Economische belangen domineren het debat over onze leefomgeving
Kongsi van grote ondernemers en overheden drukt kleine vissers en natuurboeren weg
Blijf abonnee van Noorderbreedte :)

Van wie is de zee? Van ons allemaal? Net als het landschap? Begin 2019 bracht Noorderbreedte daarover een special uit. De verkiezingen voor de Provinciale Staten en gemeenteraden brachten ons ertoe uit te zoeken hoe overheden de afgelopen periode voor het landschap hadden gezorgd. Onze waardering was wel heel zuinig: veel mooie woorden, maar bij de daden stond het economische belang van de korte termijn voorop.

Nu, aan de vooravond van de Tweede Kamerverkiezingen, onderzoeken we het eigenaarschap van de zee. De zee lijkt bestuurlijk zo belangrijk dat zelfs het echtscheidingsconvenant van het Verenigd Koninkrijk en de EU erop hangt. Tot op het allerlaatst vochten de Britten en de EU-leden (Nederland) over de visrechten in de Noordzee. Voor de visstand maakt het natuurlijk niets uit of vissen nou in een Britse of Hollandse fuik eindigen. Maar voor politici maakt het een wereld van verschil. Dit soort debatten verengt de vraag ‘Van wie is de zee?’ tot ‘Van wie is de vis?’. Dat is een wel erg schrale wereld.

De afgelopen jaren heb ik samen met Merel Melief leidinggegeven aan Noorderbreedte. Voor mij als hoofdredacteur nadert mijn einddatum – een kwestie van leeftijd. Maar wees gerust, Noorderbreedte gaat door, zoals ze dat al 44 jaar doet. Ik ben trots om de scepter nu helemaal in handen te geven van Merel. Samen met haar, de redactie en een team freelancers hebben we verhalen en beelden gebracht die laten zien hoe mooi onze leefomgeving is, maar ook wat er op de markt, bij bestuurders en ook bij bewoners zoal van de radar glijdt. Het ernstige verval van natuur en land­schap maakt duidelijk dat er fundamenteel iets moet veranderen in onze omgang met de aarde. Al ben ik econoom en onderken ik hoe waardevol geldstromen zijn in het sturen van de samenleving, niet alles van waarde is in een rekensom te vatten. Met mijn blik als landschapshistoricus zie ik wat we verliezen door de wereld zo te versmallen. Dus laten we die economische meetlat niet zo dominant maken. Noorderbreedte is van de lange lijnen – we kijken terug en vooral langer vooruit. En we hebben een brede blik. Zo brengen we de vissen in vele gedaantes ten tonele: hoe mooi ze zijn, waar ze het best gedijen en ook hoe lekker ze kunnen zijn; we tonen welke rol ze spelen in het ecosysteem en in hun en ons eigen leven.

Sommigen formuleren het recht om te vissen zo dat je er compassie­vol naar kijkt; dan gaat het over ambachtelijke vissers die met kleinere boten of zelfs vanaf de wal op beperkte schaal voedsel uit zee oogsten. Maar de meeste visserij is geldgedreven. Industriële trawlers halen zo veel mogelijk vis binnen voor de wereldmarkt. De horizon van dit soort ondernemingen is kort. Zo verandert ‘oogsten’ in ‘overbevissen’ en ontaardt het in ‘roofbouw’. Beperkingen, hoe logisch ook van uit de zee en de visstand, ontlokken verzet en agressie. Het debat over vangst­quota raakt versmald tot een strijd tussen ecologische en economische belangen, met nationalistische termen als ‘ons water’ en ‘onze oogst’. Vissen zwemmen zonder moeite over zulke grenzen heen.

Op het land escaleert het debat over landbouw precies zo. Boeren vragen om meer begrip van burgers omdat ze ‘met de natuur werken’ aan ‘de productie van voedsel’. Dat begrip is er wanneer het gaat om landbouw die ook ruimte laat voor natuur, landschap, helder water, gezonde bodem en schone lucht. Maar dat begrip verdampt waar de landbouw intensiveert en tegen de natuur en het landschap in gaat werken. Grootschalig geproduceerd voedsel maakt de Nederlandse handelsbalans beter en brengt multinationals winst. Maar het ver­vuilt water, bodem en lucht. In onze samenleving ‘mag’ een individuele ondernemer (binnen zekere grenzen) mest morsen, gif in het milieu brengen, de lucht belasten met uitstoot en voor de productie schadelijke wilde dieren en planten op eigen terrein opzijduwen of zelfs uitroeien. Voor de prijs daarvan krijgt hij geen rekening. Die betalen wij allemaal samen in een ander domein: verlies aan biodiversiteit en gezondheid.

Als intensieve landbouw en grootschalige visserij ons landschap en de zee kaler, armer en slechter maken, waarom kiest dan toch het merendeel van de boeren en vissers voor die grootschalige productie­modellen? Dat is geen kwestie van kwade opzet, maar van ‘vooruit­gang’. Boeren en vissers waren eeuwenlang kleinschalige producenten van voedsel. Ze zijn ruim een eeuw geleden door opeenvolgende regeringen de wereldmarkt op gejaagd. In het boek Het landschap, de mensen onderbouwt historicus Auke van der Woud (zie pagina 8 van Nb #1 2021) in prachtig vertelde verhalen hoe de Rijksoverheid de productie van voedsel wilde verbeteren terwille van de handelsbalans. Familiebedrijf­jes werden onder druk gezet om zich te begeven op de wereldmarkt. Wie dat niet deed, werd weggezet als ‘achterlijk’. Ons landschap is in een door de Rijksoverheid aangestuurde operatie rechtgetrokken en geschikt gemaakt voor intensieve landbouw. Achteraf blijkt dat we daarmee een gezonde leefwereld voor mens en natuur hebben weggedrukt.

Op diezelfde manier zijn ook de vissers aangemoedigd de zee op te gaan in steeds grotere industriële schepen. Met als doel: de Nederlandse handelsbalans verbeteren. En veel meer rijkdommen van de zee maken we te gelde. De Waddenzee ligt al deels vol met ‘zee-akkers’, stukken zee waar andere mensen weg moet blijven omdat er ‘zee-boeren’ hun teelt bedrijven. Onder het water wordt gas gewonnen en boven de Groningse Waddenkust zie je achter de eilanden enorme velden vol windmolens. Ook winnen we schelpen en zand uit de zeebodem om op het land huizen en wegen te bouwen. Allemaal activitei­ten waarbij het economisch gewin vooropstaat.

De onverzadigbare wereldmarkt is als een hongerig monster

De onverzadigbare wereldmarkt is als een hongerig monster. Laten we die zijn gang gaan dan put hij de aarde uit en vreet de zee leeg. Het economische systeem heeft ons welvaart gebracht, maar de prijs is hoog want in de wereld van kosten en baten is het natuurlijke systeem ondermijnen een non-issue. Wie neemt het op voor de biodiversiteit, wie brengt de stem in van toekomstige generaties, wie bewaakt de balans in ons landschap? Vissen raken ontregeld door het bouwlawaai van de windmolens en de wieken vermalen vluchten vogels. Met een pol zeegras redden of een schaarse vissoort behouden, verdien je geen geld. Toch is dat wezenlijk voor het voortbestaan van het ecosysteem en de rijkdom van de zee op de lange duur. Het is te simpel om de vis­sers en de boeren de schuld te geven van de huidige roofbouw. Maar ze vervullen er wel een rol in. Net als de consumenten. En overheden.

Kunnen we de markt nog in toom houden? Om te beginnen speelt ons eigen gedrag daarin een rol. De ecologische voetafdruk is een goede handreiking om je eigen ruimte op deze aarde beter in beeld te krijgen. Maar het is een hele opgave om je als individu teweer te stellen tegen de verleidingen van de consumptiemaatschappij. Ook kleine onderne­mers die werkelijk duurzaam willen produceren, moeten hard knokken. Het kapitalisme gedijt bij groei en richt zich op winstmaximalisatie. Wanneer het lukt om aan vervuiling van lucht, bodem en water een prijskaart te hangen, kan dat ons de goede richting op duwen. Want voor ‘prijsprikkels’ zijn bedrijven en consumenten gevoelig. Maar dan moet dat wel een keer gebeuren; tot nu toe zie ik daar nog bar weinig van.

Ter zee en ook te land hebben we gezag nodig dat het opneemt voor waarden die zich niet laten beprijzen. Voor levende have, een gezonde leefomgeving, voor toekomstige generaties, voor kleine vissers en na­tuurboeren. Meer dan ooit hebben we een robuust natuurlijk systeem nodig en een landschap waarin ruimte is voor een ander klimaat en voor bewoners die hun leefomgeving gebruiken zonder die uit te putten. Meer dan ooit vraagt de toekomst om aanpassing van onze productie en consumptie. De mens leeft in continue wisselwerking met zijn omgeving. We mogen oogsten – maar niet meer dan de aarde kan dragen. Daarom hebben we gezagsdragers nodig met een horizon die voorbij de volgende verkiezingen ligt, ver daar voorbij. Die oog hebben voor de schaal waarop we land en zee gebruiken. Die openstaan voor de onderzoekende vraag: ‘Wie is ván de zee?’

De Rijksoverheid heeft provincies en lokale overheden het afgelopen decennium verantwoordelijk gemaakt voor landschap en natuur. Dat vraagt om een brede blik en ruime horizon. Helaas zie ik bij die besturen een steeds sterkere gerichtheid op economie en kortetermijndoelen. Politici praten over het verdienvermogen van het land­schap en de natuur alsof ze daarmee een gezonde toekomst binnen beeld brengen. Zelfs nationale parken worden gestuurd en beoordeeld op de mate waarin de natuur valt te vermarkten. Ook de Waddenzee! Defensieve voorlichters strijken kritische geluiden glad, terwijl die aanleiding zouden moeten zijn voor een inhoudelijk debat. Ongewone visies lijken eerder lastig dan welkom. Bestuurders richten zich op be­perkte beleidsdoelen en daaraan gehechte budgetten. Maar wanneer zorg voor de zee aan je wordt toevertrouwd gaat het om veel meer dan het verdelen van de visrechten. Een aanpak gebaseerd op ‘geld­stromen’ werkt misschien voor managers van een boerderij of eigena­ren van een vistrawler, maar voor bestuurders is zo’n maatstaf veel te arm.

Noorderbreedte herinnert je aan die brede opdracht. In dit nummer vind je een boeiend verhaal over hoe de verbinding van de kustgemeenschap en kleine vissers met de Waddenzee tussen de wielen raakt. Waarom? Omdat beleidsmakers zich richten op lobby’s – en die komen vooral van partijen met een groot economisch belang. Zorg voor de zee behelst veel meer. Zo reiken we onze lezers verrassende in­valshoeken aan. Merel Melief, de hoofdredacteur, is filosoof en georiën­teerd op de wisselwerking tussen mens en omgeving. Zij is ervaren en tegelijkertijd ook jong; de schoenen van ‘de toekomstige burger’ pas­sen haar goed. Zij zoekt interactie met lezers en bouwt met het team voort op het erfgoed van Noorderbreedte – vanuit nieuwsgierigheid naar hoe de vissen zwemmen en waar de fuiken opengezet kunnen worden. Als lezer lever je een belangrijke bijdrage door kennis te ne­men van onze artikelen, je input te geven en lid te blijven van Noorder­breedte. Samen houden we de horizon open!

Meer lezen over illustrator Inger Bierma doe je hier.