Leave P., aan onze keukentafel kijken we uit over het weiland waar jij over tien jaar jouw koeien hebt lopen. Dat hopen wij echt. Jij bent een boerenzoon, een echte. Al vanaf dat jij op de kleuterschool zat, weet iedereen die jou zag spelen wat jouw lotsbestemming is. Binnenkort word je vijftien en mag je misschien wel alleen op de trekker, meehelpen op lange, late avonden grasmaaien.

Je vader twijfelt of dit je voorland moet zijn, want zoals het nu gaat op zijn bedrijf kan het eigenlijk niet verder, terwijl het van de bank wel zo verder moet. Wij zien zijn spagaat, de angstaanjagende investeringen, de vampiers van de agrarische industrie. Wij begrijpen dat hij zich voelt alsof hij in een fuik is gezwommen. We zien hoe hard hij werkt, hoe hij van alle markten thuis moet zijn om dit bestaan het hoofd te bieden. Het pad dat hij volgde – op advies van de zuivelcoöperatie, de bank, de familie – bleek een snelweg naar efficiency, maar wel een heel gevaarlijke.

De polder waarin wij wonen, in het Friese veenweidegebied, zucht zomer na zomer. Na maanden van regen staat het land blank, maar de sloten zijn leeggemalen en de ondergrond is nog altijd droog als stof. Met scheuren in de grond die vollopen na regen, maar nooit meer lijken weg te trekken. Met ontelbare muizen als verwoestende hoofdbewoners, het overige bodemleven verstikt in verplichte drijfmestinjectie. En we blijven maar zakken, 3,5 millimeter per jaar.

Behalve je vader weten ook de bank, de overheid en iedereen die weleens in dit weiland komt dat het zo niet verder kan. Wij, als betrokken burgers en activisten voor duurzaam en gezond voedsel van dichtbij, mogen dan komen meedenken over de stip aan de horizon. Maar ‘we moeten de wereld voeden’ en ‘we moeten de weidevogel redden’ zijn stippen aan beide einden van het landbouwspectrum. En dan zijn er nog de oude stippen (‘nooit meer honger’ en ‘de coöperatie boven alles’) en talloze nieuwe stippen (de stikstofstip en de korte-ketenstip).

We snappen dat je vader twijfelt, maar wat we voor jou zo graag willen, lieve P., is dat je boer wordt in een landschap vol kansen. De waarde van het land is zo oneindig veel groter dan de 50 duizend euro per hectare die je vader daarvoor in de boeken heeft staan. De waarde van het land is identiteit, al dan niet geërfd, het is de grondslag van ons bestaan. Het land heeft harde waarde – euro’s, mineralenbalans en andere kostprijsindicatoren. Maar het heeft ook zachte waarde – de schoonheid van het landschap, ademruimte, stilte. Dus voor jou en voor de toekomst van onze eigen kinderen, blijven we meepraten over die stippen op de horizon, tot we er scheel van zien.

Sinds wij aan deze zelfde keukentafel besloten dat het te gek voor woorden is dat de koeien aan de andere kant van de sloot melk produceren voor Chinese baby’s en Duitse plakkaas en wij daar geen druppel van te drinken kunnen krijgen, noemen we ons voedselactivist. We organiseerden culinaire evenementen, we deden onderzoek, interviewden alle boeren uit de buurt en mobiliseerden burgers om meer lokaal voedsel te kopen. We werden medeoprichter van de Friese Voedselbeweging om met burgers, boeren en maatschappelijke organisaties de voedseltransitie kracht bij te zetten. En we schreven voor Noorderbreedte over onze expedities naar de koplopers van de korte keten.

Zo weten wij dat je vader niet de enige is die zucht onder het systeem. We zochten de producenten op die het anders doen, hun eigen weg zoeken buiten de gebaande paden. De ambachtelijke kaasmaker die stuit op regels die gemaakt zijn voor fabrieken die kaasmaken per zoveel ton. De kruidenkweker die weigert zijn ziel te verkopen aan de supermarkt, om koste wat kost de kringloop van het bedrijf intact te houden. De bakker die haar prachtige desembrood nauwelijks voor boven de kostprijs kan verkopen, omdat de klanten supermarktbrood gewend zijn en niet meer weten hoe een echt brood smaakt.

Het is gemakkelijk te zeggen dat het gedoe in de marge is wat deze koplopers doen met hun kleine bedrijfjes en marginale omzet, maar het tegenovergestelde is waar. De koplopers van de transitie banen de weg voor de massa. Zij laten zien wat niet in eerste instantie voor iedereen duidelijk is. Door klein te beginnen, te oefenen met wat werkt en te laten zien dat het kan, openen ze deuren voor anderen. Dat vinden wij niet alleen, maar dit is de basis van de theorie van Katrien Termeer, hoogleraar bestuurskunde van de WUR en kroonlid van de SER. Haar Small Wins-theorie laat zien dat kleine stapjes de sleutel zijn tot de transitie. Goede nieuwe dingen doen, in plaats van dezelfde dingen beter doen. Wat op het oog een marginaal experiment lijkt, is in de kern de basis van een systeemverandering. Een small win komt niet vanzelf: wrijving en barrières overkomen hoort er bij. Maar vertel dat maar eens aan die innovatieve ondernemer die zijn zaken ziet stranden in de woestijn van de remmende voorsprong.

Een groeiende groep consumenten ziet de waarde van wat deze koplopers doen. Heel voorzichtig beginnen de dingen te schuiven. Net als in de energietransitie ontstaan gemeenschappen van goedwillende buurtgenoten die met eigen koopkracht het verschil willen maken. Gezamenlijke lokale inkoop is het begin van een systeemverandering. Door een eerlijke prijs te betalen voor duurzame productie in eigen gebied, krijgt de ecosysteemdienst die de boer levert concrete waarde. Door later te maaien voor de kuikens, het waterpeil omhoog te brengen, ruimte te laten voor plasdras en vogelbosjes neemt de opbrengst per hectare af, maar gaat de natuurwaarde omhoog.

Burgers die zich organiseren om de verandering die zij willen zien in de wereld werkelijkheid te maken, dragen wezenlijk bij aan het draagvlak voor de verandering, weten we sinds het onderzoek naar de rol van de Friese energiecoöperaties van Beau Warbroek (TU Twente). De consument geeft met zijn voedselcoöperatie de producent de kans een andere afzet te vinden, al zijn we niet zo naïef te denken dat dat op korte termijn een alternatief is voor Chinese baby’s en Duitse plakkaasliefhebbers. Maar dat hoeft ook niet, want die betrokkenheid dient een ander doel, namelijk bewustzijn van de eigen rol in het voedselsysteem.

Het hele Nederlandse landbouwareaal vertegenwoordigt een waarde van 84 miljard euro. Als het rendement per hectare bij natuurinclusieve landbouw daalt met de helft, zou met een transitiefonds van 42 miljard euro deze omslag al werkelijkheid kunnen worden. Ter vergelijking: de EU-landbouwsubsidies bedragen jaarlijks 59 miljard euro. Voor dat geld kunnen we de landbouw krijgen die de vruchtbaarheid van de bodem herstelt, die de biodiversiteit doet bloeien en die werkelijk voedt. Nu is het nog zo, bleek uit onderzoek, dat waar het EU-geld naartoe gaat, de natuur juist veel te lijden heeft.

We liepen mee in de Kring-Loop op 14 januari, een wandeling naar Den Haag om het andere landbouwgeluid te laten horen. Met zestig organisaties spraken we ons uit voor de transitie naar kringlooplandbouw. We liepen daar ook voor jou, beste P. Tussen de blije boeren, van wie sommigen al veertig jaar biodynamisch werken. We waren zielsgelukkig dat nu eindelijk de omslag daar is. Want als we na al onze boerderijbezoeken een les geleerd hebben, is het wel deze: met ziel en zaligheid werken aan een dierbaar product dat met liefde gegeten gaat worden, geeft een bijzondere voldoening. En die voldoening inspireert, sterker nog: die inspiratie is besmettelijk.

Deze besmettelijke inspiratie, deze gedrevenheid voor gezonde koeien, lekkere melk, een levendig landschap, die wensen we jou toe. En hoe ziet onze veenweidepolder er dan uit als jij over vijftien jaar definitief de sleutels van de trekker krijgt? Die twee hectare tegen het dorp aan zijn als gemeenschappelijke productietuin in gebruik, waar het dorp biologische groente verbouwt. De natte laagte midden in de polder staat permanent onder water, een halve hectare waar je niet meer met de trekker kunt komen. De koeien maken er op een warme dag graag gebruik van.

Jouw runderen hebben een sleutelrol in dit landschap. Ze zijn zo vaak als kan buiten en piesen en poepen op verschillende plaatsen, zodat er veel minder stikstof vrijkomt door vermenging van urine en mest. De ruige mest die uit de stallen komt, heeft het organische stofgehalte in de bodem omhoog gebracht en is fantastisch nestmateriaal. De aanwezigheid van je koeien brengt insecten naar het land en hun mest voedt een rijk en gevarieerd bodemleven. Het permanente grasland is verrijkt met talloze plantensoorten, die met hun diversiteit zorgen voor een scala aan vetzuren en smaak en voedingswaarde in de melk. Kruidenrijke weides leggen meer CO₂ vast dan groene raaigraswoestijnen en dat is geld waard.

Rondom jouw boerderij groeien bomen. Het was een verrassing voor iedereen hoe smakelijk de koeien de jonge twijgen vinden en we zien ze genieten van de schaduw. Met de trekker hoef je nauwelijks meer in het land te zijn, want de koeien halen hun eigen gras op en mest uitrijden doe je maar een paar keer per jaar. Zo wordt de bodem niet verdicht en kan het water de bodem in, waar het veen langzaam weer verzadigd raakt.

Krachtvoer en kunstmest heb je al jaren niet meer nodig, wat een fantastische besparing bleek te zijn. Ook de verarmde oude maisakkers zijn intussen bijgetrokken, want je kent de grond op je duimpje en je teelt precies wat de bodem nodig heeft: granen en aardappels waar er klei op het veen ligt, lisdodde voor isolatiemateriaal in de natte poelen. Zo heb je een modern gemengd bedrijf gemaakt van je melkveehouderij. Je houdt de bodem bedekt en ploegt niet om bodemerosie tegen te gaan.

Gelukkig hoef je niet alles alleen te doen: een tuinder uit het dorp bekommert zich om de akkerbouwactiviteiten, zodat je tegenwoordig uit dezelfde hectares meer arbeidsplekken haalt. Van achter onze keukentafel zien we in de verte mensen opkijken van hun oogstwerk naar een zwerm wulpen die toevallig over vliegt. Er is leven in het land. Wat jij doet, heet al lang geen kringlooplandbouw meer. We noemen het agro-ecologie of regeneratieve landbouw.

We wensen jou en onszelf balans. In het land, het werk en het hele leven. Dat is onze stip op de horizon en daarvoor zitten we eindeloze vergaderingen lang aan tafel met wethouders, stuurgroepen en actiecomites. We tornen aan je vaders bedrijfsmodel en hij zal het niet zeggen, maar soms horen we hem denken: waar bemoeien jullie je eigenlijk mee? Van wie is nou eigenlijk dit land? De harde waarde van het land behoort aan je vaders bedrijf toe. Maar de zachte waarde – de rijkdom van het landschap, de rol in het ecosysteem, de stilte – is van ons allemaal.

Leave P., als je twijfelt, besef dan: het herstel van de bodem, de biodiversiteit en ons voedselsysteem zijn onlosmakelijk verbonden. We kunnen niet zonder je.

Wat wens jij voor de jonge boer in jouw omgeving? Of wil je hem/haar een vraag stellen of iets vertellen? Stuur je brief naar redactie@noorderbreedte.nl. Freya en Dorine maken een selectie van de mooiste brieven en schrijven een verslag van alle inzendingen.

Wij hebben buurjongen P. als personage samengesteld uit alle potentiële bedrijfsopvolgers (m/v) op agrarische familiebedrijven in onze omgeving.