Het belangrijkste deel van het agrarische Friese landschap bevindt zich onder de grond. Het wordt aan het zicht onttrokken door grassen en gewassen. Alleen in de winter wanneer de oogst binnen is gehaald en de akkers er kaal en aangeharkt bij liggen is er iets te zien van dat ondergrondse landschap. Maar dan nog, de miljarden organismen die daarin leven, blijven op misschien een paar wormen en springstaarten na, voor ons blote oog onzichtbaar. Desondanks is die bovenste paar centimeter grond van de bodem zo ontzettend belangrijk. In het bovengrondse, zichtbare deel van het landschap heeft de afgelopen eeuw echter een enorme afname aan soorten plaatsgevonden door intensief landgebruik. Datzelfde geldt ook voor het ondergrondse deel waarvan we de gehele omvang niet eens kennen omdat de meeste soorten in een bodem uit bacteriën en schimmels bestaat, die we eenvoudigweg nog niet goed kunnen tellen en determineren.

In deze bijdrage beschrijven wij (bioloog en wormen-onderzoeker Jeroen Onrust en plantenecoloog Henk Jansen) een toekomstige wandeling door Fryslân. Daarbij is herstel van het bodemvoedselweb als uitgangspunt genomen en bepalend voor het gezonde landschap waar we doorheen wandelen. Maar eerst moeten we even kwijt hoe het bodemvoedselweb werkt.

Bodemvoedselweb anno 2020

Zowel bovengronds als ondergronds leeft het (het groene en bruine voedselweb). De afbraak van organisch materiaal vindt in de bodem plaats door een netwerk van allerlei soorten organismen met elk hun eigen functie. Het gaat om organismen die onzichtbaar zijn zoals bacteriën, schimmels, protozoa en nematoden, maar ook zichtbare organismen zoals springstaarten, mijten, potwormen en regenwormen.

Regenwormen zijn belangrijk voor het bodemvoedselweb. Door hun gegraaf en het uitscheiden van slijm en uitwerpselen zorgen ze voor een verbetering van de bodemstructuur. Daarmee creëren ze poriën en bodemaggregaten waardoor het leefbare oppervlak voor andere soorten uit het bodemvoedselweb toeneemt. Rode regenwormen (donker gepigmenteerde regenwormen ook wel strooiselwormen en pendelaars genoemd) zijn in het bijzonder belangrijk omdat ze ’s nachts plantenmateriaal aan het oppervlak verzamelen en vervolgens de bodem in te trekken waar ze het opeten en samen met de hulp van het bodemvoedselweb verder afbreken. Zonder rode regenwormen blijft het plantenmateriaal aan het oppervlak liggen en duurt de afbraak veel langer. Rode regenwormen zijn daarmee sleutelspelers die het vliegwiel van de voedingsstoffencyclus sneller doen draaien. Tevens zijn ze belangrijk voor de biodiversiteit, ook bovengronds omdat ze als voedsel dienen voor allerlei diersoorten.

Intensief landgebruik is nadelig voor het functioneren van het bodemvoedselweb. Door het berijden van bodems met zware machines vindt verdichting plaats en wordt de bodemstructuur negatief beïnvloed. Het veelvuldig beroeren van de bodem maakt de bodem droogtegevoeliger doordat de natuurlijke sponswerking van de bodem wordt aangetast. Samen met de ontwatering van het land en het veranderende klimaat resulteert dit tegenwoordig veelvuldig in bodems die zo hard zijn dat regenwormen in rust gaan en het voedselweb stil komt te staan. 

Ook kunstmest heeft nadelige gevolgen voor het  bodemleven want kunstmest zorgt ervoor dat planten voedingsstoffen kunnen opnemen zonder gebruik te maken van het bodemvoedselweb. Zo verschraalt het bodemvoedselweb verder. 

Toekomstwandelen

Stel je eens voor welke ecologische mogelijkheden er ontstaan wanneer het landschap niet meer voor de productie van dierlijke eiwitten voor de wereldmarkt hoeft te worden ingezet. Wat zien we dan wel groeien? Andere plantensoorten die voedsel leveren voor de Noordelijke regio én die tevens het landschap weerbaar maakt tegen de stijgende zeespiegelrijzing en het veranderende klimaat. Hoe zou dat eruit kunnen komen te zien en welke veranderingen in het (bodem)ecosysteem zijn daarbij te verwachten?

Om een beeld te geven hoe dat landschap er in Fryslân uit zou komen te zien, gaan we in 2120 van hoog naar laag wandelen .We beginnen  in het droge en hoge zandlandschap en eindigen aan de Waddenkust. We zullen de landschappen beschrijven die we tegenwoordig nog niet of nauwelijks in Fryslân tegenkomen, maar die met oog op de bodem en het klimaat een belangrijke rol zullen spelen.

Het droge zandlandschap: bos

We lopen opde uitlopers van het Drents-Friese keileemplateau, een van nature voedselarm landschap waar opbouw van organische stof langzaam gaat. Langs beken als de Tjonger, Linde en Boorn die vanuit het noordoosten naar het zuidwesten stromen, leidt een ander waterbeheer tot meer kwel. In de dalen komen moerasbossen voor die op de flanken in drogere typen bos overgaan. Hierdoor wordt water aan de bovenloop langer vastgehouden en ontlast het de beken bij neerslagpieken. Ook in het landbouwgebied groeien veel meer bomen dan in 2020. Waar ooit maïs groeide staat nu bos om de uitgeputte bodems weer te verplegen.

Nederland kent een beperkte bosbouwtraditie maar in deze streken liggen veel mogelijkheden tot bosuitbreiding. Bomen zijn niet alleen belangrijk voor de opslag van koolstof en voor de verkoeling in hete zomers, ze spelen ook een belangrijke rol in de voedselvoorziening. In de agrobosbouw worden bomen en struiken gemengd met akkerbouw, groenteteelt of grasland op hetzelfde perceel. Doordat bomen en struiken meerjarig zijn krijg je een permanente onverstoorde vegetatiestrook wat voor veel soorten gunstig is. Bladval van de bomen zorgt voor een stabiele toevoer van organisch materiaal, de doorworteling zorgt voor een structuurverbetering, afhankelijk van de soort wordt er stikstof vastgelegd en bomen bieden bescherming tegen wind- en watererosie. In agrobosbouw worden deze positieve effecten van bomen op bodemleven gebruikt voor voedselproductie en dit resulteert tevens in een verhoogde biodiversiteit.

We lopen verder langs een perceel dat je eerder zou bestempelen als natuur dan als landbouw, maar dat onderscheid is blijkbaar iets van vroeger. Er staan verschillende soorten bomen, een onderlaag van struiken en daar weer onder allerlei kruiden. Een groot deel van de aanwezige plantensoorten in dit voedselbos levert voedsel, denk aan kersen, hazelnoten, aalbessen, aardperen, etc. Daarnaast staan er ook soorten die veel bestuivende insecten of plaag bestrijdende vogels aantrekken.

Wanneer er een plantengemeenschap gecreëerd wordt van eetbare bomen, struiken en kruiden kan een hoge voedselproductie gerealiseerd worden doordat al die soorten juist ook samenwerken. Er is een uitgekiend ecosysteem gecreëerd dat zelfs op zandgrond tot een veel soortenrijkere bodem zal leiden die tevens meer weerstand tegen verdroging heeft door de bufferende werking van het verhoogde organische stofgehalte. Het blijkt dat in een relatief korte periode al een enorme meetbare toename van diersoorten op kan treden. In zijn dissertatie pleit Smit (M. Smid, De duurzaamheid van de Nederlandse landbouw) om landbouw en natuur weer te verweven en een deel van de huidige natuurgebieden in te zetten als bron voor toekomstig voedsel. Met het benutten van het vlees van Schotse Hooglanders en andere grazers gebeurt dit al, maar dit kan sterk worden uitgebouwd in de plantaardige richting met eetbare vruchten en zaden zoals op steeds meer plaatsen in Nederland momenteel in de praktijk wordt gebracht bij de nieuwe voedselbossen. Voordeel is ook dat weer meer mensen in hun directe omgeving met de voedselvoorziening te maken krijgen.

Door het opwarmende klimaat komen we ook nieuwe gewassen tegen. Een nieuwe teelt die op de zandgronden al jaren met succes wordt uitgeoefend is die van wijn. In Twijzel* vind je de noordelijkste wijngaard van Nederland . waar een prima witte wijn wordt gemaakt van  zes druivenrassen. We zien daarnaast niet alleen een grotere diversiteit aan landbouwgewassen, maar ook aan landbouwhuisdieren. Een stichting als Freia in Fryslân houdt zich bezig met het in stand houden van oude landbouwhuisdieren die in deze vormen van landbouw weer een belangrijke rol kunnen spelen. Naast paarden, worden ook weer oude robuustere runderrassen gebruikt en varkens voor grondbewerking/onkruidonderdrukking die het voordeel hebben dat ze niet voor bodemverdichting zorgen. Na een aantal dagen het bosrijke zandlandschap te hebben doorkruist zetten we in de volgende bijdrage koers naar de lagere en uitgeveende delen van Fryslân.

* www.frysling.nl