Eindelijk ging ik weer naar Oerol op Terschelling. Ik had het gemist: dit festival voor locatietheater, straattheater, muziek(theater) en alles daartussenin. Op het eiland lange slierten fietsers, op weg naar de volgende voorstelling, ergens in de duinen, in het bos of gewoon op straat. Er is sinds mijn laatste bezoek veel veranderd, zag ik, en veel ook niet.
Zo zag ik weer mooie dingen, zoals A room in our House. Een voorstelling van Haudenosaunee- artiesten uit Noord-Amerika (‘Turtle Island’) die bij de Folks in Hoorn dansten en vertelden over hun cultuur en een nog altijd geldend verdrag met de Nederlanders. De Haudenosaunee maakten ruimte voor de vreemdelingen in hun huis, op hun land en op hun rivier. Ze verbeeldden de afspraak om vreedzaam samen te leven in een kralenkleed, de Two Row Wampum. De Nederlanders vertrokken uiteindelijk en lieten naar verluidt alleen het verdrag en de traditie van oliebollen achter. Zeven generaties later maken een Haudenosaunee-verteller en danser ons deelgenoot van hun verbondenheid met hun land en zorg voor de aarde.
Die verbondenheid met plekken en de bijbehorende rituelen passen natuurlijk heel goed bij Oerol. Oerol verwijst naar het oude gebruik op Terschelling om het vee los te laten zodat het overal kon grazen. Oprichter Joop Mulder vertaalde dat idee naar een festival waarin kunst en bezoekers zich vrij over het eiland bewegen en het eiland het podium wordt. Verbondenheid met het eiland is altijd de onderstroom van Oerol.
Diezelfde verbondenheid met de plek staat ook centraal in een actueel debat. Dit voorjaar kwamen eilanders, verenigd in actiegroep Vrije vogels, vrije mensen en Stichting Wij zijn de Wadden, in verzet tegen plannen van Rijkswaterstaat om delen van natuurgebieden, zoals de Boschplaat en de Noordsvaarder, af te sluiten.
Er is voldoende bewijs dat de Wadden onder druk staan. Daar twijfel ik niet aan. Maar ik begrijp ook waarom eilanders en badgasten zich verzetten. Zij zien het als een aantasting van een eeuwenoude relatie van samenleven met de natuur. Neem je de toegang tot grote delen van het eiland weg, dan beperk je niet alleen de bewegingsvrijheid van mensen, maar vergroot je de kans dat de afstand tot het landschap groter wordt. Of, zoals een Terschellinger het verwoordt: “Als je binding hebt met een plek, kun je er goed voor zorgen.”
Juist daarom is het eigenlijk onbegrijpelijk dat die kracht van verbondenheid zo weinig aandacht krijgt in de plannenmakerij. Waarom zou je die lokale betrokkenheid, kennis en zorg niet benutten? Niet alleen bij het maken van plannen, maar ook bij het verzamelen van kennis. Dat gebeurt al – Terschellingers helpen mee met tellingen op de Boschplaat en toeristen maken stranden schoon – maar hier valt nog veel te winnen.
Misschien is dat wel de belangrijkste les van Oerol. De Haudenosaunee begrijpen dat, de eilanders ook: verbondenheid met een plek ontstaat niet door mensen op afstand te houden, maar door ze onderdeel te maken van die plek. Het zit besloten in het woord Oerol zelf: overal. Je vrij kunnen bewegen, aanwezig zijn en zorg dragen voor een landschap dat je kent en liefhebt. Wie zich verbonden voelt met een plek, wil er ook zuinig op. Misschien begint goed natuurbeheer in die in zin wel met een beetje meer Oerol.
