Onze landschappen veranderen ingrijpend, maar geleidelijk. We merken verlies nauwelijks op en raken gewend aan achteruitgang, ziet Mark Sekuur.

Al tien jaar woon ik in het Nationaal Landschap Drentse Aa. Een prachtig gebied, maar als een uit de klei getrokken Groninger denk ik nog regelmatig terug aan mijn jeugdige schaats- en kanoavonturen in het Middag-Humsterland. Een uniek cultuurlandschap met parelsnoeren van schilderachtige wierdedorpen, uitgestrekte horizonnen en kronkelende maren waar je met de wind in je rug als een speer over het zwarte ijs vliegt.

Ik mis dat Groninger landschap en niet alleen omdat ik nu in Drenthe woon. Want elke keer als ik over de N361 van Groningen naar Lauwersoog rijd, word ik geconfronteerd met een lijn van hagelwitte hoogspanningsmasten die het gebied doorklieven. Ze onttrekken het landschap aan mijn blik. Het is alsof iemand tijdens een toneelvoorstelling voortdurend met een schijnwerper …