Het regent zacht terwijl boswachter Reiner Hartog (40) over een kronkelend zandpad de Vijftig Bunder in loopt. De hei ligt er donker bij onder het lage wolkendek, dat het licht dempt tot een zachte grijze gloed. Rechts van het pad tekent het landschap zich af in een patroon van smalle greppels en verhoogde ruggen – het zijn restanten van karrensporen uit de middeleeuwen die het heideterrein een hobbelig karakter geven.
Het is een typisch voorbeeld van hoe erfgoed en natuur in dit Drentse heideveld naadloos in elkaar overgaan. Tussen dop- en struikheide, oude eiken en vennetjes liggen sporen verscholen van vroegere bewoners en veldslagen: van prehistorische grafheuvels tot aan militaire sporen uit de Tweede Wereldoorlog. Sommige nog duidelijk zichtbaar, andere langzaam opgenomen door…
Het regent zacht terwijl boswachter Reiner Hartog (40) over een kronkelend zandpad de Vijftig Bunder in loopt. De hei ligt er donker bij onder het lage wolkendek, dat het licht dempt tot een zachte grijze gloed. Rechts van het pad tekent het landschap zich af in een patroon van smalle greppels en verhoogde ruggen – het zijn restanten van karrensporen uit de middeleeuwen die het heideterrein een hobbelig karakter geven.
Het is een typisch voorbeeld van hoe erfgoed en natuur in dit Drentse heideveld naadloos in elkaar overgaan. Tussen dop- en struikheide, oude eiken en vennetjes liggen sporen verscholen van vroegere bewoners en veldslagen: van prehistorische grafheuvels tot aan militaire sporen uit de Tweede Wereldoorlog. Sommige nog duidelijk zichtbaar, andere langzaam opgenomen door de natuur. Het is deze verwevenheid van natuur en geschiedenis die het gebied zijn unieke waarde geeft, maar die er nu ook voor zorgt dat het heidegebied onder druk staat.

In grote haast
Door het natuurgebied loopt een diepe gracht die haar oorsprong kent in de Tweede Wereldoorlog. Het nog zichtbare deel is bijna kaarsrecht en heeft een lengte van zo’n 640 meter. Deze tankgracht werd in grote haast gegraven door Drentse dwangarbeiders in opdracht van de Duitse Wehrmacht. De gracht maakte deel uit van de zogenoemde Frieslandriegel, een verdedigingslinie van tankgrachten, versperringen en bunkers die zich uitstrekte van de IJssel tot aan Delfzijl.
De linie moest een geallieerde opmars vanuit het zuiden stuiten of vertragen, in afwachting van een tegenaanval. In totaal werd door de Duitsers zo’n 120 kilometer aan verdedigingswerken aangelegd. De tankgrachten, vaak U- of V-vormig gegraven en enkele meters breed en diep, moesten voertuigen letterlijk tot stilstand brengen.
Veel van deze grachten zijn na de oorlog verdwenen. Elke herinnering aan de bezetting moest als vanzelfsprekend uit het landschap worden weggepoetst. Maar vaker nog had de verdwijning van de tankgrachten praktische redenen: de diepe geulen lagen vaak behoorlijk in de weg.
In de Vijftig Bunder bleef de tankgracht behouden – deels omdat het gebied moeilijk toegankelijk was, deels omdat deze gracht daar nooit echt in de weg lag. Het is daardoor nu een van de weinige gebieden in Nederland waar dit specifieke onderdeel van de geschiedenis nog altijd zichtbaar is.
Slootwerking
Alleen heeft de gracht inmiddels een andere, onverwachte functie gekregen – een functie die het ecosysteem van het natuurgebied bedreigt. De tankgracht doorsnijdt het omringende terrein en volgt een rechte lijn door het heideveld, dwars door de natuurlijke afwatering heen. Regenwater en kwel, die vroeger langzaam over de keileemlaag hun weg vonden naar natte laagtes in het gebied, worden nu versneld afgevoerd via deze diepe geul.
De gracht functioneert nu als een soort sluipende afvoer, die het schaarse vocht uit het gebied trekt en richting de Drentsche Aa leidt. In dit gebied dat zo afhankelijk is van het grondwater en de sponswerking van de bodem, blijkt nu juist dit oude verdedigingswerk een lek te zijn.
‘We kunnen als boswachters moeilijk met gietertjes door het veld lopen’
Het probleem wordt nog versterkt door de droogte die het gebied de laatste jaren teistert. Het regent steeds minder, waardoor er simpelweg minder water beschikbaar is om de natuur te voeden. Tegelijkertijd wordt in natte winters veel water afgevoerd om landbouwgronden te beschermen. Daardoor kunnen natuurgebieden ook als het wél regent geen waterreserves opbouwen. Door de combinatie van te weinig regen en een snelle waterafvoer raakt de natuur steeds verder in de knel.
Droge zomers
Reiner Hartog werkt al acht jaar als boswachter in het gebied. Hij zag het heideveld in rap tempo veranderen. ‘De afgelopen jaren, bijvoorbeeld in 2018 en 2022, hadden we te maken met flinke neerslagtekorten’, zegt Hartog. ‘De Vijftig Bunder ligt boven op de Hondsrug en is helemaal afhankelijk van het water dat op de keileemlaag blijft staan. Als dat water op is, droogt de heide gewoon helemaal uit.’
Hij loopt langs de randen van de gracht naar een plek waar het ooit te drassig was om zonder regenlaarzen doorheen te lopen. In het midden van het veld ligt een vennetje waarin nog altijd water staat, maar het veld eromheen is droog. Zanderig bijna. Het water in de bodem is al weg. ‘Het is nu voorjaar, maar het heidegebied ziet eruit alsof het al zomer is’, zegt Hartog.
Heideplanten zijn over het algemeen goed bestand tegen een voedselarme bodem, maar ze zijn ook bijzonder gevoelig voor droogte. Klokjesgentiaan en valkruid bijvoorbeeld zijn soorten die afhankelijk zijn van een vochtige bovenlaag in het voorjaar. Zonder dat vocht komt hun bloei en voortplanting in gevaar.
Door de combinatie van verdroging en stikstofdruk verdwijnen steeds meer soorten uit het gebied. Om het verlies af te remmen, wordt gewerkt met rasters waarbinnen zaadjes worden uitgezaaid van verdwenen of bedreigde soorten.
Binnen een klein geplagd cirkeltje – nauwelijks zichtbaar tussen de heidestruiken – steken vijf piepkleine valkruidplantjes boven de grond uit. ‘Ze staan er nu, maar of ze volgend jaar bloeien… dat is afwachten’, zegt Hartog. Boswachter zijn in het heidegebied is bijna tuinieren geworden, vindt hij. ‘Ik zou liever zien dat de natuur het zelf redt, maar daar is de uitgangssituatie gewoon niet goed genoeg meer voor.’

‘Als het zo doorgaat, verliezen we de heide. En daarmee ook soorten die nergens anders meer leven’
Lastige vragen
Maar het herplanten van vegetatie is geen duurzame oplossing te noemen. Zolang de waterhuishouding niet wordt hersteld, blijft het heidelandschap kwetsbaar voor verdroging. ‘En we kunnen als boswachters ook moeilijk met gietertjes door het veld lopen. Het werk wordt al steeds intensiever, dus dan blijf je altijd achter de feiten aanlopen.’
Dus moet de tankgracht haar functie als afvoersloot verliezen. Maar dat is eenvoudiger gezegd dan gedaan.
‘De gracht is ook een belangrijk cultuurhistorisch monument’, legt Hartog uit. ‘Dat betekent dat we haar niet zomaar mogen dempen, versmallen of afdammen. Maar tegelijkertijd onttrekt zij water aan precies dát deel van het gebied waar we heide proberen te herstellen.’ De situatie roept lastige vragen op. Want wat moet zwaarder wegen: het behoud van zeldzaam militair erfgoed of het herstel van een uniek ecosysteem?
‘Eigenlijk willen we niet kiezen’, zegt Hartog. ‘We zoeken naar een vorm waarin we beide kunnen respecteren. Maar eerlijk is eerlijk: als het zo doorgaat, verliezen we de heide. En daarmee ook soorten die nergens anders meer leven.’
Binnen Natuurmonumenten wordt daarom intensief overlegd over mogelijke oplossingen. Aan tafel zitten vertegenwoordigers van de provincie Drenthe, ecologen, boswachters en erfgoedspecialisten. Een van hen is Michiel Purmer, erfgoedspecialist bij Natuurmonumenten. Hij buigt zich samen met andere betrokkenen over de vraag hoe de waarde van het landschap behouden kan blijven – zowel ecologisch als historisch.
‘Het is een uitzonderlijk voorbeeld van hoe landschap zijn geschiedenis meedraagt’, zegt Purmer. ‘Juist daarom willen we hier geen botte ingreep doen.’
Keileemlaag
Een volledige demping van de tankgracht zou het historisch erfgoed vernietigen, dus dat ziet Natuurmonumenten – die naast natuur ook erfgoed beheert – niet zitten. Maar er wordt wel nagedacht over andere oplossingen. Zoals het herstellen van de keileemlaag in de bodem die bij het graven van de gracht is vernietigd.
De keileemlaag heeft het vermogen om water vast te houden, waardoor heideplanten goed kunnen groeien. ‘Normaal blijft het water op die laag hangen’, legt Hartog uit. ‘Bij het graven van de gracht hebben ze door die laag heen gegraven, waardoor deze is verdwenen. Daardoor glijdt het water nu eigenlijk nóg sneller weg.’ Herstel van de keileemlaag zou het water langer vasthouden in de bodem. Daarnaast wordt gedacht aan dammetjes, kleine stuwtjes of opvangzones aan de randen van het gebied. Maar ook dan blijft de gracht functioneren als afvoer. ‘Zelfs met een herstelde sponswerking blijft er dus wel een soort lek in het systeem’, zegt Hartog.
Aan elke mogelijke ingreep zitten dus mitsen en maren. Ook de verdeling van verantwoordelijkheden – wie betaalt en wie bepaalt – maakt het lastig om snel stappen te zetten. Er is overleg nodig, onderzoek, bestuurlijke afstemming. Maar terwijl dat proces zich voortsleept, verdwijnt tijd die de natuur niet heeft.
Verdwenen vegetatie
Voor sommige planten is het al te laat. Op de droge heide zijn al soorten verdwenen. Hartog loopt door het zacht ritselende, vaalgele gras en stopt bij een kale bruine plek. Hij hurkt neer, grijpt een verdorde wortel en trekt er zachtjes aan. Het plantje verbrokkelt tussen zijn vingers. Hartog: ‘Heide ziet eruit alsof het wel tegen een stootje kan, maar juist dit vegetatietype heeft veel water nodig. Als het vocht te diep wegzakt, verandert de bodem. Dan ontstaat er een giftig zuur klimaat voor de heide. Daarom heeft deze plant het niet overleefd.’
Hij staat weer op, borstelt zijn handen af. ‘Als de bodem eenmaal is veranderd, kun je daar geen heide meer terugbrengen. Tenminste, niet de oude structuurrijke heide. Heideplanten zijn afhankelijk van symbiotische relaties in de bodem, bijvoorbeeld met schimmels. Als die weg zijn, dan slaat een plantje gewoon niet meer aan. Je kunt wel opnieuw iets zaaien, maar het blijft jong en kwetsbaar. Wat verloren is, is dan echt verloren.’
Juist dat maakt dit stuk heide zo bijzonder – en zo kwetsbaar. ‘Oude heidevelden zijn zeldzaam geworden in Nederland. Die soortenrijkdom is ontstaan over een periode van decennia. Als het misgaat, kun je niet zomaar opnieuw beginnen.’
De oplossing voor de Vijftig Bunder zal waarschijnlijk uit een compromis bestaan. ‘De tankgracht zal niet zomaar worden dichtgeschoven, maar haar behouden in de huidige staat is evenmin een optie’, zegt erfgoedspecialist Purmer. ‘In veel gevallen lukt het om erfgoed en natuur te combineren. Maar als dat niet mogelijk blijkt, moeten we zorgvuldig afwegen wat de meeste waarde heeft – en durven kiezen.’
