Mythische wezens als de bullebak en witte wieven vinden hun oorsprong in heide, sloten en duinen. Lisa Timmerman vraagt zich af wat er met de mythen gebeurt nu ons landschap verandert.

De bullebak. Wie kent ‘m niet? Ik groeide op in het waterrijke deel van Broek op Langedijk, het restant van het duizend eilandenrijk dat bleef bestaan na de ruilverkaveling. Als we als kind te dicht bij de waterkant kwamen, zou de bullebak tevoorschijn komen om je mee te trekken naar de diepe donkere krochten van de sloot.

Als kind kenden we angst. Nu weet ik dat het een waarschuwing was. Een waarschuwing generaties lang doorgegeven aan kinderen, omdat die in het voormalig waterrijke gebied nogal eens verdronken. Achteraf bleken de sloten helemaal niet zo diep. Toch bekruipt mij soms nog steeds een lichte spanning als ik in een sloot of meer zwem. Wat voel ik daar aan mijn voeten? Wie of wat bevindt zich daar in het troebele water?

Tijdens mijn studietijd in Groningen hoorde ik meer van dit soort verhalen. De witte wieven dwaalden ’s nachts over de eindeloze heide en bij grafheuvels om je in de mist te laten verdwalen. Elders op de heide, of in het bos wachtten de reuzen Ellert en Brammert op een kans om je te overvallen. En in de duinen leefden de dúnatters die je bij je enkels grepen. Een aantal van deze mythical beasts zijn door een Brit op een kaart gezet.

De Mythical Beasts of the Netherlands. Bron: Púca Printhouse, 2025.

De gemeenschappelijke deler van deze sagen valt op: ze zijn verbonden met het landschap. Ze waarschuwden kinderen voor water, moeras of heide en verwijzen naar een omgeving die soms allang verdwenen is. De eindeloze heide bestaat niet meer sinds de grootschalige negentiende-eeuwse ontginningen, net zoals de omgeving van mijn jeugd niet meer uit duizend eilanden bestond.

Toch zijn de verhalen gebleven. Waarom eigenlijk? Dragen ze meer dan alleen een waarschuwing? Misschien zit hun kracht in de herinnering, spanning en verbeelding. En voelen meer mensen nog altijd een lichte rilling bij het idee dat ergens, net buiten het zicht, een vreemd wezen op de loer ligt.

Ik vraag mij af hoelang de bullebak nog zal blijven bestaan en of er nieuwe verhalen voor in de plaats komen. Elk landschap heeft immers zijn eigen schaduwen en geheimen. Ontstaan er straks sagen over verlaten bedrijventerreinen of windparken waar iets tussen de wieken verscholen zit? Of blijven we teruggrijpen op oude beelden en verhalen, ook als de omgeving allang veranderd is? Ik geloof in elk geval dat het landschap ruimte blijft bieden voor verbeelding. En het gevoel dat er altijd iets is wat je niet helemaal ziet of begrijpt, dat ons uitnodigt om te blijven kijken, luisteren en vertellen.

In deze wisselcolumn schrijven Nb-redactieleden ombeurten over wat hen bezighoudt in en om het Noorden.