Halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw kochten Sanderine Nonhebel en haar man een oude boerderij in Aduard. Aanvankelijk waren schapen handige gras­maaiers. Tijdens de verbouwing van het huis hadden ze geen omkijken naar het weiland; drie schapen hielden het gras mooi kort.

‘Maar met twee kleine kinderen wil je ook lammetjes’, zegt Nonhebel. De ram mocht op visite bij Suus, Truus en Miep – of hoe de dames toentertijd ook heetten. De buren hielpen met aflammeren en andere voorkomende kwesties. ‘Zij hebben ons opgevoed in schapen houden.’
Twee nakomelingen gemiddeld per bevalling per ooi maakte de wei wel vol. De veehandelaar werd ingeschakeld. ‘Dat voelde meteen al niet goed. De veehandel is niet leuk, mensen gaan er niet fatsoenlijk met beesten om. Dan heb je met veel moeite lammetjes grootgebracht en geef je ze aan iemand mee die je niet vertrouwt. Daar komt het op neer.’ Dan liever zelf de eigen have eten, besloot Nonhebel, universitair hoofddocent milieukunde aan de RUG. In haar studietijd in Wageningen was ze vegetariër. ‘Dat waren we allemaal toen. Wij gingen het milieu redden. Ik was een echte zuivelaar. Daar ben ik wel van afgestapt. Het milieubeslag van melk en kaas is minstens zo groot als dat van vlees.’ Vooral met vlees waarvan ze zelf de herkomst kent, heeft Nonhebel geen moeite.
Lammert was het eerste schaap dat ze verschalkten. ‘Ram Lammert. We brachten hem zelf, in onze kleine Peugeot, naar de slager in het dorp, die toen nog zelf mocht slachten. Hij was heel rustig, liep zo de slagerij in. Een paar dagen later konden we het vlees halen.’
Tegenwoordig krijgen ze de geslachte schapen in bevroren pakketjes thuisbezorgd. ‘We spreken af hoe we ze terug willen: zo veel gehakt, zo veel schijfjes, zo veel bouten.’ De voorraad komt in januari, één keer per week eten ze ervan in Aduard. Tegen mei is er weer genoeg ruimte in de vrieskist. ‘Dan moeten de bessen, bramen, pruimen en stoofperen van onze boomgaard er namelijk in, en de appelmoes.’
Iedereen is onder de indruk van de schapensmaak. Ook vrienden en bekenden die komen eten of wat afnemen als er veel is, valt het op dat het vlees veel lekkerder is dan wat ze bij de slager en de supermarkt kopen.
Een enkele keer gaat er een volwassen dier naar de slacht. ‘Dat wordt shoarma, want het vlees is taai.’ Nonhebel houdt een moeder­schaap liefst ook meer jaren. Het is namelijk een investering om een schaap te ‘leren’ lammeren. Vindt ze het niet zielig dat steeds die lieve kleintjes de pineut zijn? Nou, nee. ‘Als ze heel jong zijn, zijn ze je dierbaar. Je vindt het sneu als er zomaar een dood gaat. Maar als wij afscheid van ze nemen, zijn ze negen maanden. Op een gegeven moment wordt het tuig, hoor. Vooral die rammen worden groot en sterk. Die zetten je klem tegen het hek, als ze daar zin in hebben. Dan is het wel: hallo, ik ben de baas hier. En dat betekent dat jij naar de slacht gaat.