Dianne Maas-Flim is benoemd tot bouwmeester versterking speciaal voor de dorpen rond Ten Boer die inmiddels in het hart liggen van het aardbevingsgebied. Zij doet haar werk naast Nathalie de Vries die tot stadsbouwmeester is gekroond. De Vries is geboren in Appingedam, getogen in Pekela – en inmiddels een gevierd architect. Haar kantoor MVRDV is wereldwijd bekend. In 2018 ontwierp ze bijvoorbeeld in Shanghai het Zhangjiang Future Park (foto hierboven). Zij krijgt een zware dobber aan het intomen van marktgerichte bouwbeluste stadjers (een waarschuwing van haar voorganger, Jeroen de Willigen). Toch begin ik dit artikel met haar collega Dianne Maas -Flim. Ook geen kleine dame trouwens met eigen Mint Architecten-kantoren in de oude Rijksluchtvaartschool te Eelde, een getransformeerde kerk in Onnen en de oude scheepswerf NDSM in Amsterdam Noord. Ik zet Dianne Maas vooraan omdat wat zij gaat doen hier het meest urgent is. En ook het moeilijkst. 

De aardbevingsschades zijn verschrikkelijk, maar het bestuurlijke jongleerwerk eromheen is de werkelijke vijand van de bewoners geworden. Mensen gaan niet meer over hun eigen huis. En als je huis geen thuis meer is, dan krijgt je hoofd geen rust. Dat is op vele fronten ondermijnend. De bestuurlijke processen springen als vlooien op een zieke hond in de rondte: weer een nieuwe aanpak, een andere uitvoeringsorganisatie, verse procedure of betere regel. Binnenkort kun je het allemaal teruglezen in de parlementaire enquête. Maar wat schiet je daarmee op als je niet weet of jouw huis deze versterkingsbureaucratie gaat overleven? Dan zit je te wachten op duidelijkheid, een plan, een tijdpad en vooral: weer een toekomst. En dan zit je helemaal niet te wachten op een ‘bouwmeester’ die komt meekijken of de plannen voor versterking en nieuwbouw inspirerend genoeg zijn of dat er nog een ronde ‘goed nadenken over je leefomgeving’ overheen moet.

Het Staatstoezicht op de Mijnen pleitte onlangs voor een crisisaanpak. Anders duurt de versterking van Groningen nog twintig jaar, zo vermeldde deze onafhankelijke overheidsinstelling er kritisch bij. Crisisaanpak is nodig als het gaat om veiligheidssituaties. NU DUS, aldus de SodM. Ze snapt niet dat rijk, provincie, gemeenten en Nationaal Coördinator Groningen hebben gekozen voor een versterking met ‘gebiedsgerichte aanpak op basis van consensus’. Het Hollandse democratische doorpraatmodel waaruit doorgaans na vele jaren waterige compromissen komen. Dat past NIET bij een crisis. En de versterking IS ontaard in een CRISIS, zegt deze staatstoezichthouder klip en klaar.

De dilemma’s zijn levensgroot, dat liet Frederic van Kleef ook zien in zijn serie over waarom het aardbevingsgebied een dorpsbouwmeester nodig heeft. Hij schetst de complexe veranderingen die op komst zijn. En iedereen wil dat de versterking van Groningen de regio ook beter maakt. Dus komen er grote plannen om het nu werkelijk anders, beter, te maken. Betere verkeersstructuur, moderne landbouw, vergroende leefomgeving. Grote plannen kunnen alle kanten op en daar kun je dus ook decennialang democratisch over door tafelen. Dat begint al bij de vraag hoe je naar je leefomgeving kijkt. De commissaris van de Koning formuleert de versterkingsoperatie (lees de miljarden) als een kans voor Groningen om te ontsnappen uit de hardnekkige armoede. Dat klinkt misschien bewonersgericht maar schiet van het individu al snel door naar het bestuurlijke vakje ‘werkgelegenheid’. En voor je het weet bouwen wethouders en gedeputeerden er een chemiepark bij, een groot windmolenpark, een hydraloop, mega zonnepark of snelle trein. Allemaal mooie projecten, maar zolang je huis geen veilig thuis meer is, heb je daar geen boodschap aan. Steeds bozer bedenk je dat jouw gescheurde muren een gevolg zijn van gretige exploitatie van bodemschatten onder je voeten: werk, geld, economie.

Ik denk ik vaak dat ‘de hardnekkige armoede’ in Groningen vooral een uitkomst is van statistieken en dat ze vooral de bestuurders stoort. Laten we niet vergeten dat het leven in die ‘achterlopende’ dorpen voor de bewoners ook aangename kanten heeft – zij kiezen er niet voor niks voor. Het is minder hectisch, vindt plaats temidden van de ruimte – misschien een moestuintje -, kent routines die je een ‘rijk’ gevoel geven – boodschapje doen voor een oude buur, op de koffie even verderop en ‘s avonds samen naar gymnastiek rijden. Een leefpatroon dat in de statistiek kan belanden als ‘hardnekkige armoede’. Natuurlijk, die is er ook, daar wil ik niet op afdingen, maar ik zie nu Covid-19 ons teistert dat ook stedelingen ontdekken dat het leven zich op een ander niveau beweegt; dat van eigen gezondheid, gezin, huis, zorg voor elkaar, plezier, contact en verbinding. En om te beginnen in het aardbevingsgebied: een veilig en heel huis. Daarin heeft de SodM groot gelijk.

In het persbericht over de nieuwe bouwmeesters vind ik hoopvolle teksten. ‘Dianne Maas-Flim ziet de rol van de architect vooral als die van verbinder.’ Enthousiast word ik als ik in haar eerste statement bovendien lees dat ze wil versnellen. Zij weet wat er nodig is. 

Het is mooi dat na Krewerd en Overschild ook Groningen als nieuwe gemeente van Ten Boer en omstreken een eigen dorpsbouwmeester heeft ingesteld. Goed ook om dat los te maken van de stadsbouwmeester – in de stad slurpt de groeidynamiek alle energie terwijl de dorpen een heel andere focus vragen. Het is nodig ook. Maar de ‘bouwmeester versterking’ zal de bewoners pas werkelijk helpen als ze de macht krijgt om door te pakken. Want in tijden van crisis help je je bewoners door hen een toekomst te geven. Dat is niet perse de toekomst die bestuurders in hun beleidsvisies hebben staan, dat zijn de vooruitzichten waar burgers zelf hun bestaan aan willen hangen. Plannen voor nieuwe of versterkte huizen beginnen daarom bij wat de bewoners inspirerend vinden en wat hun leven weer op de rails zet. Een bouwmeester aan tafel kan burgers zeker helpen om mooiere toekomstplannen te maken. Maar alleen als daarna alle ambtenaren op hun handen gaan zitten, bestuurders blind bij het kruisje tekenen en de gemeente de NAM-potten clausulevrij inzet. Een crisisprocedure dus.

Als ik Dianne Maas-Flim was zou ik eerst met de wethouder om tafel gaan die haar nu zo trots benoemt. Laat hem een communicatiecampagne starten met een eenduidige boodschap: als de bouwmeester aan tafel zit, weet je dat je alle andere partijen eronder hebt. Ik wed dat Dianne dan echt gaat brengen wat iedereen zegt te willen: versnelling van de versterking en kwaliteit van de leefomgeving.

Lees de eerste digitale Noorderbreedte over #vrijetoukomst; perspectief voor het aardbevingsgebied. Tijd om te delen.