Frank Westerman wandelt graag door de stilte van kamp Westerbork, al mag het geluid van de geschiedenis er soms wat harder klinken.
Een tijd lang, zo rond mijn tiende, kende ik kamp Westerbork alleen als ‘het fluisterbos’. ’s Zondags na de kerk, als we gingen wandelen en ik mocht kiezen waar, dan zei ik: ‘Zullen we naar het fluisterbos?’Bij alle toegangspaden stonden ernstige borden:
VERBODEN VOOR GEMOTORISEERD VERKEER
Als je ‘de benenwagen’ nam, zo maakte mijn vader zijn geijkte papagrap, dan riskeerde je geen boete. Vaak rende ik vooruit om te kijken of ik al ergens een schotelantenne boven de dennentoppen zag uitsteken.Ik wist dat de telescopen van Westerbork met hun grote oorschelpen naar echo’s van de oerknal luisterden. Schitterend vond ik ze, zoals ze daar in slagorde stonden opgesteld als opengewaaide paraplu’s, hoger dan de hoogste bomen, elk met hun stalen poten in een betonnen schoen. Dat ze van he…
Frank Westerman wandelt graag door de stilte van kamp Westerbork, al mag het geluid van de geschiedenis er soms wat harder klinken.
Een tijd lang, zo rond mijn tiende, kende ik kamp Westerbork alleen als ‘het fluisterbos’. ’s Zondags na de kerk, als we gingen wandelen en ik mocht kiezen waar, dan zei ik: ‘Zullen we naar het fluisterbos?’
Bij alle toegangspaden stonden ernstige borden:
VERBODEN VOOR GEMOTORISEERD VERKEER
Als je ‘de benenwagen’ nam, zo maakte mijn vader zijn geijkte papagrap, dan riskeerde je geen boete. Vaak rende ik vooruit om te kijken of ik al ergens een schotelantenne boven de dennentoppen zag uitsteken.
Ik wist dat de telescopen van Westerbork met hun grote oorschelpen naar echo’s van de oerknal luisterden. Schitterend vond ik ze, zoals ze daar in slagorde stonden opgesteld als opengewaaide paraplu’s, hoger dan de hoogste bomen, elk met hun stalen poten in een betonnen schoen. Dat ze van het zachte ruisen van de hemel niets konden verstaan als er vlakbij een brommer voorbij zou knetteren, dat snapte ik heus.
‘Hemeloor’ luidt de naam van het weggetje midden door het fluisterbos, evenwijdig aan de rij radiotelescopen – kijk maar op Google Maps. Er was veel wat ik op mijn tiende, of twaalfde, niet wist. Een greep:
Ik wist niet dat het weggetje dat nu Hemeloor heet door Etty Hillesum en haar lotgenoten ‘Boulevard de Misère’ werd genoemd.
Ook niet: dat de SS-bewakers onderling spraken van de ‘Himmelfahrtallee’, vanwaar op dinsdagochtenden in 1942, 1943 en 1944 treinen vertrokken, sommige met veewagons, die meer dan honderdduizend mannen, vrouwen en kinderen afvoerden naar vernietigingskampen als Sobibór en Auschwitz.
Evenmin: dat dit barakkendorp al in 1939 als een Nederlands opvangkamp voor gevluchte Joden uit nazi-Duitsland was verrezen in het stille Drenthe, nadat koningin Wilhelmina met succes had geprotesteerd tegen de komst van dit vluchtelingenkamp op twaalf kilometer van Paleis het Loo.
Nog altijd staan er ernstige borden aan de randen van het fluisterbos:
STORINGSVRIJE ZONE
Nieuw is het pictogram van een mobiele telefoon waar een rode streep doorheen is getrokken. Wie in het herdenkingscentrum eerst de stapel achtergelaten koffers heeft bekeken, schakelt vanbinnen zelf al over naar de stille modus. Ook nu ik de onschuld ver voorbij ben, blijft het fluisterbos een plek waar ik graag kom. De loslopende mensen die je er tegenkomt, houden zich koest. Kom daar maar eens om, in Nederland. Slechts om de vijf jaar wordt de stilte er opzettelijk verstoord, wanneer vrijwilligers hardop de voor- en achternamen laten klinken van alle slachtoffers van kamp Westerbork.
Nog iets wat ik eerder niet wist: De tweede keer dat dit ‘namenlezen’ plaatsvond, in januari 2020, werd de voorleestent naar een achterafveldje verbannen, zodat de sterrenwacht zo min mogelijk last zou hebben van de microfoons en luidsprekers. Wat een gotspe. Het ‘argument’ deed me denken aan een van de oudste zondvloedverhalen, het Gilgamesj-epos, waarin de goden in de hemel de mensen van de aardbodem spoelen omdat ze te veel herrie maken. Het namenlezen in het fluisterbos, beste sterrenwachters, is geen hinderlijk kabaal dat interfereert met het geritsel uit de ruimte. Het is een dodenwake in de vorm van een geluidsmonument dat tot in alle hoeken van het heelal hoort na te galmen.
Schrijver Frank Westerman werd geboren in Emmen, groeide op in Assen en schreef een lange reeks boeken waaronder de klassieker De graanrepubliek. Zijn nieuwste publicatie, Terug naar de nul, gaat over een wandeling langs hunebedden.