Onze landschappen veranderen ingrijpend, maar geleidelijk. We merken verlies nauwelijks op en raken gewend aan achteruitgang, ziet Mark Sekuur.
Al tien jaar woon ik in het Nationaal Landschap Drentse Aa. Een prachtig gebied, maar als een uit de klei getrokken Groninger denk ik nog regelmatig terug aan mijn jeugdige schaats- en kanoavonturen in het Middag-Humsterland. Een uniek cultuurlandschap met parelsnoeren van schilderachtige wierdedorpen, uitgestrekte horizonnen en kronkelende maren waar je met de wind in je rug als een speer over het zwarte ijs vliegt.
Ik mis dat Groninger landschap en niet alleen omdat ik nu in Drenthe woon. Want elke keer als ik over de N361 van Groningen naar Lauwersoog rijd, word ik geconfronteerd met een lijn van hagelwitte hoogspanningsmasten die het gebied doorklieven. Ze onttrekken het landschap aan mijn blik. Het is alsof iemand tijdens een toneelvoorstelling voortdurend met een schijnwerper …
Onze landschappen veranderen ingrijpend, maar geleidelijk. We merken verlies nauwelijks op en raken gewend aan achteruitgang, ziet Mark Sekuur.
Al tien jaar woon ik in het Nationaal Landschap Drentse Aa. Een prachtig gebied, maar als een uit de klei getrokken Groninger denk ik nog regelmatig terug aan mijn jeugdige schaats- en kanoavonturen in het Middag-Humsterland. Een uniek cultuurlandschap met parelsnoeren van schilderachtige wierdedorpen, uitgestrekte horizonnen en kronkelende maren waar je met de wind in je rug als een speer over het zwarte ijs vliegt.
Ik mis dat Groninger landschap en niet alleen omdat ik nu in Drenthe woon. Want elke keer als ik over de N361 van Groningen naar Lauwersoog rijd, word ik geconfronteerd met een lijn van hagelwitte hoogspanningsmasten die het gebied doorklieven. Ze onttrekken het landschap aan mijn blik. Het is alsof iemand tijdens een toneelvoorstelling voortdurend met een schijnwerper in mijn ogen schijnt.
Onlangs reed ik over die weg naar de conferentie Rust in Ruimte, waar de aantasting van de kernkwaliteiten van het Groninger cultuurlandschap centraal stond. Ontmoetingsplek was de wierde Maarhuizen. Waddenschilder Geurt Busser sprak over zijn verbondenheid met het landschap, wetenschapper Maarten Zwiers over landschapsgeluiden en Hiska Ubels deelde een aangrijpend verhaal over haar strijd tegen landschappelijke aantasting van het gebied, met de hoogspanningsmasten als directe aanleiding. Die masten passeerde ik op de heenrit al; een onbedoelde, maar veelzeggende proloog.
Wat mij daar in Maarhuizen opviel, was dat er niet alleen zorg is om het veranderende landschap, maar vooral ook een gevoel van verlies van het landschap dat als thuis voelt. Voor dat gevoel bestaat een prachtig woord: solastalgia. Het betekent heimwee hebben naar het thuislandschap, omdat dat landschap in negatieve zin verandert. Het raakt aan de basisbehoefte om je ergens werkelijk thuis te voelen en sluit aan bij concepten als place attachment en sense of place. Solastalgia verwoordt dat verlies: het verdwijnen van die verbondenheid met de plek terwijl je er nog steeds woont.
Die zorg tijdens Rust in Ruimte komt niet uit de lucht vallen. Ons landschap verandert al decennialang ingrijpend. Schaalvergroting en de degradatie van het landschap tot louter productiemiddel vlakken historische landschapsstructuren uit. Variatie maakt plaats voor eenvormigheid. Het landschap verliest zijn toegankelijkheid, leesbaarheid en authenticiteit – en daarmee zijn betekenis als thuis.
En toch voelt het gros van de mensen dat verlies nauwelijks. Dat is de paradox. Komt dat omdat het landschap te langzaam verandert om bij de meeste mensen pijn te doen? Want wie weet nog hoe het er vijftien jaar geleden uitzag? Hoeveel vogels er zongen in de rietkraag? We wennen aan de geleidelijke, maar voortdurende achteruitgang. Wetenschappers spreken van een shifting baseline: elke nieuwe situatie geldt al snel als normaal. Zo faalt solastalgia als actief waarschuwingsmechanisme in een landschap van stille afbraak. Juist dit collectieve geheugenverlies schept bestuurlijke ruimte om het landschap louter nog als economische factor te zien.
In beleidsdocumenten als de Ontwerp-Nota Ruimte blijft het thuisgevoel daardoor onderbelicht en verzanden passages over landschappelijke identiteit veelal in algemeenheden. Tegelijk is het winst dat de waarde van cultuurlandschappen überhaupt wordt benoemd. Het recent gepubliceerde rapport Wennink, dat nu op tafel ligt bij de formatieonderhandelingen, zet daarentegen helaas een volgende stap in de ontwaarding van het landschap. Het degradeert het tot een kille rekensom, gedicteerd door neoliberale dogma’s. Wat niet rendeert, telt niet mee.
Dat is een gevaarlijke denkfout. Juist landschappelijke kwaliteit – biodivers, gebiedseigen, beleefbaar – vormt de basis van ons welzijn. Het landschap is de fundering van ons bestaan. Wie dat reduceert tot het najagen van economische groei, vergeet de eigenlijke opdracht van goed bestuur: zorgdragen voor een leefbaar thuis. Daarom wens ik iedereen wat meer solastalgia toe. Niet uit sentiment, maar omdat heimwee soms nodig is om weer scherp te leren kijken naar wat we ongemerkt dreigen kwijt te raken.
In deze wisselcolumn schrijven Nb-redactieleden ombeurten over wat hen bezighoudt in en om het Noorden.