Je staat vooraan in de rij om naar een concert te gaan en ineens doen ze een andere deur open. Gevolg: de beste stoelen zijn bezet tegen de tijd dat jij in de zaal bent. Terwijl je dacht slim te zijn, bungel je achteraan. Zo’n mechanisme speelt denk ik ook een rol in de boerenwereld. Neem de melkveehouderij. Jarenlang verzette hun belangenorganisatie zich tegen het melkquotum; het moest ‘weg’ want het belemmerde de ondernemers. Veel boeren zeiden het de LTO na en ook menig politicus ging in de repeteerstand. En hoe vaker je iets zegt, des te meer je het zelf gaat geloven. In 2015 haalde de regering het melkquotum er inderdaad af. De branche zelf zou bewaken dat er niet te veel melkvee – en vooral mest – zou komen. Sommige melkveehouders vlogen naar de bank voor een lening om een nieuwe stal te bouwen; zij waren hun collega’s te snel af. Deze voorlopers voelden zich echte ondernemers toen ze de bouwkranen het erf op zagen rijden. 

Nu blijken ze achteraan te bungelen: de stal mag niet vol en de lening blijft even groot. Ik begrijp dat je daar chagrijnig van wordt. Zeker als je jezelf ziet als moderne eigentijdse melkveehouder die net geïnvesteerd heeft om het weer een stap beter te doen dan je vader. Toch wil ik daar iets op afdingen. 

Afgelopen weekend betrapte ik mezelf erop dat ik me tegenover de slager liep te excuseren. ‘We eten niet veel vlees meer’, verklaarde ik mijn beperkte inkoop. Kocht ik een paar jaar geleden nog een weekportie vlees ter waarde van drie tientjes of zo, nu is het met wat hausmacher en een doosje eieren meestal wel gebeurd. Soms komt daar een rookworst bij voor de boerenkool  want daar hebben we nog geen vleesloos recept voor ontdekt. 

Dat minderen met vlees is redelijk vanzelf gegaan – bijna sluipenderwijs. Ik had het een paar jaar geleden niet voorspeld, al wist ik toen wel dat vlees eten een zware claim legt op onze ecologische voetafdruk. Ik had het alleen nog niet op mezelf betrokken. Mijn slager reageerde prettig: ‘Dat geeft niks mevrouw. We hebben ook goeie eieren.’ En hij begon een heel verhaal over de eierleverancier uit Friesland. Een echte middenstander, die slager van mij. Een ondernemer die de bakens verzet als het tij verloopt.

‘De boer zit gevangen in het economische systeem’, verzachtte hoogleraar Jan Willem Erisman de positie waarin boeren zijn beland. De stikstofprofessor sprak bij de Harry de Vroome – kerstlezing in Assen op 13 december. ‘Alle bedrijven om de landbouw heen zijn zo georganiseerd dat ze de boer aanzetten om meer te produceren. Dan gaan die bedrijven namelijk meer verdienen.’ De boer niet, die krijgt al dertig jaar ongeveer dezelfde prijs voor een liter melk. Zijn enige manier om vooruit te komen lijkt dan de kosten verlagen. Hij krijgt van zijn afnemers, financiers en brancheorganisatie voorgeschoteld hoe dat moet: opschalen. Meer koeien, meer land, meer melk. Maar er is niet meer grond, dus moeten er kunstgrepen worden uitgehaald. Erisman: ‘zo schiet je uit de milieubalans’. Door de productie in de landbouw verder te verhogen, verlaag je de biodiversiteit. Alle hoekjes moeten meedoen, sloten en landschapselementen verdwijnen, bloemrijke gewassen delven het onderspit, insecten en vogels sterven. De boer moet steeds meer kunstgrepen toepassen om zijn productie te halen. Niet alleen ons landschap, ook het water en de luchtkwaliteit verslechteren. Mensen worden ziek en dus komen er steeds meer beperkingen en regels. ’Dat is de stress waarin boeren dagelijks opereren.’ 

De stikstofcrisis kan een keerpunt zijn. Een kanteling van de macht over ons platteland. 

Erisman wijst een alternatief: boeren moeten niet de hoeveelheid melk maximaliseren maar hun eigen opbrengst. Hoe dat moet, zegt de bank hen niet voor, daarin wijzen de grote coöperatieve afnemersorganisaties niet de weg en daarover hoor je de LTO niet. Want bestuurders uit het oude netwerk zijn druk met onder tafel vegen wat hun eigen rol is geweest in het stikstofdrama. Aalt Dijkhuizen, de voormalige voorzitter van de Wageningen Universiteit, stookt het vuurtje op door oude dogma’s te recyclen: ‘We moeten zoveel mogelijk gewas uit een hectare grond halen, zoveel mogelijk melk uit een koe. Natuur, biodiversiteit dat kan beter elders, wij moeten de wereld voeden.’ 

Beste meneer Dijkhuizen: de kudde is van richting veranderd. Te veel burgers worden ziek van de geneesmiddelen die nodig zijn om veel dieren dicht bij elkaar te houden. Mensen, dieren en planten worden benauwd van het gif en de mest die de landbouw over onze wereld uitstrooit. De wereldmarkt gaat echt niet beter betalen voor onze melk. Ja, er is honger in de wereld. Maar dat is een verdelingsprobleem – heel wat anders dan toen u jong was en als doctor ingenieur in het middelpunt van het agro-universum stond. Liefst 40 procent van het geproduceerde eten wordt heen en weer gesleept over de aarde zonder ooit ergens een hongerige maag te voeden. Wel wordt er aan verdiend door bedrijven waar u nu in de advisory board zit. 

Boeren zitten als kikkers in een pan met steeds heter wordend water. Ze blijven het verhaal van de industrie en de boerenlobby vermenigvuldigen en stikken van woede. Ik zou zeggen: spring uit de pan en wend je steven. Neem je eigen verantwoordelijkheid. Net als mijn slager en vele anderen. Kringlooplandbouw, dat wordt de richting. Toon je ondernemerschap, ga werken met de natuur en kijk naar je bodem. Op zand groeide vroeger – zonder al die dure gif- en mestmengsels – wat anders dan op klei. Herstel die balans. Toon je een vakman/vakvrouw. Verlaat de route van maximale productie. Stoom op naar optimalisering van je eigen opbrengst.

‘Dit hebben wij zo met zijn allen gecreëerd en we zullen het ook met zijn allen moeten oplossen’, zei Erisman. Zo is het. Niet alleen de boeren moeten uit die pan met steeds heter water springen, ook wij moeten andere deuren openzetten. Hoe? Wees creatief. Scheid de bokken van de schapen en zorg dat wie mee wil in de transitie ruimte en steun krijgt. Vorm daarvoor een stevig fonds en vul dat met de belasting die bedrijven betalen die zich niet willen aansluiten in de ‘kringlooprij’. Stort daarin bijvoorbeeld de EU-subsidie en exportfaciliteiten waar zij geen recht meer op hebben. Want lucht-, bodem- en watervervuilers moeten zichzelf maar redden op de vrije wereldmarkt. Waarom boontjes uit Peru vrijstellen van de btw als ze daar tot vervuiling en ellende leiden? Zo simpel kan het zijn. Draai aan de geldknop en je zult zien dat de agro-industrie en LTO razendsnel oversteken. Laat doctor ingenieur Aalt Dijkhuizen maar boos staan wezen voor een dichte deur.

Eerdere blogs: De ene boer is de andere niet, Natuurboeren, een soort apart