Tegen het einde van haar middelbareschooltijd droomde Anne-Goaitske Breteler ervan een jaar lang de wijde wereld in te trekken. Andere landen ontdekken, kennismaken met nieuwe mensen. Maar zo liep het niet. Ze ging naar Amsterdam om te studeren en ontdekte dat dat voor haar ‘wereldreis’ genoeg was.

Nu woont de 29-jarige antropologe en publiekshistorica in een vissershuisje in Moddergat aan de Friese Waddenkust. Het is de streek waar ze opgroeide. Als student ging ze er ieder weekend naar terug, om op te laden. Haar vriendinnen in de hoofdstad vonden het raar: ‘Ga je nou alwéér? Wat ga je daar dan doen?’

Ze is ontzettend verbonden met deze grond, zegt ze. Onuitwisbaar en warm zijn haar herinneringen aan hoe ze vroeger met haar ouders en broer ging wandelen langs de zeedijk met de honden. Met haar ogen dicht kan ze het zo weer voor zich zien: het witte huisje daar, de dijk die op een gegeven moment een kromming krijgt, het monument van de scheepsramp van 1883, toen de vissersvloot van dubbeldorp Paesens-Moddergat in een voorjaarsstorm terechtkwam en 83 dorpelingen verdronken.

Breteler is schrijver en podcastmaker. In de herfst van 2024 verscheen haar derde boek De laatste dagen van de dorpsgek. Daarvoor zocht ze uit hoe men de afgelopen eeuwen in Friesland omging met mentale problematiek en wat we nu ‘verward gedrag’ zouden noemen. In haar boek leren we de zogeheten dorpsgekken en kluizenaars kennen: Sjoerd Bokje, schillenboer Wiebe uit Workum, Gekke Anne, Sibbeltje uit Dokkum, Jan Prakje. Soms kwamen ze terecht in bijvoorbeeld het roemruchte krankzinnigengesticht in Franeker, maar vaak ook vonden ze een beschutte plek in de plattelandsgemeenschap. Breteler deelt eveneens het verhaal van haar eigen betovergrootvader, een schrijver die in de oorlog voor de Duitsers werkte, wat hem in latere jaren nogal dwars ging zitten. In 1953 benam hij zich van het leven.

Zes jaar werkte Breteler aan De laatste dagen van de dorpsgek. Ze hield diepgravende interviews met nabestaanden en oud-ggz-medewerkers. Ze ging nog na of er een promotie in zat. ‘Maar dan zou ik me strikt moeten houden aan de academische schrijfstijl. En dat past niet zo bij mij.’ Liever richt ze zich op een groot publiek; ze geeft ook veel lezingen over haar boeken, of maakt er tentoonstellingen van – weer een heel andere vorm om haar verhaal over te brengen.

Het ene na het andere plattelandsonderwerp dient zich aan om in te duiken. Neem haar eerste boek, over de walvisvaart: De traanjagers. Dat ontstond uit een bijbaan in café De Bûnte Bok in het dorpje Lioessens. Het waren de ornamenten aan de muur van dit vroegere walvisvaarderscafé en de sterke verhalen van de stamgasten die haar nieuwsgierigheid aanwakkerden.

Ze schreef De traanjagers in 2018 toen ze nog studeerde. Kort na haar afstuderen verhuisde ze naar Groningen. Ze zag een nieuwe levensfase voor zich in het Noorden, maar dan wel in een stad. En toen kwam ze Durk tegen op een dorpsfeest. De huisschilder uit Oosternijkerk en zij zaten samen toevallig op dezelfde praalwagen. De twee zijn inmiddels ouders van zoontje Gerrit-Durk.

Breteler vindt het zelf ook verrassend hoeveel de omgeving van haar jeugd haar steeds weer te zeggen heeft. En hoe ze op haar beurt daar zelf weer graag anderen over vertelt. ‘Mijn ankers zakken steeds verder in deze grond.’

Ook haar nieuwe klus speelt weer dicht bij huis. Breteler schrijft het Frysk Kadoboek, het geschenk van de Friese Boekenweek in november. Het wordt non-fictie over de vervallen boerderij aan het begin van haar straat. De laatste bewoner is een paar jaar geleden overleden, een telg uit het gezin Zwart van drie broers en een zus. Ze woonden nagenoeg hun hele leven op die boerderij en lieten haar na aan museum ’t Fiskershúske in Moddergat, onder de voorwaarde dat dat museum hun verhaal zou gaan vertellen. ’t Fiskershúske heeft het legaat nog niet officieel geaccepteerd vanwege financiële obstakels. Maar dat weerhoudt Breteler er niet van om zich alvast te buigen over wat zich onder het boerderijdak heeft afgespeeld al die jaren.

Gevraagd of ze de rest van haar leven in Moddergat blijft wonen, zegt Breteler: ‘Ik zou het geen probleem vinden. Als het aan mij ligt, is mijn verhuisradius niet meer dan drie kilometer.’

Anne-Goaitske Breteler
Geboren 16 maart 1996 in Dokkum
Opgegroeid in Nes
Woont in Moddergat
Is auteur, tentoonstellings- en podcast maker, publiekshistorica
Opleiding bachelor culturele antropologie en master publieksgeschiedenis (UvA)

Waargebeurdeverhalenschrijver Ellis Ellenbroek ontmoet in deze rubriek kunstenaars, muzikanten en andere creatievelingen met een grote liefde voor het Noorden.