De wereld om hen heen veranderde de afgelopen negentig jaar. De tijd gleed voorbij en zij veranderden mee, maar bleven ook gelijk. Het leven is als de zee waaraan ze wonen. Altijd in beweging, altijd aan verandering onderhevig, en altijd gelijk. Hessel en zijn vrouw Durkje Bierma uit Holwerd blijven de wereld blijmoedig tegemoet treden, wat er ook op hun pad komt.

Hessel wordt geboren in 1927, zijn vrouw Durkje in 1935. De twee zijn inmiddels zestig jaar getrouwd.

Toen Bierma en zijn vrouw Durkje hun huisje in Holwerd betrokken hadden ze geen gas, geen water. ‘We leven nu in een geweldige tijd’, zegt Bierma opgetogen. ‘We zijn rijk, hoor.’ Zijn vrouw en hij maakten van het huis – ook zonder gas – een warm thuis. Met veel zware eikenhouten meubelen, kleden en lijstjes met foto’s van geliefden die het leven verlieten. Ze hebben hier altijd genoeglijk gewoond. Bierma: ‘Dat komt vooral uit jezelf.’ Je kunt omringd zijn met allerlei luxe en alsnog ongelukkig zijn.

Bij het stel staat voor goed volk de deur altijd open. De koffie is gezet. Bierma probeert de chocolaatjes te slijten. ‘Hier, neem er nog maar een.’ Hij heeft stralende ogen, met iets nieuwsgierigs en ondeugends. Zijn vrouw Durkje is zachtaardig en opgewekt. Hessel Bierma voert doorgaans het woord, maar als zijn vrouw iets vertelt, kondigt hij steevast aan dat er iets geweldigs aan zit te komen. 

Het stel had een groenten- en fruitzaak in het dorp. Bierma reed met de kar langs de deuren. Hij deed door de jaren heen veel mensenkennis op. ‘Ik kwam wel bij tweehonderd huisvrouwen langs’, zegt hij met een grijns. ‘Ik weet van alles, maar ik ga je niks vertellen.’

Hij vond het werk fantastisch, hij houdt van menselijk contact en respecteert eenieder die hij treft. Geloof, achtergrond, overtuigingen. Het is voor hem niet van belang: ‘Ik zie jou als mens’, zegt hij. Hij ziet Friezen als een gastvrij volk, vriendelijk en warm. Hij zegt: ‘Ik geloof dat karakter in veel gevallen aan de grondsoort is gebonden. Hoe zwaarder de klei waarop men woont, hoe zwaarder het gemoed van de mensen die er wonen.’

Bierma zag in zijn leven de tijd verstrijken.

Hij zag het karakter van het dorp veranderen. Voorheen zaten ze met een grote zaak midden in het dorp; net als de bakker, de slager en de kruidenier. ‘Het was in een keer gebeurd’, zegt hij rustig. Het grootwinkelbedrijf nam de bedrijvigheid over. Dat was nu eenmaal zoals het ging.

Hij zag de boerenknechten vertrekken. Industrialisatie bracht tractoren die het werk van de landarbeiders overnamen. ‘De knechten werkten voortaan in de hoogovens. In die tijd was er veel armoede. De lonen waren laag. Met het verstrijken van de tijd veranderde ook de manier waarop tegen boeren werd aangekeken. ‘Vroeger zei je u tegen een boer’, zegt Bierma. ‘Zo’n man had veel status.’

Hij zag de mensen met verschillende geloofsovertuigingen na de oorlog langzaam naar elkaar toe trekken. Holwerd was daarvoor nog in tweeën gesplitst. ‘Eerder mochten de kinderen van verschillende geloven niet met elkaar spelen. Je kende elkaar niet. Ieder had zijn eigen school, zijn eigen feest.’

Hij zag de afgelopen tien jaar Holwerd opnieuw leeglopen. Veel mensen vertrokken, voorzieningen gingen dicht en het dorp verloederde. Tot voor kort. Holwerd aan Zee, het plan om de Waddendijk door te steken en het zeewater weer terug in het dorp te brengen, is de aanzet voor de zoveelste verandering. ‘Het wordt hier straks een recreatieoord’, zegt Bierma. Hij vindt het prachtig. De vier mannen die de kar trekken zijn maar ‘heel gewone jongens’, maar ze kunnen heel goed logisch nadenken, zegt Bierma. Het dorp staat achter de mannen. Ze zien wat Bierma ook ziet: ‘Er moet iets gebeuren.’

Vandaag de dag kun je in Holwerd bijna geen huis meer kopen. Alleen het verhaal en het perspectief dat Holwerd aan Zee met zich meebrengt is genoeg om het dorp weer leven in te blazen. ‘We krijgen steeds meer vrije tijd en mensen stikken van het geld. De Waddeneilanden worden overspoeld met toeristen. Laat ze hier maar komen. Dat biedt werkgelegenheid.’ Bierma verheugt zich nu al op de drukte en gezelligheid, op de bedrijvigheid. 

En de toekomst? Heeft hij door de jaren heen het klimaat zien veranderen? Nee. Hij gelooft niet in klimaatverandering door menselijk toedoen, maar, zegt hij later: ‘Multinationals overspoelen de wereld. Mensen verprutsen het voor zichzelf. Ze lopen achter hun eigen begrafenis aan.’ Een korte stilte. ‘Als het had gemogen, hadden ze morgen alles weer opgetuigd om te gaan boren.’ 

Hij wil er niet te lang bij stilstaan. Richt zich liever op het positieve. ‘We hebben een mooi huisje, alles is gelijkvloers. Ik ben gelukkig in de liefde. Wat wil je nog meer?’

De Waddenzee verdrinkt. Hoe kijken kustbewoners naar de zee? Vrezen ze de stijging van de zeespiegel of laat die hen onberoerd? Carlien Bootsma liep in een aantal weken de Waddenzee rond en schrijft daar een serie verhalen over. De kustbewoners die haar pad kruisten, vertellen wekelijks hun verhaal op onze website.

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl).

In april blikt Carlien Bootsma terug op haar wandelingen langs het Wad in een essay in het tijdschrift Noorderbreedte.