De wind dreunt tegen het huisje van Richard Gorter op West, Terschelling. Vanuit zijn woonkamer is een woelend wad te zien. Het is een stormachtige dag vandaag, maar Gorter is niet onder de indruk. Hij kent de kracht van de natuur. Van de zee.

‘Water moet je leren kennen’, zegt hij. Gorter spreekt met jeugdige intonatie. Vol enthousiasme en met warme stem. Hij heeft vanaf jongs af veel respect voor de kracht van water. Toen Gorter een vijfjarig jongetje was speelde hij op een vlotje op zee. Hij gleed er af. Paniek. Hij is toen op het nippertje gered door een voorbijganger. Sindsdien vreest en koestert hij de zee. ‘Ik heb gezien hoe prachtige zeeën konden veranderen in woeste kolkende massa’s.’

Hij heeft zijn leven op zee gesleten. In de grote vaart, en de laatste jaren als loods die het plaatselijke vaarwater goed kent en schippers helpt bij het navigeren. Sinds zijn pensioen houdt hij zich vooral bezig met Internationaal Zeerecht. Al is die loodsende eigenschap niet verdwenen. Hij leidt graag, helpt anderen in woeste wateren navigeren, wil bijdragen. Goed doen. 

Gorter vertelt over de wisselwerking tussen mens en natuur op de eilanden. ‘Er ontstaat druk’, legt hij uit.  ‘We moeten sturing geven om dat moois te behouden, betoogt hij. We halen te grote aantallen mensen naar de Wadden en men gelooft niet dat de emmer vol kan zijn.’ Hij laat een stilte vallen. Kijkt indringend. ‘Dat is op de eilanden wel het geval. De grens aan de groei is bereikt, al is dat nog zo moeilijk om onder ogen te zien.’ Als je dicht bij de natuur leeft, dan weet je hoe het in elkaar steekt, dan weet je waar de grens ligt.

Gorter ziet de eilanden als grote schepen, die je zeewaardig moet houden. En dat is hard werken. ‘Maar als je een eiland en al zijn waarden behoudt, heb je goud in handen.’ Hij zegt: ‘En we zijn kwetsbaar hoor, mensen hebben dat niet zo in de gaten. De eilanden zijn maar zandvlakten in een woeste zee. En daarnaast: onze eilanden en de Wadden zijn een barrière voor de vaste wal.’

Hij legt uit dat veel eilanders een vrij laconieke instelling hebben. Ze zijn niet zo snel onder de indruk. Zeevarenden krijgen het als een van de eerste lessen mee: observeren, nadenken en dan doen. Het is een levenshouding. Al heeft het ook een keerzijde. Wellicht sta je door die onbekommerde instelling minder vaak stil bij de gevaren die in de toekomst op je afkomen. Het gaat wellicht vandaag niet stormen, maar er zit wel noodweer in de lucht.

Gorter is er wel mee bezig: hij denkt veel na over klimaat en zeespiegelstijging. Ook hij ziet de verontrustende beelden en leest de verhalen. Al zegt hij er wel bij dat het van groot belang is dat de berichtgeving juist is. ‘We moeten met elkaar reële gevaren onderkennen en die bestrijden. Ik hoor veel waarvan ik denk: is dit wel zo?’

Hij ziet iets anders waar hij zich zorgen over maakt, het gevolg van de volgende twee effecten: de gemiddelde hoge waterstanden én de meteorologische effecten op het Noordelijke halfrond.  Gorter legt uit dat de Noordzee een soort trechter is. En met een stormgebied boven de Noordzee, wordt het water naar onze kust gestuwd. Het water wordt dan afgevoerd naar de Straat van Dover. En nu komt het: als er een groot en langdurig stormveld in het noorden ligt, en daarnaast ook nog storm in het Engelse kanaal, dan kan ons water niet meer weg. ‘En dan kan het nog maar een kant op; omhoog.’

En wat zeespiegelstijging betreft: ‘Ik heb mijn hele leven dit gebied mogen waarnemen, en de gemiddelde zeespiegelstijging is twintig centimeter geweest in dit gebied de afgelopen eeuw, maar we hebben ook allerlei estuaria afgesloten, de Zuiderzee en de Lauwerszee, dat heeft ook effect gehad. Als er komende eeuw 50 centimeter bijkomt, dan is dat behoorlijk veel. Maar dat kunnen we qua technologie en financiën bijhouden.’

Het wordt volgens Gorter in de toekomst wel de vraag wat we ervoor over hebben om de gebieden te behouden. Hoeveel geld en moeite willen we er tegenaan gooien om de Wadden te behouden, de kustgebieden en de eilanden?  ‘Wil je je schip zeewaardig houden, dan zul je er hard voor moeten werken. Veiligheid kost tijd en geld.’

De Waddenzee verdrinkt. Hoe kijken kustbewoners naar de zee? Vrezen ze de stijging van de zeespiegel of laat die hen onberoerd? Carlien Bootsma liep in een aantal weken de Waddenzee rond en schrijft daar een serie verhalen over. De kustbewoners die haar pad kruisten, vertellen wekelijks hun verhaal op onze website.

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl).

In april blikt Carlien Bootsma terug op haar wandelingen langs het Wad in een essay in het tijdschrift Noorderbreedte.