dat autorijden voor milieuschade zorgt en dat je daarom beter je wagen weg kunt doen of die in elk geval zo min mogelijk moet gebruiken. Dan roept de gemiddelde burger: ‘Ja, maar als straks alle Chinezen autorijden gaat het milieu alsnog naar de knoppen. Ik kan dus net zo goed blijven doorrijden.’ Wie dit te ordinair vindt, kiest de chique variant. ‘Milieuproblemen zijn collectieve- actieproblemen. Ik als individu kan die daarom niet oplossen.’ Grote kans dat die milieudrammer nu stil is. Zo niet, dan helpt het voorbeeld van de tragedy of the commons. Stel je de aarde voor als een gemeenschappelijke weide, een common. Herders kunnen daarop hun eigen schapen hoeden en strijken zelf de winst op. Om zo veel mogelijk winst te maken, zal iedere herder zo veel mogelijk schapen houden. Daardoor raakt de gemeenschappelijke weide overbegraasd en verandert die in een waardeloos stuk land, waardoor alle herders hun broodwinning verliezen. Conclusie: het collectief belang lijdt schade doordat iedereen handelt vanuit zijn individuele belang. Vanuit individueel perspectief valt dit probleem niet op te lossen – als een herder minder schapen gaat houden, blijft de weide net zo goed overbegraasd. Alleen collectieve actie heeft dus zin. Vaak volgt de aanvulling dat je van de individuele herder ook niet mag verwachten dat hij zijn gedrag aanpast. Je kunt toch niet van hem vragen dat hij zich voor niets opoffert?

Dit vaccin werkt zo goed doordat het een selffulfilling prophecy is. Zolang jij en ik elkaar maar blijven aanpraten dat je als individu de milieuproblemen niet kunt oplossen, zullen we de milieuproblemen niet proberen op te lossen, waarmee we weer de analyse bevestigen dat jij en ik als individu die problemen niet kunnen oplossen. Je kunt ook van een negatieve feedbackloop spreken. De analyse van milieuproblemen als collectieve-actieproblemen bestaat niet onafhankelijk van die problemen maar maakt daar deel van uit en vergroot die zelfs. Dat maakt het zo gevaarlijk dat dit vaccin nog overal verkrijgbaar is. Misschien begrijp je nu waarom ik dit nummer van Noorderbreedte ‘voorbeeldig’ noemde. Het portretteert mensen die, zoals de geinterviewde Janet van der Weide het zegt, besluiten om ‘in de benen (te) komen in plaats van (te) wachten op de politiek’. Janet zelf en haar man Lambert gingen van het gas af. Bleef dat puur een individuele actie? Nee, de buren volgden het goede voorbeeld en namen ook zonnepanelen.

Jacob Miedema pakt het nog groter aan. Hij heeft zijn baan deels opgezegd en probeert in de vrijgekomen tijd zijn dorp Garyp van het gas te krijgen. Met resultaat: ‘van de 700 woningen zijn er 4 daadwerkelijk van het gas af. Zeker 25 huishoudens wagen in 2020 de sprong.’ Zo laat deze Noorderbreedte zien dat zowel de ‘Ja, maar de Chinezen…’- als de collectieve-actieversie van het vaccin niet meer werkt zodra mensen uit die negatieve feedbackloop stappen en zelf wél iets doen.

Zo blijkt ook dat de tegenstelling tussen individu en collectief een schijntegenstelling is, gebaseerd op een te beperkt mensbeeld. ‘No man is an island/Entire of itself’, dichtte John Donne al. Jij en ik zijn sociale wezens, wij handelen in interactie met onze omgeving, passen ons aan de omgeving aan, imiteren anderen.

Dit was ook het uitgangspunt van de klassieke denker Aristoteles. Hoe word je een deugdzaam mens, iemand die gelukt is, zijn capaciteiten heeft ontwikkeld? Door op te groeien in een omgeving die maakt dat je vaak de dingen doet die een goed mens doet in een specifieke situatie. Dan ga je uiteindelijk automatisch het goede voelen, willen en doen. Om het concreter te maken: hoe word je een goede pianist? Door goed piano te spelen. En hoe ga je dat doen? Doordat je ouders een goede piano kopen, een goede leraar voor je zoeken, je goed oefent, samenspeelt met goede musici enzovoorts. Dankzij de interactie met een gunstige omgeving leer je goed pianospelen. Datzelfde geldt voor groene deugden. Leef jij in een omgeving die groen gedrag cultiveert, dan is de kans groot dat jij ook groene deugden verwerft.

De sociale en omgevingspsychologie bevestigen dat. De omgeving – menselijk en niet-menselijk – bepaalt het individuele gedrag in sterke mate. Waarvan acte in dit nummer. Jacob Miedema heeft zichzelf laten inspireren door zijn eigen vader en door een ‘indrukwekkend praatje’ van weerman Reinier van den Berg in Garyp, ‘met foto’s vanuit de ruimte. Van ontbossing, smeltende ijskappen en stijgende zeespiegel’. Vervolgens inspireert hij weer zijn mededorpelingen om Garyp te verduurzamen.

Hoewel het in het interview met Janet van der Weide niet expliciet ter sprake komt, zal het beroep van haar man – dominee – zeker meespelen. De dominee en zijn vrouw hebben een voorbeeldfunctie; als zij het goede groene voorbeeld geven is de kans groter dat anderen van hun gemeente hen nadoen. Mensen zijn sowieso al imiterende wezens en goed gedrag doet goed volgen. Maar psychologisch onderzoek suggereert dat we mensen die hoog in de hierarchie staan nog meer imiteren, zoals ouders, politici, topsporters, sterren, leraren en geestelijk leiders. Dit nummer haalt ook de tweede aanname van het vaccin onderuit: dat je je opoffert als je iets voor het milieu doet. ‘Janet en Lambert zagen hun voorschotbedrag van 140 naar 40 euro gaan. Over 2018 kregen ze 1.300 euro terug. Een gasrekening hebben ze niet meer.’

Voor Bart Beukers en zijn vrouw Samantha was de noodzaak om de kosten te drukken zelfs de reden waarom zij van het gas zijn afgegaan. En wil je een eerlijk antwoord hebben op de vraag waarom Martin Matser een duurzaam hotel liet bouwen? ‘De portemonnee en de wens zich te onttrekken aan de grillen van de overheid.’

Helaas zijn er ook vaccins waar zelfs dit nummer niet tegenop kan. Neem polariseren. Door te spreken van ‘ klimaatgekkies’, ‘klimaatdrammers’ en ‘prosecco slurpende Tesla-rijders’ hebben populistische politici al weer een volgende negatieve feedbackloop in werking gesteld. Of beter (om hun niet al te veel eer te bewijzen): een al latent aanwezige loop geactiveerd. Wat je ook zegt over duurzaamheid, een deel van de mensen hoort alleen gedram. Toch moet je het belang van die groep niet overdrijven. ‘Vanuit transitiekunde kun je zeggen dat onder de bevolking ongeveer tien procent echt met het thema bezig is en bereid is tot maatregelen’, zei hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans onlangs in NRC Handelsblad. ‘Circa twintig procent zit in de weerstand en wil niet meedoen. De overige zeventig procent wacht nog af. Je kan het beste met die kleine groep beginnen om drastische maatregelen te nemen.’

Als ‘de vervuiler betaalt’, koop je dan het recht om te vervuilen?

De cruciale vraag lijkt mij: hoe kan die tien procent drastisch anders gaan leven zonder die zeventig procent van zich te vervreemden, ja, hoe kan ze die zelfs meekrijgen? Aristoteles’ deugdethiek kan die vraag maar deels beantwoorden. De Griekse denker ontwikkelde zijn leer over het juiste leven voor een elite. Voor mannen die uit dezelfde sociale klasse kwamen, elkaar goed kenden en dezelfde waarden deelden. Mannen die gezamenlijk konden nadenken over het juiste bestuur van hun stadstaat dankzij slaven en vrouwen die thuis het werk deden. Mannen die elkaar fysiek ontmoetten op een centrale plaats. Voor mannen ook die elkaar het leven dat in die tijd voor goed doorging voorleefden en het zo bij elkaar lieten inslijten.

Maar hoe laat je het goede groene leven inslijten in een tijd waarin mensen in verschillende bubbels leven, in een tijd van waardenpluralisme, in een tijd waarin de elite niet per se de groene elite is en het begrip ‘elite’ zelf verdacht is? Toen ik eerder in dit essay expliciet ter sprake bracht dat Lambert en Janet van der Weide als dominee en domineesvrouw het goede voorbeeld geven, deed ik dat al met enige schroom. Een steeds groter deel van de Nederlanders weet niet eens meer precies wat een dominee doet. Van het deel dat het nog wel weet, herinnert een groot deel zich weer vooral een lichaamsdeel van de dominee zelf: het opgeheven vingertje. En als een ding Nederlanders verenigt, is het de gedeelde afkeer van betutteling. ‘ Vijftien miljoen mensen, op dat hele kleine stukje aarde. Die schrijf je niet de wetten voor, die laat je in hun waarde’, liet nota bene een bankreclame ons weten. Welke waarde dan? Waag het niet die vraag te stellen! Dan wijzen er opeens – inmiddels alweer – zeventien miljoen vermanende vingers naar jou: wie ben jij om ons hierover aan onze kop te zeuren? Laat ons toch lekker ons leven leiden!

Maar wat als dat ‘lekker ons leven leiden’ tot ernstige milieuproblemen leidt? Hoe breng je dat ter sprake? Dit nummer biedt in elk geval twee aanknopingspunten: solidariteit met de Groningers plus de nuchtere constatering dat vergroenen de eigen portemonnee dient. Dat laatste schept de basis voor een gesprek, maar meer ook niet. Want wat als minder milieuschadelijk gedrag de portemonnee niet dient? Kun je er dan gewoon mee doorgaan? Er kleeft nog een nadeel aan wat ik beschouw als morele problemen economiseren. Een experiment in Haifa maakt dat helder. Omdat ouders te vaak hun kinderen te laat uit de crèche kwamen ophalen, ging die een boete heffen. Het resultaat: het probleem verergerde nog. Dat kwam waarschijnlijk doordat ouders het gevoel hadden het recht te kopen om hun kind langer op de crèche te laten. Zo is ‘De vervuiler betaalt’ al snel ‘de vervuiler koopt het recht om te vervuilen’. Bovendien bevestig je door om de waardevraag heen te draaien paradoxaal genoeg weer een waarde: alleen geld telt.

We kunnen niet om de waardevraag heen, denk ik, en we moeten daar ook niet omheen willen. Zolang we die niet stellen, kunnen we niet helder maken waarom we ons überhaupt om het milieu moeten bekommeren. Want wat is nu precies het probleem als de ijsbeer verdwijnt? Als ecosystemen ontwricht raken? Als mensen in armere landen lijden onder de ecologische voetafdruk van de rijkere landen? De evolutie is toch een grote strijd om te overleven? Een strijd waarin uiteindelijk geen enkel individu en geen enkele soort het eeuwige leven heeft? Als we die vragen daarentegen wel stellen en beantwoorden, kunnen we ook het polarisatievaccin onschadelijk maken. Vanuit het perspectief van de eeuwigheid gezien mag het bovenstaande allemaal waar zijn, maar wij leven hier en nu. Wij genieten als we seks hebben, als het goed gaat met de mensen van wie wij houden, als wij de zon zien opkomen boven de zee, als we een biggetje aaien – of we nu FVD stemmen, PVV, CDA of PvdD. Dat zijn universele kenmerken die voortkomen uit het feit dat jij en ik biologische wezens zijn, dat we altijd al verbonden zijn met wat ik bij gebrek aan een beter woord ‘milieu’ blijf noemen en daar voor ons voortbestaan ook van afhankelijk zijn. Ondanks de bubbels is er dus wel degelijk een fundament voor minder milieuschadelijk gedrag. Maar om de zeventig procent te bereiken en hopelijk ook nog de twintig procent die in de weerstand zit, moet je de boodschap wel toesnijden op de specifieke doelgroep. En dat is verschrikkelijk lastig. Hoe spreek je over waarden met mensen die al misselijk worden als ze dat woord horen? Hoe doe je een beroep op gedeelde waarden zonder de verdenking op je te laden dat jij jouw waarden opdringt? Hopelijk volgen er nog vele ook in dit opzicht voorbeeldige Noorderbreedtes.  

Maarten Meester is filosoof en publicist. Recent verscheen van zijn hand De Meester- methode. De makkelijkste manier om te stoppen met milieuvervuilen.