Voor zijn masterstudie Design Driven Innovation onderzocht Bo Tukker in gemeente Het Hogeland (Noord-Groningen) hoe letterlijk met elkaar in gesprek gaan de leefbaarheid kan vergroten.

Bo Tukker groeide op in het dorp Pieterburen op het Hogeland. Hij woont nu in de stad Groningen, maar is er nog regelmatig te vinden voor een kop koffie bij zijn ouders, een bezoek aan vrienden, een wandeling door het Waddengebied of een potje voetbal. Waarom blijft het hoge noorden van de provincie trekken? ‘Mijn ouders zijn rond mijn geboorte in Pieterburen gaan wonen. Ze waren verliefd geworden op het wadlopen en de omgeving. Inmiddels begrijp ik waarom. De rust, de ruimte en de weidsheid hebben een aantrekkingskracht die moeilijk uit te leggen is, maar die je meteen voelt als je er bent.’

Voor zijn afstudeerscriptie besloot Bo ook als onderzoeker terug te keren naar zijn geboortegrond. In het kader van het programma Waddenkust en Reitdiep kreeg hij van de gemeente Het Hogeland de ruimte om zich vrij te verdiepen in de leefbaarheid ter plaatse. Hij wilde inzicht krijgen in de behoeften, pijnpunten en gedragingen van de bewoners en eerstelijns oplossingen aandragen voor de sociale fragmentatie in het gebied. ‘Ik wilde begrijpen hoe mensen hier leven, en vooral: hoe ze zich staande houden in een samenleving die langzaam maar zeker verandert.’

Rust, ruimte en verandering

Het Hogeland staat bekend om zijn open landschap. Uitgestrekte akkers, dijken en een horizon die nergens lijkt te eindigen. Maar die rust is gedeeltelijk schijn. Er is veel gaande: dorpen hebben te maken met krimp, vergrijzing en het verdwijnen van voorzieningen. Tegelijkertijd trekken nieuwe bewoners naar het gebied, juist vanwege die leegte en vrijheid. ‘Dat spanningsveld intrigeerde me. Hoe ervaren inwoners die veranderingen? En wat betekent dat voor de leefbaarheid van hun dorp?

Op klompen

In plaats van enquêtes of formele interviews koos Bo voor een andere aanpak. Hij stapte op de fiets, vaak letterlijk op zijn klompen, en ging op pad. Als ‘onderzoeker’, maar vooral als iemand die zelf ook opgroeide in de streek.
Hij raakte in gesprek op erven, bij de bakker, langs de weg. Soms bleef het bij een kort praatje, soms ontstonden er lange gesprekken over het dorpsleven.
Wat hem opviel was hoe sterk mensen zich verbonden voelen met hun omgeving. Tegelijkertijd hoorde hij ook andere geluiden. Over zorgen rondom verkeersveiligheid, het verdwijnen van voorzieningen en het gevoel dat nogal wat dorpsbewoners langs elkaar heen lijken te leven.

‘Ben je een koffiedrinker, theedrinker, of ga je voor de koek?’

Tegenstellingen als ‘wij en zij’ en ‘import en export’ kwamen regelmatig voorbij. Vaak met een knipoog, maar toch veelzeggend. Het bracht aan het licht dat er onzichtbare grenzen bestaan tussen groepen mensen die soms letterlijk naast elkaar wonen, maar elkaar nauwelijks spreken.

Eigen ritme

Om die dynamiek beter te begrijpen, zoomde Bo in op één dorp: Warfhuizen. Een klein dorp met ongeveer 250 inwoners, maar met een verrassend rijke sociale structuur.
Ook hier ging hij op pad, sprak met bewoners en luisterde naar hun verhalen. Wat duidelijk werd is dat er verschillende werelden naast elkaar bestaan. Oude en nieuwe bewoners, mensen die hier zijn geboren en mensen die hier bewust de rust van het dorp hebben opgezocht. Iedere groep heeft zijn eigen netwerk, zijn eigen ritme. En hoewel ze dezelfde straten delen, komen ze elkaar niet altijd tegen. ‘Juist dat maakte me nieuwsgierig: wat gebeurt er als je die werelden wél met elkaar in contact brengt?’

Elkaar beschrijven

Vanuit die vraag ontstond een idee. Geen groot project, maar iets kleins en persoonlijks. Bo ging langs de deuren in Warfhuizen met een uitnodiging: een opvallend en hopelijk nieuwsgierig makend ‘gouden ticket’. De uitnodiging was simpel: kom langs in het dorpshuis voor een avond met koffie, thee en koek.
Negen inwoners reageerden erop: een gemengde groep bestaande uit dorpelingen die al hun hele leven in Warfhuizen wonen en mensen die er nog maar twee jaar geleden heen verhuisd zijn vanuit de Randstad.
Het begin was luchtig. Er werd gesproken over alledaagse onderwerpen: ben je een koffiedrinker, theedrinker, of ga je voor de koek? Daarna gingen mensen in kleine groepjes bij elkaar zitten en veranderde de sfeer. Men kreeg de opdracht om een aanwezige dorpsgenoot te ‘beschrijven’. Wie is die persoon? Wat drijft hem of haar? Wat denk je dat diegene belangrijk vindt?
Vervolgens mochten de ‘beschreven’ personen reageren en ontstonden er verrassende gesprekken. Soms bleken de beschrijvingen aardig goed te kloppen, soms sloegen ze de plank compleet mis. Het was vaak grappig, maar zorgde ook voor inzicht. Wat begon als een speelse oefening groeide uit tot een diepgaand gesprek over waarden, gewoontes en verwachtingen.

Andermans ogen

Tijdens de gezamenlijke terugkoppeling na afloop werd duidelijk dat de mensen veel meer met elkaar gemeen bleken te hebben dan ze vooraf gedacht hadden. Zo noemde vrijwel iedereen de mooie omgeving als reden om in Warfhuizen te wonen. En zorgen over verkeersveiligheid leefden breed.
Na afloop bleef het nog lang gezellig. Er werd nagepraat, gelachen en er werden telefoonnummers uitgewisseld. Wat begon als een eenvoudige bijeenkomst, werd een avond van echte ontmoetingen. Met als misschien wel belangrijkste opbrengst dat de mensen zich bewust waren geworden van hun eigen aannames. Ze hadden even door de ogen van een ander kunnen kijken.

Kans

De aanpak werkte juist door zijn eenvoud. Geen ingewikkelde methodes, maar via een simpele oefening mensen laten nadenken over hun eigen aannames. Het creëerde ruimte voor perspectiefwisseling. Men werd nieuwsgierig naar elkaar en dat zorgde voor verbinding. Voor Bo bevestigde het dat leefbaarheid niet alleen gaat over voorzieningen of beleid, maar ook over de manier waarop mensen elkaar zien en ontmoeten.
Het Hogeland verandert. Dat is onvermijdelijk. Maar juist in die verandering ligt ook een kans om de leefbaarheid te verbeteren. Door ruimte te maken voor kleine, oprechte ontmoetingen kunnen mensen elkaar beter leren begrijpen en vinden. De hefboomtheorie van Donella Meadows zegt dat een kleine gerichte ingreep een grote blijvende verandering kan veroorzaken. Grote veranderingen kunnen plaatsvinden door elkaar te begrijpen en te erkennen. Soms is daar niet meer voor nodig dan een uitnodiging, een tafel en iets te drinken.

BO TUKKER
Woonplaats Groningen
Geboortedatum 3 juli 1999
Studierichting Design Driven Innovation, NHL Stenden Leeuwarden
Waarom voor deze studie gekozen Ik vind gedragsverandering bij groepen mensen heel erg interessant.
Ik ben het liefste bezig met werken aan systeemverandering: het helpen creëren van nieuwe sociale structuren.

In de rubriek Student & scriptie geeft Noorderbreedte een podium aan afstudeerscripties die interessante of prikkelende thema’s behandelen.