Fotograaf Reyer Boxem legde grenzen in ons noordelijke landschap vast en laat zien hoe alledaags, logisch en soms ronduit teleurstellend een grens kan zijn.

We woonden in Harlingen, in het ‘Rode Dorp’, een uitbreidingswijk van de haven uit de jaren twintig van de vorige eeuw, met kleine woninkjes en piepkleine straatjes. Jongeren, werklozen, sukkels, kunstenaars en tokkies konden daar nog lekker ongestoord en goedkoop op elkaars lip wonen.

Voor ons huisje stond een dikke buxushaag van ruim 2 meter 50 hoog, zodat je je tijdens het niksen niet hoefde te schamen voor de overburen. Op een dag had de overbuurman er met de heggenschaar een groot gat in gebeiteld tot precies 1 meter 20, de hoogte waarvan hij vond dat een heg hoorde te zijn. Daarmee ging hij bij mij letterlijk en figuurlijk een grens over en vanaf dat moment waren we in oorlog met elkaar. Temeer omdat ik na wat gemekker over en weer het gat gewoon liet zitten, zodat hij vanaf dat moment de hele dag zelf tegen dat gat aan kon gaan zitten kijken, met z’n stomme hoofd.

Natuurlijk, dit is grensleed in het klein, maar in het algemeen wil de mens gewoon daar zijn waar de wind, de voorspoed of de liefde hem brengt. En overal wordt deze diep menselijke behoefte gefnuikt. Is het geen waterweg, dan is het wel een spoorlijn, roadblock of snelweg. Of een hek met prikkeldraad. Of gewoon niks, daar waar een pad simpelweg ophoudt. In het groot zorgt dit wereldwijd voor ontzettend veel verdriet, dood, verderf en andere rampspoed. Daar gaat het op deze pagina’s gelukkig even niet over. Deze foto’s tonen slechts logische, veilige, comfortabele en in het slechtste geval teleurstellende grenzen.