Into Nature
Weiteveen, de nieuwe schaapskooi op een koude novemberdag in 2019. De artistieke leiding van Into Nature presenteert trots de plannen voor 2020 aan de pers. Internationale kunstenaars zullen hun perspectief op het veen verwerken in unieke werken. Noorderbreedte vraagt de kunstenaars wat hen bindt aan het hoogveen, om zo een laag toe te voegen aan de verhalen over het vroegere gebruik ervan. Maar de antwoorden komen niet en de kunstwerken ook niet.
Heleen Haijtema fotografeert de plekken die deze zomer leeg blijven. Komen de kunstwerken misschien volgend jaar als de grenzen weer (een beetje) opengaan?

Een symbiose tussen kunst en landschap. Daarnaar zoekt de tweejaarlijkse Drentse kunstexpeditie Into Nature. In het Bargerveen hadden nu kunstwerken moeten staan, maar Covid-19 kwam ertussen. Toch blijft het Bargerveen als context een belangrijke rol spelen. Net als uit kunst kun je uit landschap inspiratie, troost en kracht putten. Dit is extra relevant in een tijd waarin we ons afvragen hoe we een weg kunnen vinden uit de coronacrisis.

Dus: wat kunnen we leren van het Bargerveen?

Het Bargerveen is een landschap vol sporen die nog maar kort geleden zijn achtergelaten. Het kwam pas in het derde kwart van de negentiende eeuw ‘aan snee’ en werd als laatste hoogveengebied in Nederland ontgonnen. Een snelle transformatie volgde. Binnen het Bargerveen is de opstrekkende verkaveling in het Schoonebeekerveld de oudste. Pas nadat de ontwatering van het gebied rond 1875 door kanalen op gang kwam, vestigden zich in het Meerstalblok de eerste boekweitboeren op het hoogveen. De kolonisten van Nieuw-Schoonebeek verlegden tegelijkertijd hun akkers steeds verder naar achter. Investeerders uit Amsterdam en een grote verveningsmaatschappij uit de Brabantse Peel zetten ondertussen de lijnen van een nieuw landschap uit: dat van de grootschalige verveningen in het Amsterdamsche Veld. Sporen van landbouw-op-veen en verveningssporen zijn dus parallel aan elkaar ontstaan. De sporen van bovenveencultuur, van systematische verveningen en van landbouw op dalgrond liggen naast elkaar.
De bewoning in het Bargerveen bereikte haar hoogtepunt tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Voor een deel kun je daarom zelfs stellen dat de ‘handtekeningen’ in het landschap van dezelfde individuen uit één generatie zijn. De inwoners van het gebied werkten in de vervening en verbouwden daarnaast bij hun huis op het ‘bovenveen’ gewassen als boekweit, rogge, aardappels. Ook hielden zij kleinvee, om zo veel mogelijk zelfvoorzienend te zijn. Deze handtekeningen zijn niet moeilijk te lezen als je weet waar je op moet letten. Zie je uitgegroeide eiken en kastanjebomen, verwilderde fruitbomen en vlier? Dan sta je bij een huisplaats. In het centrale gedeelte van het Meerstalblok zijn de voormalige boekweitakkers te herkennen aan de greppelstructuren; stroken pijpenstrootje in de heide geven aan waar de greppels lagen.

Aan werken en leven in het veen kleeft het hardnekkige beeld van schrijnende armoede en erbarmelijke leefomstandigheden. Het veengebied dat nu het Bargerveen vormt, werd in de jaren twintig bekend vanwege de ‘nood in de venen’, een crisis die beeldbepalend is gebleven.
Seizoensarbeiders woonden over het algemeen zeer eenvoudig. Als je maar één seizoen bleef, loonde het immers niet om te investeren in een degelijk huis. Deze ‘veenketen’ waren krap. Soms sliepen er vijf kinderen in één bed.
Echt een probleem werd dit toen in de jaren twintig de vraag naar turfproducten kelderde. De vraag naar brandturf was na een korte opleving tijdens de oorlog opgedroogd. Het veen uit Zuidoost-Drenthe werd gebruikt als turfstrooisel, uitermate geschikt voor paardenstallen. Zodra gemotoriseerd vervoer de paardentrams in de grote Europese steden verving en de oorlog voorbij was, stortte ook deze markt in. En dat terwijl er juist uit alle windstreken arbeiders waren afgekomen op het werk in het veen. De toegestroomde veenarbeiders zaten in Zuidoost-Drenthe in de val.
Begin jaren dertig leefde maar liefst de helft van de bevolking van de gemeenten Emmen en Schoonebeek van de steun of de werkverschaffing. Ook toen konden mensen terug­vallen op de overheid. Oplossingen: vertrek naar elders – Eindhoven of Enschede – of zelfs emigratie. Later bood de komst van industrie naar Emmen werkgelegenheid. En tot in de jaren negentig bleef er voor een kleinere groep werk in het veen.

Wat leert ons dit? Laat je niet uit het veld slaan, vertrouw op elkaar en zoek naar creatieve uitwegen. Zoals ze in Zuidoost-Drenthe zouden zeggen: gewoon doordoen.

Systemen uit de natuur gebruiken om menselijke toepassingen te vinden en te verbeteren, heet ook wel ‘biomimetica’. Veerkracht kunnen we in bange tijden goed gebruiken. Iedereen die weleens over hoogveen is gelopen, weet dat het letterlijk veert onder je voeten. Het Bargerveen toont ons de veerkracht van de natuur: hoe dit laatste stuk levend hoogveen van Nederland zich weer kan uitbreiden.
Er is ook figuurlijke veerkracht nodig voor het hoogveenherstel dat natuurbeschermers in dit gebied de afgelopen vijftig jaar met vallen en opstaan plegen. Hoogveen was aan het begin van de twintigste eeuw vooral een economisch landschap. Nadat er enige decennia geld is verdiend, zijn er vervolgens miljoenen geïnvesteerd in natuurbeheer en de aanleg van bufferzones, om precies het gevolg van die vervening voor het landschap te beperken en nog iets te redden. Het resultaat is een prachtig natuurgebied met een grote verscheidenheid aan planten- en diersoorten. Maar ook constante zorgen over inklinking en oxidatie, experimenteren met verschillende soorten dammen, met hydrologie en bufferzones. Een verhaal van lange adem, dat onophoudelijke inzet blijft vragen.

Wat leert ons dit? Als je iets belangrijk vindt, blijf er dan in investeren. Houd vol, heb geduld en blijf experimenteren.

Bij het Bargerveen markeren windmolens letterlijk de Duitse grens. Anno 2020 lopen we tegen nieuwe grenzen aan. Geografische grenzen, want opeens is het niet meer vanzelfsprekend grenzen binnen Europa, ook de Nederlands-Duitse, zonder meer over te steken. Maar ook grenzen aan de vrijheid om te gaan en staan waar je wilt en te ontmoe­ten wie je wilt. Welbeschouwd is deze tijd er sowieso een van grenzen.
Het Bargerveen zal als een van de weinige natuurgebieden een ‘boswachter van buitenlandse zaken’ nodig hebben, voor de samen­werking met de Duitse partners. Ten tijde van vervening was het Bargerveen juist een gebied waar de landsgrens in de hoofden van de grensbewoners minder aanwezig was dan nu. Dirkje Mulder-Boers beschrijft dit in haar pas verschenen boek De grens getrokken, over wonen en leven in de Noord-Nederlandse grensstreek. Grensbewoners spraken toen ongeveer hetzelfde dialect, nu spreken ze verschillende talen. Ze trouwden toen liever met iemand van hetzelfde geloof aan de andere kant van de grens dan met iemand van het andere geloof uit het eigen dorp. Dat ligt nu anders, er zijn nu veel minder contacten.
Na de crisis stimuleerde de overheid werkloze veenarbeiders om te gaan werken in Duitsland. Dat deden velen ook, al waren de verdiensten minder en moesten zij ook toen allerlei administratieve hobbels nemen. Nu leven Duitsers en Nederlanders meer met de rug naar elkaar toe dan destijds.

Wat leert ons dit? Wees je bewust van vrijheden. We zijn bijna vergeten hoe het was voordat er sprake was van vrij verkeer over de Europese binnengrenzen. Bewustzijn van het ‘grensdenken’ en investeren in contacten en samenwerking met de buren blijven belangrijk. Natuurbeschermers geven met hun internationale samenwerking het goede voorbeeld.

Een landschap dat in korte tijd volledig overhoop werd gehaald – in die zin leeggetrokken land – dat er nu ogenschijnlijk onaangeroerd bij ligt. In het eerste kwart van de twintigste eeuw was het hier een drukte van belang, nu is het onbewoond en desolaat.
Een landschap van rechte lijnen, waar de leegte je stil kan maken en kan bevrijden. Waar weidse stilte en rust heersen. Waar de kracht van de elementen de baas is. Waar de natuur je nederig kan laten voelen. Een wereld waar vader Hendrik-Jan zich vestigde in een eenvoudig onderkomen, zijn zoon Hendrik de boerderij overnam en diens zoons Hendrik en Jan heetten.

Wat ons dit leert? Een crisis komt altijd onverwacht. Accepteer dat je niet altijd alles in de hand hebt.

Volg noorderbreedte.nl
Zodra de kunstwerken er staan maakt Haijtema op dezelfde plekken weer foto’s. Je vindt de namen van de kunstenaars en de plek waar hun werk komt bij de foto’s.