Het boerenerf is niet meer de rijke biotoop voor mens, plant en dier die het was. In Noord-Holland zijn er initiatieven die de erven weer laten bloeien, met oog voor cultuurhistorie en boerennatuur: ‘Met veel variatie bied je zo veel mogelijk kansen voor insecten en vogels.’ Toch knaagt er iets: in hoeverre blijft het slechts bij optimisme?

Het boerenerf verkeert in een identiteitscrisis. Van oudsher was het een plek met – hoe modern! – niet al te scherp afgebakende functies: agrarisch bedrijf én woonstee, aangekleed volgens de mode van de streek en met een groen hart, waar fauna kon komen en gaan. Maar de schaalvergroting in de landbouw slokte ook de boerenerven op. Het erf werd er niet kleiner van, maar wel eentoniger en kaler. Waar zijn de bomen, struiken, ruige hoekjes gebleven? En daarmee ook de vogels, insecten, zoogdieren?Op excursie voor een project in Friesland schrok ze ervan, vertelt Mischa Teensma. ‘Op oude foto’s en schilderijen zag je boerderijen met een krans van bomen of een bomenrij en struiken. Bij zevenhonderd erven gingen we kijken hoeveel daarvan over was, waarbij het criterium gold dat minimaal twee …