Deze zomer las ik Voorland en veel dingen kwamen me bekend voor. Ik las over het verleden, wandelde door het vertrouwde Groninger land en ontdekte daar weer nieuwe lagen in. Maar ik las ook over het Groningen dat we nog niet kennen. Want de grote mondiale opgaven vragen ons om dingen anders te doen dan we gewend zijn. In Voorland schetsen bewoners en experts een toekomst waar je oude manieren en vertrouwde uitzichten loslaat en waar een nieuwe omgeving zich aandient. En dat maakt nieuwsgierig. 

Het boek laat ook zien dat er al beweging plaatsvindt, we moeten dingen anders doen maar we doen ook al dingen anders. Zo wordt aan de Eems bij Bierum met een dubbele dijk geëxperimenteerd als oplossing tegen de verzilting van het land. Door de zee toe te laten ontstaat er in het eerste natte deel van de polder een uniek brak natuurgebied. Terwijl in het tweede deel ruimte is voor zilte teelt van bijvoorbeeld zeesla. Misschien moeten álle polders wel drassig worden en gaan we terug naar het leven op wierden. Of in flats die hoog op hun poten in het kwelderwater staan. 

Landschapsarchitect Maike van Stiphout draagt ideeën aan om de verloren soortenrijkdom weer een impuls te geven. Neem de actieradius van een diersoort als ontwerpstrategie voor het landschap, oftewel verplaats je in de bij of de egel. En bevingen zouden ten positieve kunnen worden gedraaid en resulteren in broedplaatsen. ‘Weet je wat: ik bouw achter mijn huis een nieuw aardbevingsbestendig huis en mijn oude huis geef ik aan de slak en de vleermuis.’ Zo staan instortingen en verzakkingen niet voor verval maar voor een enorme explosie van leven. 

Een prikkelend beeld, vind ik. Toch wordt er in het nieuws vaak op een bedreigende manier gesproken over urgente thema’s als het stijgende water, de verschralende biodiversiteit en de opwarmende aarde. Alles wordt anders en tja, wij mensen houden nou eenmaal niet van (gedwongen) veranderingen. 

Christian Ernsten vertelt dat zijn landschapsherinneringen als Gronings kind in de jaren tachtig en negentig net zo romantisch waren als die uit Ede Staals liedteksten. Hij keek met fascinatie naar het affakkelen van het gas bij leermans, ging met het gezin uitwaaien op de zeedijk in de Eemshaven en keek bewonderend naar de rechte aardappelruggen. Maar de wereld veranderde. Dus koestert hij zijn jeugdherinneringen, maar klampt hij zich er niet aan vast. 

Ook ik kijk terug op een jeugd op het Groninger land. Trots op de boerderij van mijn ouders waar alle oneffenheden in het land werden vlak gekilverd zodat in de herfst de zware keepers met aardappels niet vast kwamen te zitten in de natte grond. En ik herinner me nog de herfst in de jaren ’90 dat de buizen van de Nam door ons land werden gelegd. Een fijne tijd op een mooie plek. Maar met de jaren ben ik ook met een bredere blik naar het Groninger land gaan kijken en zie dat we, onder andere in de landbouw, andere keuzes moeten gaan maken. En dat voelt soms dubbel, als een aanval op mijn herinneringen. 

En daar komt het boek om de hoek kijken. Voorland laat mij zien dat we niet krampachtig vast moeten houden aan het romantische beeld van het verleden, maar ook niet oordelend moeten zijn over de gemaakte keuzes van toen. Met de kennis van nu moeten we vooruitkijken naar ons voorland; een toekomst die je kan zien, maar waar we nog niet zijn. We moeten samen op zoek naar aansprekende alternatieven, zodat we niet verlamd worden door de angst om gewoontes en vertrouwde landschappen te verliezen.