De eerste wandeling door toekomstig Fryslan vind je hier.

Het veenweidegebied: water

Hoe verder we het Lage Midden van Fryslân binnenlopen, hoe opener en natter het landschap wordt. Vroeger werd het van het Drents-Friese keileemplateau afstromende diepe grondwater steeds weggepompt en uiteindelijk via diverse gemalen in de Waddenzee uitgeslagen. Dit kwelwater, dat van uitstekende kwaliteit is, is nu weer de motor voor een andere landschapsontwikkeling. Door het vast te houden en hogere grondwaterpeilen te hanteren zorgt het er vooral voor dat de oxidatie van de laatste plukjes veen in de lage delen van Fryslân voor een groot deel tot stilstand is gebracht.

Veen wordt gevormd onder natte omstandigheden waar de afbraak van plantaardig materiaal langzamer gaat dan de ophoping. Veenbodems bevatten daarom hoge gehaltes aan organische stof. Wanneer de bodem ontwaterd wordt komt er meer zuurstof in de bodem en gaat het bodemvoedselweb het organische materiaal verteren (oxideren) en daarmee verdwijnt het veen en daalt de bodem. In sterk verzuurde veenbodems is de activiteit van micro-organismen een stuk lager en neemt ook het aantal regenwormen hard af. Hoewel ze een stuk kleiner zijn, nemen potwormen (kleine witgele wormpjes die met het blote oog nog zichtbaar zijn) de ecologische functie van regenwormen over in verzuurde bodems.

Vernatting kan weer  zorgen voor een minder zure bodem waardoor het bodemleven weer actiever wordt. Echter wanneer de bodem permanent of een groot deel van het jaar onder water staat houden regenwormen het weer voor gezien. Hoewel ze fysiologisch gezien prima in water kunnen overleven, prefereren ze toch drogere omstandigheden vanwege het hogere voedsel- en zuurstofgehalte. Door de lage zuurstofgehaltes in de bodem krijgen micro-organismen die ook onder zuurstofarme omstandigheden kunnen overleven de overhand. Uit een recent verschenen studie naar veenafbraakprocessen is gebleken dat de kwaliteit van het water waarmee men een verdroogd veengebied vernat van grote invloed is op de gewenste halt wat men de veenafbraak wil toeroepen. Er zijn in dit onderzoek nitrificerende bacteriën gevonden die ook onder zuurstofloze condities nitraten (uit het slootwater) met koolstof (uit het veen) om kunnen zetten in nitraat en uiteindelijk stikstofgas, terwijl tevens koolstofdioxide gevormd wordt (wat we nu dus juist zo graag wilden voorkomen). Met andere woorden, de veenafbraak gaat (zij het in mindere mate) wel door. Wanneer er nu kwelwater met een heel andere waterkwaliteit in de veenpolders wordt opgezet is deze omzetting vermoedelijk een stuk geringer. De afbraak van organisch materiaal wordt vertraagd en uiteindelijk ontstaat er weer veen. Hoewel in het begin het veel sterkere broeikasgas methaan vrijkomt, zal dit uiteindelijk afnemen en wordt er bij echte veenvorming zelfs meer koolstofdioxide vastgelegd dan er vrij komt.

In dit natte weidse landschap genieten we van de kakafonie aan weidevogelgeluiden, waarbij vooral de keffende, schelle alarmroepjes van de Steltkluut opvallen die hun kroost fanatiek beschermen. Het is overigens aardig nat hier en zonder laarzen komen we hier op onze wandeling niet verder. Op de laagst gelegen plekken passeren we velden met lisdodde en typische kroosvarensloten en -bassins die hun karakteristieke paarse kleur tentoonspreiden.

Een dergelijke vernatting brengt ook nieuwe vormen van landgebruik met zich mee. In het project Better Wetter wordt momenteel met proefstudies in het Bûtenfjild ten noorden van Veenwouden onderzoek gedaan naar de teelt van Grote lisdodde (Typha latifolia). Deze plant is een van de vele mogelijke kandidaten om een biodiversere natte landbouw (ook wel paludicultuur genoemd) te ontwikkelen. De opbrengsten zijn in Fryslân hoog en het bouwbedrijf Draisma uit Dokkum is momenteel bezig met de productie van isolatiemateriaal op basis van deze plantensoort. 

In de Eetbare Watertuin op de Watercampus in Leeuwarden is de Noord-Amerikaanse moerasplant Breed pijlkruid (Sagittaria latifolia) in samenwerking met biologische kwekerij De Cruydthoeck uit Nijeberkoop gekweekt. Ook in Zegveld is deze soort al gekweekt in het Innovatiecentrum Veen dat daar gevestigd is. Breed pijlkruid zou een andere kansrijke kandidaat voor een dergelijke paludicultuur kunnen zijn. De knollen worden al honderden jaren door Noord-Amerikaanse Indianen in de herfst geoogst en als wintervoorraad bewaard in hun tipi’s. Met zalm als eiwitbron voorziet zij als een soort moeras-aardappel de bewoners van zetmeel. Ook in Aziatische keuken eet men deze soort. Momenteel wordt in samenwerking met Living Lab en Van Hall Larenstein verder naar de eigenschappen van het zetmeel in de knollen van deze planten gekeken. Door met waterbuffels te werken kan een mengvorm van dierlijke en plantaardige productie tot stand worden gebracht, waarbij de melk uit dit moerassige gebied als ‘Palustrella’ (mozzarella van het moeras) als Friese specialiteit wellicht een succes kan worden. 

Zo kan het toekomstige veenlandschap eruit zien. Illustratie Groenewoud & Buij

Een ander interessant gewas met het oog op kringlooplandbouw is de Grote kroosvaren (Azolla filiculoides). Dit enorm snel groeiend waterplantje is in staat dankzij een blauwalg in haar bladeren stikstof uit de lucht vast te leggen en vormt een kansrijke vervanger voor soja als eiwitbron voor vee. Er wordt op diverse plekken in het veenweide landschap al geëxperimenteerd met deze voor de landbouw nieuwe planten. Wereldwijd is kroosvaren een uiterst belangrijke soort en de verrijkende werking van deze plant was de Chinezen in 540 na Christus al bekend toen ze de soort combineerden met rijst wat in een hogere opbrengst resulteerde. Aan deze soort wordt in Nederland door onderzoekers van de universiteiten van Nijmegen, Utrecht en Wageningen gewerkt (zie ook: www.theazollafoundation.org). 

Nadat we de laagst gelegen gedeelten van Fryslân doorkruist hebben laten we het zompige veen achter ons en wandelen de kwelderruggen op van het oude zeekleilandschap waarvan in een volgende aflevering een toekomstbeeld geschetst zal worden. 

Een ander interessant gewas met het oog op kringlooplandbouw is de Grote kroosvaren (Azolla filiculoides). Dit enorm snel groeiend waterplantje is in staat dankzij een blauwalg in haar bladeren stikstof uit de lucht vast te leggen en vormt een kansrijke vervanger voor soja als eiwitbron voor vee. Er wordt op diverse plekken in het veenweidelandschap al geëxperimenteerd met deze voor de landbouw nieuwe planten. Wereldwijd is kroosvaren een uiterst belangrijke soort. De verrijkende werking van deze plant was de Chinezen in 540 na Christus al bekend toen ze de soort combineerden met rijst, wat in een hogere opbrengst resulteerde. Aan deze soort wordt in Nederland door onderzoekers van de universiteiten van Nijmegen, Utrecht en Wageningen gewerkt. 

Nadat we de laagst gelegen gedeelten van Fryslân doorkruist hebben laten we het zompige veen achter ons. Dan wandelen we de kwelderruggen van het oude zeekleilandschap op, waarvan in een volgende aflevering (op 11 augustus verschijnt die) een toekomstbeeld geschetst zal worden.