Het is opmerkelijk dat zodra je nadenkt over stilte, er in je hoofd een liedje over stilte weerklinkt. ‘It’s oh so quiet, it’s oh so still’, begint Björk bijvoorbeeld te zingen. De klassieker over stilte is natuurlijk Simon & Garfunkels ‘The Sound of Silence’, begeleid door de fletse jarenzestigbeelden van de film The Graduate, Dustin Hoffman onder water in dat zwembad. Of ‘Enjoy the Silence’ van Depeche Mode, ook mooi. Je ziet die gothic clip van de Britse new wavers er in gedachten gratis bij.
In een liedje over stilte lijkt de activiteit – het zingen – strijdig met het onderwerp, zoiets als schreeuwen over fluisteren. Toch klinkt de stilte een beetje in die liedjes door, vind ik. Stilte is blijkbaar niet simpelweg de afwezigheid van geluid, maar iets waar je wat van kunt vinden. Stilte kun je horen, zoals Simon & Garfunkel goed hebben gezien.
Nou we toch lekker aan het amateurfilosoferen zijn: als je zo’n liedje hoort in je hoofd terwijl het buiten dat hoofd stil is – in de zin van de afwezigheid van meetbaar geluid – is het dan nog wel stil? Je hoort het toch duidelijk genoeg.
Heilzame stilte
In een Noorderbreedte-artikel uit 1982 schrijft journalist Henk Klaver over stiltegebieden in Drenthe. Over het heilzame van stilte. Aanleiding was een nieuwe wet op de geluidshinder. Klaver citeert een strofe uit de ballade ‘Het kindeke van de dood’ van de dichter F.L. Hemkes:
Hoe ligt de stille heide daar
Gelijk een bloeiend graf
Geen klank, geen lied breekt even maar
Het doodse zwijgen af
Die associatie heeft stilte natuurlijk ook. Van de koele meren des doods. In het graf heb je geen last meer van lawaai – R.I.P. Maar bij leven is stilte óók fijn. Je knapt ervan op, zolang je leeft.
Klaver onderscheidt maar liefst veertig gebieden in Drenthe die óf al stil zijn óf zo stil kunnen worden dat ze het predicaat ‘stiltegebied’ verdienen. Hieronder het Dwingelderveld, het Balloërveld, de omgeving Veenhuizen-Een en diverse plaatsen langs de tegenwoordige ‘Hunebed Highway’ N34: Gieten, Annen, Gasselte en Gasteren. ‘De mens anno 1982, vervreemd van de natuur, kan zich de in de strofe geschetste natuur niet voorstellen, laat staan dat hij erin zou kunnen leven’, schrijft Klaver. ‘De natuurlijke rust waarvan de dichter spreekt komt niet meer voor, die tijd komt niet meer terug.’ Tegenwoordig heeft Drenthe twaalf officiële stiltegebieden. Hoe stil is het daar nu, 43 jaar na de Noorderbreedte-inventarisatie, in een tijd waarin we nog veel vervreemder zijn geraakt van de natuur en met nog meer mensen nog meer kabaal zijn gaan maken?
Stil van de stilte
Joop en Albertje Kleine wonen in de Davidshoeve aan de rand van het Dwingelderveld. Dat Nationaal Park is bij metingen in het stille coronajaar 2020 aangewezen als het stilste plekje van Nederland. Het echtpaar Kleine woont achter een vakantiepark. Verder is er in de wijde omtrek geen ander woonhuis.
‘De winter is de mooiste periode’, zegt Albertje (79). ‘Het is nu op z’n stilst. Straks, in de voorjaarsvakantie, begint het weer. Dan is het ook nog mooi, maar veel rumoeriger.’ Joop (81) werkte in Hoogeveen bij het nutsbedrijf en was vogelteller bij Sovon, toen Natuurmonumenten in 1989 een nieuwe huurder voor het huis zocht. ‘Stadsmensen vinden die stilte hier doodeng’, zegt Albertje, maar zij wilde wel met Joop mee. Op de Davidshoeve groeiden een dochter en een zoon op, die elke dag op de fiets naar school in Hoogeveen gingen.
Vanaf de keukentafel kijken ze vrij de weidsheid in. De A28 ligt zes kilometer oostwaarts. Zolang de wind niet daarvandaan komt, hoor je geen niet-natuurlijke geluiden. ‘’s Nachts is het stil van de stilte’, zegt Albertje. ‘Het is zo stil dat je de stilte hoort. De stilte is niet stil, maar een ruis. Een suizend geluid.’ Ze ligt er in bed weleens naar te luisteren. Af en toe krijst een uil de stilte aan stukken.
‘In het voorjaar miegelt het van de broedvogels’, zegt Joop. ‘Dan is het één getetter en gekweel.’
Albertje blijft thuis, Joop en ik wandelen over een fietspad naar de radiosterrenwacht, een kilometer verderop. Stil is het vanwege ons praten en lopen niet. Af en toe komt een passant voorbij, gepaard met het groeten (‘moi’) en de artificiële geluiden (banden, fiets- of hondenketting) die daarbij horen. En af en toe staan we even stil en presteren we het om tien seconden lang niets te zeggen. Dan hoor je de wind en de vogels. Het Dwingelderveld is ook visueel stil, op de rookpluim in de verte na van de vuilverbranding in Wijster.
Kleine is dagelijks in het veld, liefst bij zonsopgang, het beste moment om vogels te tellen. ’s Zomers loopt hij er om vier, vijf uur, alleen. ‘Dat is zo mooi. Die stilte, die rust. Je komt geen sterveling tegen. Die vogels. Soms zie je een nachtdier dat nog laat op pad is, een vos, een das.’ Eén keer kwam hij een wolf tegen. Pasgeleden zagen Albertje en hij er twee vlak bij huis lopen.
We staan stil bij de radiotelescoop. Hier luisteren ze naar geluiden uit het heelal. In december nog vingen astronomen signalen op van de ruimtesonde Voyager 1. Die werd in 1977 gelanceerd om de buitenste planeten van het zonnestelsel te bezoeken. Na Pluto vloog de Voyager 1 gewoon door, het zonnestelsel uit. Het is momenteel het verste door mensen gemaakte object, onderweg in de interstellaire ruimte, meldden de onderzoekers in een tot de verbeelding sprekend bericht. ‘Het signaal is erg zwak vanwege de afstand: bijna 25 miljard kilometer, meer dan vier keer zo ver als Pluto.
Stiltemeters
Nog een liedje: Daniël Lohues, ‘Mistig, kaold & stille’. Dat zijn de omstandigheden op de dag dat ik Herman Feenstra bezoek. Feenstra woont in het Fochteloërveen, op enige kilometers van de bebouwing van Oosterwolde en Appelscha, een paar sprongen van de grens tussen Friesland en Drenthe. Doorgaans al een stil gebied, maar vandaag wordt de stilte nog gedempt door een dikke grijze nevel.
Feenstra (61) monitort in het Fochteloërveen onder meer de kraanvogels. Er zijn elf sedentaire broedparen, en tussen de vijftig en zestig vogels die hier overwinteren. Kraanvogels houden van stilte, net als Feenstra. Ze zijn erg storingsgevoelig. ‘Er is een periode geweest dat het steeds lawaaiiger werd met vrachtvliegtuigen’, zegt Feenstra. ‘Nederland is één grote aanvliegroute natuurlijk. ’s Nachts kwam om het kwartier zo’n zwaar ding over. Maar ze hebben de routes kennelijk verlegd, want sinds corona is het een stuk stiller.’ Hij vreest de komst van de F-35, waarmee ze vanuit Leeuwarden en Eelde willen gaan oefenen. In een stiltegebied als het Fochteloërveen is het verboden om ‘grootschalige evenementen’ te organiseren met bijvoorbeeld ‘omroepinstallaties, muziekinstrumenten of drones’, meldt de provincie Drenthe op haar site. Maar het geluid kan van alle kanten komen, zegt Feenstra. ’s Zomers gaat het in de dorpen los met meerdaagse feesten waarvan de muziekdreun tot tientallen kilometers reikt, met daarnaast zware oogstmachines die ’s nachts doorgaan. Met het geknal rond oud en nieuw vluchten vogels het hoogveen in, en met de TT moet de wind niet uit het oosten komen.
Dat gezegd hebbende: ‘Vergeleken met vijftien of twintig jaar geleden is er hier ook het een en ander verbéterd. Er komen minder lesvliegtuigen van Eelde over, omdat die zich over een groter gebied in Drenthe en Groningen verspreiden.’
‘Het is niet voor niks dat hier kraanvogels broeden’
Herman Feenstra woont in het Fochteloërveen
In november 2023 is een doorgaand weggetje, veel gebruikt als sluiproute, afgesloten voor auto’s. Sindsdien is het rustiger. ‘Er is geen gebied zo weinig ontsloten als dit’, zegt Feenstra. Er zijn maar een paar fietspaden. ‘Het is niet voor niks dat die kraanvogels hier zijn begonnen met broeden. Dit was gewoon het meest rustige gebied.’ Kraanvogels zijn een soort stiltemeters. ‘Op zes- of zevenhonderd meter afstand hebben ze jou al in de gaten.’
Het schemert al als we het veld in lopen. Een pad door de randzone van het veen. Een dijkje, riet, water, nevel. Sfeer: witte wieven, meisjes van Yde. Het is windstil, het wateroppervlak is een doffe spiegel. Half vijf: in de winter de mooiste tijd, als de ganzen invliegen. Je ziet ze niet maar hoort ze wel. Kolganzen: geanimeerd kletsend als dames op een feestje. Grauwe ganzen: zwaarder, serieuzer, met meer bas en bariton.
’t Is, of die nevel koud en kil
Het brede land begraven wil
Zo dichtte de bard Hemkes. Het smalle pad lost dertig, veertig meter voor ons op in de mist. Als je hier alleen zou lopen, zou de stilte je omsluiten als een jas. Dat zou vast unheimisch voelen, alsof je hier niet hoort te zijn. Met z’n tweeën heb je daar geen last van, doordat je praat.
Plots, een laag gebrom hoog in de lucht. ‘Nou hoor je een vrachtvliegtuig.’ Feenstra kijkt op zijn telefoon. Flightradar. Een vlucht van China Southern Airlines van Guangzhou naar Amsterdam. Chinese spulletjes, zeven kilometer boven het Fochteloërveen. ‘Dit zijn lawaaiige toestellen.’ Een gilletje vanuit het riet. ‘Een waterral.’
Feenstra is iets aan het vertellen wanneer vlak boven ons, en zo plots als een lichtflits, een luid getrompetter klinkt. Niet meer dan vijf, zes meter van ons vandaan, net boven de toppen van de berken, klapperen vier kraanvogels over. Een paar met jongen dat de landing naar de slaapplaats had ingezet. Ze schrokken van ons, en wij van hen. Kraanvogels slapen met de poten in het water, onbereikbaar voor predatoren.
Het is vijf uur geweest. Een zwerm spreeuwen golft door het bijna-donker. Het klinkt als een windvlaag, een geruis. Spreeuwen, eenden, soort na soort zoekt zijn slaapplaats op voor een lange januarinacht. De ganzen als laatste. Oogjes dicht en snaveltjes toe. In de verte branden een paar lichtjes van Feenstra’s huis, waar hij vannacht slaapt, met kilometers rondom niets dan donkerte, stilte en tienduizenden slapende vogels.