Wadbewoners zijn nuchter over klimaatverandering
Tij, wind en water: het landschap verandert continu
Om vooruit te kijken heb je een overheid nodig die je kunt vertrouwen

Het was de zoveelste keer dat ik na urenlang researchen verdrietig in bed stapte. Boos. Overdag werkte ik op een boerderij in Drenthe, voerde ik de varkens en schapen. In de avond kroop ik achter mijn laptop om onderzoek te doen voor mijn wandeling langs de Waddenkust. En dat stemde allesbehalve vrolijk. De staat van onze aarde. Ruim 4,5 miljard oud. En wij, stelletje slopers, doen al haar pracht met onze hebberigheid teniet. Hoe hebben we het in godsnaam zo ver kunnen laten komen?


Normaal gesproken ben ik vrolijk, positief, maak ik me niet snel druk. Maar dit doorspitten van onderzoeksrapporten over klimaat en zeespiegelstijging deed mijn vrolijke gemoed smelten als sneeuw voor de zon.
Het rapport ‘De toekomst van de Waddenzee: een stijgende zeespiegel over een dalende bodem’, leert dat wadplaten langzaam verdrinken door het stijgende zeewater en de zakkende wadbodem. Dit gebeurt niet meteen, want op dit moment voert de stroming nog genoeg zand aan. Maar zodra de stijging van de zee sneller gaat dan het zand naar binnen spoelt, komen de platen bij eb op een gegeven moment niet meer boven water. Volgens de onderzoekers gebeurt dat als eerste in de westelijke Waddenzee, wellicht al over tien jaar. Andere wadplaten houden het langer vol, tot 2100. In een rapport van de Deltacommissie staat: ‘Het voortbestaan van de Waddenzee zoals wij die nu kennen, is niet vanzelfsprekend’.
Ik wilde erheen, naar het gebied waar ik zoveel van houd. Met al zijn weidsheid en eenvoud. Zijn dreigende luchten en grijsgroene water. Ik wilde over het Wad en zijn bewoners schrijven, hun een stem geven.
Ik wist dat de papieren werkelijkheid, die van onderzoeken en rapporten, nogal eens afwijkt van de werkelijkheid van bewoners. Laat mij dan naar bewoners luisteren, dacht ik. Naar mensen die werken op het Wad. Laat mij dan hun kant van het verhaal vertellen. En dus besloot ik te gaan lopen, om me helemaal in het verhaal te kunnen onderdompelen. Ik hoopte dat ik af en toe bij mensen terechtkon. Dat ze me voor even wilden binnenlaten in hun leven.
En dat is gelukt. Ik stapte bij tientallen mensen over de drempel.

Afgescheept

Voor ik vertrok, vermoedde ik dat niet veel mensen aan de oevers wakker zouden liggen van de stijgende zeespiegel. Maar dat niemand zich druk maakt en dat het merendeel menselijke invloed op klimaatverandering ontkent, dat heeft mij verbaasd.
Hoe kan dat? En wat drijft zeelieden om klimaatverandering grote onzin te vinden? Na een maand rond de Waddenzee te zijn gelopen, begrijp ik dat beter. Om dat te verhelderen moeten we eerst een stap terug.
De Zoutkamper visser repareerde in het voorjaar van 2015 zijn netten op de kade in het Noord- Groningse vissersdorp. Collega Nina van Oostrum en ik werkten aan de documentaire Afgescheept, over de strijd die de Zoutkamper vissers leverden tegen de overheid. Zij zijn het niet eens met de in hun ogen oneerlijke gang van zaken. Met de overheid hadden ze afspraken gemaakt over het sluiten van visgebieden, maar diezelfde overheid had die afspraken pardoes van tafel geveegd. En daar kunnen de vissers niet bij, zij verweerden zich door een rechtszaak aan te spannen tegen de staat. Ik herinner me de emotie van de netten boetende visser nog zo goed; hoe moedeloos hij was toen hij de volgende woorden uitsprak: ‘Ik heb er helemaal geen vertrouwen meer in, zoals het gaat. Ik heb geen vertrouwen in de Staat Nederland.’ Zijn uitspraak was en is exemplarisch voor hoe beduveld de vissers, en andere zeelieden, zich voelen.
De mensen die ik trof, afgelopen maand tijdens mijn loop langs de Waddenkust, zijn een pracht slag. Rechtdoorzee. Ze draaien er niet omheen. Ja is ja. Nee is nee. Ik vermoed dat leven aan zee een weerslag heeft; de zee kent geen genade, en als je hem niet respecteert straft hij je genadeloos af. Je moet hier op iemands woord kunnen varen. En dat zie ik terug aan land. Er wordt gehandeld. Gewoon gedaan. Het zijn doorzetters. En ze zijn bijzonder sterk en veerkrachtig, ze zijn gewend om te leven met de zee, om zich net als de stranden en duinen te vormen naar wind en water. Zoals al eeuwen het geval is, ook in de tijd dat ze nog op terpen en wierden woonden, wisten ze te leven met de zee. En dat doen ze nog altijd.
Wadbewoners leven midden in de veranderende natuur, zijn een met tij, wind en water. Zij kennen de grilligheid en kracht van de zee, weten waar de grenzen liggen. Wellicht voelen zij minder de behoefte om alles vast te leggen of vast te houden.
Wadbewoners houden zich het liefst ver van gekonkel en gedraai. Toch krijgen zij daar wel veel mee te maken. En dat gaat tegen hun natuur in. Ze zijn wars van overheid, van politici die – om hun beleid te onderstrepen – wapperen met het wetenschappelijk onderzoek dat hun het beste uitkomt. Eerst worden ze verplicht duizenden euro’s te investeren in technieken om bijvangst onderdeks weer te lozen, en dan ineens krijgen ze van Europa opgelegd dat alle ondermaatse vis weer mee naar de wal moet. Waanzin, vinden ze dat. Veel liever lossen ze het zelf op. Gooien ze de trossen los en laten ze de vaste wal – en het gekakel – ver achter zich.

Op zee zijn zij de baas

Het viel mij op dat zij uitgaan van wat ze zelf zien, wat ze ervaren. De oud-walvisvaarder van 91 begreep niks van al die ophef over klimaatverandering. Sterker nog: hij ergerde zich dood aan al die paniek. Hij zei: ‘Ik spreek de mannen die op de veerboot varen en een paar keer per dag het Wad oversteken. En zij zien het alleen maar ondieper worden. En dan zegt zo’n Waddenclub (Waddenvereniging, red.) dat wadplaten verdrinken.’ Hij ging steeds harder praten. Hij zei: ‘Wie moet ik dan geloven? Die club heeft geen idee wat er speelt op zee.’ Hier speelt het verschil in tijdshorizon. Het klopt inderdaad dat het steeds ondieper wordt op zee, al komt er in de toekomst een punt waarop de zeespiegel sneller stijgt dan het zand en slib de Waddenzee in kan spoelen. Dat gebeurt niet van vandaag op morgen, maar de komende decennia.
Misschien speelt ook wel mee voor de mensen die ik sprak, dat ze klimaatverandering niet als een acuut probleem zien. En dat ze er eigenhandig niet zo veel aan kunnen doen. Om met de woorden van een oud-vuurtorenwachter te spreken: ‘Dat de zeespiegel opkomt, is een vaststaand feit, maar welk gevolg dat heeft valt moeilijk te zeggen. Ik ga als persoon niets doen aan deze krachten. En een paar mensen rond de Waddenzee ook niet. Verandering is inherent aan het leven aan zee. Het eiland verandert, mensen veranderen. Als het klimaat dan ook nog verandert, is dat een gegeven.’ Wadbewoners leven met de dag. Daarbij maken ze zich niet snel druk. Ze leren van jongs af aan niet bang te zijn. Angst is een basishouding voor een landrot, voor iemand die nog nooit de zeeën heeft bevaren. Bang zijn is op zee wel het laatste wat je moet doen. Je moet altijd blijven nadenken, bekijken waar de risico’s liggen en daarnaar handelen. Angst kan je in een vliegende storm de kop kosten.

Strijdbaar volk

Dat neem ik mee van mijn wandeling. Het belang van goed blijven nadenken. Met paniekvoetbal is niemand geholpen. We moeten zorgen dat we vanuit gezond verstand redeneren. Niet uit angst. Niet voor de korte termijn: die kortetermijnregeltjes blijven als een visgraat in de strot haken. Lange termijn, lange lijnen. Diep nadenken, en dan handelen.
Voor de veerkracht van de aarde als systeem is het van belang dat we ver kunnen kijken. Dat het beleid consequent is. En daarvoor is vertrouwen nodig. Vertrouwen in goed beleid, vertrouwen in de overheid, in elkaar, in ons eigen kunnen.
Als ik langs de dijk liep, dacht ik er veel na over hoeveel zin het heeft om bewust keuzes te maken. Om zo eenvoudig mogelijk te leven, hoeveel zin heeft dat op een aarde die zo groot en verschillend is?
Als ik terugdenk aan de tijd dat ik nog druk was met researchen, en hoe mismoedig dat soms maakte, ben ik zo blij met de ontmoetingen van afgelopen maand. Ik zag een strijdbaar volk. Ik trof mensen die inzetten op samenwerken met de natuur, zoals Hennie uit Harlingen die zeewier gaat telen om het niet uit het Wad te hoeven onttrekken. Aan de eilandschilder op Vlieland die een met de natuur is. Mensen die strijden voor een betere aarde. Voor een toekomst. Ze strijden om hun cultuur te behouden, zoals garnalenvisser Henk Buitjes die zo hard vecht tegen de steeds groter wordende regeldruk, of de Waddenschilder met zijn gevecht tegen gasboringen in zee. Ze zijn buitengewoon principieel en strijden omdat ze vinden dat hun en hun gebied tekort wordt gedaan, omdat ze op iemands woord willen kunnen varen. Prachtig en ontroerend vind ik het: Wadbewoners laten zich niet zomaar wegspoelen.

Kleine successen

Het is volgens schrijver Jonathan Franzen belangrijk ‘kleine, lokale veldslagen te voeren’ waar de kans op winst realistisch is. Zijn advies: doe wat juist is voor de planeet en probeer te redden waar je van houdt − een gemeenschap, een instelling, een plek − en koester kleine successen. Ik leerde van de mensen die ik ontmoette om door te strijden. Ik vertrouw met heel mijn hart op ons kunnen. Op onze veerkracht.

Lees de portretten van de mensen die Carlien Bootsma onderweg tegenkwam op noorderbreedte.nl/carlienbootsma