Laat je niet ontmoedigen door grote klimaatproblemen, schrijft Kim van Dam. Juist in het klein, bijvoorbeeld in je eigen tuin, kun je bijdragen aan een grotere groene beweging.

Een van de grote genoegens van het voorjaar: eindelijk weer de tuin in. Ik ben er vaak nog eerder dan de narcissen. Aan het begin van het seizoen is zelfs onkruid wieden een waar genot. Laat staan het moment waarop de spinazie en tuinbonen de grond in gaan. Daarna is het eerlijk gezegd vooral een kwestie van achter de feiten aanlopen, want de tuin is altijd sneller dan ik ben.

Maar tuinieren is ook niet meer zo onschuldig als het ooit leek. Je denkt goed, gezond en groen bezig te zijn en dan blijken je bloemen vol te zitten met pesticiden en heeft je scharrelei PFAS opgelopen. Via wormen nog wel. Het voelt soms als een omgekeerde wereld: hoe beter je het denkt te doen, hoe meer je je afvraagt wat er eigenlijk diep onder de oppervlakte verborgen zit.

Of neem tuinaarde. Jarenlang sleepte ik zonder veel nadenken zakken potgrond uit het tuincentrum mee naar huis. Dat daarvoor veengebieden, tot in Canada aan toe, worden afgegraven, was me simpelweg ontgaan. Of misschien vond ik het normaal. Inmiddels weet ik beter en laat ik de jaarlijkse potgrondactie van het dorpshuis met lichte gêne aan me voorbijgaan. Gelukkig zijn er voldoende goede alternatieven. En, zo blijkt: zoveel nieuwe aarde heb je vaak helemaal niet nodig.

Het is dus vooral een kwestie van je kop uit het zand halen. Bewustwording dus. Ook in de tuin. Stenen eruit, groen erin – dat werk. Meer biodiversiteit, minder beton. Het zijn de bekende no-brainers, maar ze werken wel.

In Tynaarlo hebben ze die gedachte nog een stap verder gebracht. Daar hebben inwoners van de gemeente het Klimatorium opgericht. Een wat wonderlijke naam, toegegeven, maar het idee is helder. Geïnspireerd op een Deens voorbeeld is het een plek waar klimaatverandering niet alleen wordt uitgelegd, maar vooral praktisch wordt gemaakt. Geen abstracte verhalen, maar dingen die je zelf kunt doen. Een wadi aanleggen, regenwater laten infiltreren, een buienborder maken. Stenen eruit, meer groen, meer biodiversiteit. Het soort oplossingen waarbij je denkt: dit kan ik morgen beginnen. Het werkt aanstekelijk. Je krijgt er bijna nóg meer zin van om de tuin in te gaan. Dus laat je vooral niet gek maken. Niet door PFAS, pesticiden of veen uit Canada. Want ondertussen gebeurt er ook iets anders: tuinen die groener worden, water dat beter blijft liggen, plekken waar weer leven terugkomt. Het is misschien geen groot gebaar, maar wel een echte beweging. En die begint gewoon met de schop in de grond.

In deze wisselcolumn schrijven Nb-redactieleden ombeurten over wat hen bezighoudt in en om het Noorden.