Het viel niet meer te negeren. Eline Brontsema moest in 2015 de droom achterna die ze als kind al had: kunstenares worden. Schilder het liefst. Alles wilde Brontsema leren over werken met verf, met kleur, met kwasten en er alsnog haar beroep van maken. Ze schreef zich in bij de Klassieke Academie voor beeldende kunst in Groningen. Ze financierde de opleiding met een baan in de thuiszorg.
Na de middelbare school had de nu 37-jarige Brontsema al kunstacademie Minerva geprobeerd. Dat was niet goed bevallen. De opleiding was amper gericht op het onder de knie krijgen van technieken, wat voor Brontsema juist essentieel was. Ze haakte af, ging filosofie studeren en trad bij de universiteit van Groningen in dienst als streektaalfunctionaris. Dat hield ze ongeveer een jaar vol. ‘Ik was ongelukkig in die baan. Mijn roeping lag ergens anders.’
Op de Klassieke Academie kwam ze via docent en kunstenaar Siemen Dijkstra in aanraking met houtsnedes, de oudste van de drukkunsten. Ze ging voor de bijl en is momenteel vooral houtsnijkunstenares.
Haar droom is uitgekomen. ‘Ik doe nu wat ik altijd heb gewild.’ Anno 2026 verkoopt ze goed, exposeert regelmatig en heeft over publiciteit niet te klagen. Brontsema trok aandacht met haar sfeervolle beeltenissen van zwembaden. De inspiratie vond ze in het Groningse Helperbad uit 1925. Ze zwom er weleens en was gecharmeerd van de architectuur. Zo’n twintig beeldbepalende baden heeft ze nu al vereeuwigd, vooral Duitse. Duitsland, en met name Berlijn, grossiert in binnenbaden.
In haar atelier in kunstenaarscomplex Het Paleis in Groningen liggen en hangen de gutsen en andere attributen keurig geordend. Aan een zelfgemaakte stellage met genummerde waslijnen kan een complete oplage van een houtsnede te drogen worden gehangen. Brontsema snijdt haar werk uit platen van drie millimeter dik. Langzaamgroeiend berkenhout uit Rusland. ‘Alleen in Rusland is het koud genoeg om het langzaam te laten groeien. Ik heb weleens berken uit Polen gehad, dat was helemaal niks.’ Door de oorlog met Oekraïne is haar favoriete basismateriaal niet meer te krijgen. Gelukkig wist ze bij haar houthandel de hele laatste voorraad op de kop te tikken. ‘Daar kan ik mee vooruit tot aan mijn pensioen.’
Naast monumentale binnenbaden legde ze – met verf en kwast nog – voor haar eindexamen op de Klassieke Academie het interieur vast van Euvelgunnerheem, een boerderij aan de oude bedding van de Hunze, die nog net niet werd opgeslokt door de bedrijventerreinen eromheen. Ze kwam er bij toeval langs toen de laatste bewoner pas was overleden en kreeg de kans binnen te kijken.
Mensen noemen haar in één adem met nostalgie. ‘Ze zeggen: “O, jij bent van de oude interieurs en de zwembaden.” Ik ben daar een beetje allergisch voor. Je kunt zeker nog heel andere dingen van mij verwachten. Ik ben nog niet zo lang bezig. De weg ligt open.’
Na haar afstuderen doceerde ze vijf jaar het vak grafiek aan de Klassieke Academie. Om te ontdekken dat ze liever uitvoert dan overdraagt. Opdrachten aanvaardt ze slechts bij uitzondering, laat haar maar lekker vrij en bezig zijn met eigen ideeën. ‘Dit vak doe je in je eentje, ik drijf op mijn eigen enthousiasme. Ik moet dus wel echt een drive voelen voor mijn onderwerp.’
Dat hangt ook samen met de intensiteit van het houtsnijvak. Het is een tijdrovende discipline. ‘Een oplage van twintig stuks drukken kost een dag, per kleur. Dan moet alles een paar dagen drogen en dan kan de volgende kleur gedrukt worden.’ Voor het kleurrijke werk van Brontsema tikt dat aan.
Ook lichamelijk is het pittig. Het snijden met een guts is inspannend en het bedienen van de drukpers met zijn grote wiel kost aardig wat kracht. En je moet je kop erbij houden. ‘Ik maak als het ware een stempel en werk dus in spiegelbeeld. En ik moet goed bedenken wat ik weg ga snijden. Als ik iets weg heb gegutst uit mijn houten plaat, is het weg. Ik kan het er niet bíj gutsen.’
Kopers willen de plaat die ten grondslag ligt aan een houtsnede vaak ook kopen, omdat ze die mooi vinden. Maar Brontsema houdt de platen allemaal zelf. Al zijn ze totaal op en kan ze er niets meer mee beginnen. ‘Ik kan er gewoon geen afstand van doen.’
‘Ik heb weleens medelijden met schilderende collega’s. Als je een schilderij verkoopt, ben je het kwijt. Dat lijkt mij heel moeilijk als je eraan gehecht bent. Mij doet het geen pijn iets weg te doen. Ik heb de platen nog.’

ELINE BRONTSEMA
Geboren 5 augustus 1988 in ’t Zandt en daar ook opgegroeid
Is kunstenaar, maakt vooral houtsnedes
Woont in Groningen
Opleiding filosofie (RUG, 2011), Klassieke Academie voor beeldende kunst (2020)
