Jannie en Albert Neutel zijn sinds en paar jaar eigenaar van De Plantage, een nieuw, relatief klein landgoed bij Ansen. Meer dan tien keer zo groot is landgoed Heidehof bij Eext, dat opnieuw wordt ingericht door Dolf van der Weij en Annetje Braat. Wat drijft deze hedendaagse landgoedeigenaren?

Vorig jaar schreef ik in Noorderbreedte (2003, nummer 3) over nieuwe landgoederen in het Noorden. Sinds 1995 streeft het rijk naar de aanleg van nieuwe landgoederen om nieuw bos te creëren, in samenhang met kleinschalige woningbouw. Vooral in Drenthe zijn er de laatste jaren nogal wat initiatieven ontplooid waarbij de doelstelling breder is geworden; bosbouw is niet meer het enige. Het gaat steeds meer om versterking van natuur en landschap met een daarbij passende bebouwing. Het provinciaal bestuur van Drenthe stimuleert de ontwikkeling van deze landgoederen en op de verschillende gemeentehuizen proberen de lokale bestuurders het een en ander in te passen binnen het bestaande beleid of nieuw beleid te ontwikkelen.
Er zijn grote verschillen tussen de enkele tientallen projecten die in ontwikkeling zijn. In dit verhaal gaat het over de mensen achter twee van deze projecten. Hoe zijn ze landgoedeigenaar geworden? Wat is de ontstaansgeschiedenis van hun landgoed? Klopt het beeld dat sommigen hebben dat het hier gaat om rijke types die vanuit protserige landhuizen grote oppervlaktes grond beheren? Wat komt er kijken bij het bezit van een landgoed?

Een familiegeschiedenis

Jannie Neutel (47) woont met haar man Albert in een nieuwbouwwijk in Ruinen. Sinds december 2000 zijn ze de eigenaren van een landgoed van 12,5 hectare bij Ansen, aan de weg van Ruinen naar Dwingeloo. Op het perceel ligt een boerderij met daarnaast een arbeiderswoning. Het verhaal van de totstandkoming van landgoed De Plantage, zoals het genoemd wordt, is het verhaal van een familiegeschiedenis. Jannie: ‘Een aantal jaren geleden heb ik de grond met de opstallen en alles wat daar nog in stond geërfd van mijn oom Albert Mulder. Hij was een broer van mijn moeder. Ik heb altijd veel contact met hem gehad en dat is vermoedelijk de reden dat hij mij tot zijn enige erfgenaam heeft gemaakt. Het geheel omvatte zo’n 14 hectare. Eén hectare lag niet bij de boerderij, dat stuk hebben we verkocht.
Het landgoed is voor mij niet zomaar een stuk grond. Ik heb er een sterke emotionele binding mee. Ooit, ik heb het dan over zo’n honderd jaar geleden, was het een hakhoutplantage. Daar komt de naam van het landgoed ook vandaan. Mijn overgrootvader was destijds al eigenaar van een deel van de grond. Later is mijn opa er geboren en ook mijn moeder en mijn oom. Mijn grootouders zijn er allebei overleden. Die plek en dat huis betekenen dus nogal wat voor mij.
Toen ik dit alles na het overlijden van mijn oom in mijn bezit kreeg, heb ik daar wel een paar slapeloze nachten van gehad. Mijn man en ik wisten beslist niet wat we met dit bezit moesten. Al snel kwamen we erachter dat we over deze erfenis 68 procent successierechten moesten betalen. Financieel gezien zouden we in feite alleen de boerderij over kunnen houden, maar geld voor een verbouwing zou er niet zijn. We hadden goede adviezen nodig, en die vonden we bij een plaatselijke makelaar.’

Op slag verliefd

Dolf van der Weij (1937) en zijn vrouw Annetje Braat (1948) zijn de eigenaren en bewoners van landgoed Heidehof bij Eext. Terwijl De Plantage tot de kleinere landgoederen gerekend moet worden, is Heidehof met een oppervlakte van 135 hectare groot te noemen. Hoe zijn de huidige bewoners in Eext terechtgekomen?
Dolf van der Weij, die vroeger een financieel dienstverleningsbedrijf had waar 75 mensen werkten: ‘Ik woonde in Epse tussen Zutphen en Deventer en Annetje in Warnsveld. We waren allebei actief in natuurbeheerprojecten. Via de natuur hebben we elkaar leren kennen. Na haar scheiding zocht Annetje een onderkomen ergens in een natuurlijke omgeving. Een optrekje op een landgoed of zo. Een makelaar wist wel iets voor haar in Drenthe, maar meer wilde of kon hij er op dat moment nog niet over zeggen. Het ging niet door omdat ze het in verband met de kinderen te ver weg vond.
Toen ik zelf enige tijd later voor zakelijke beslommeringen bij verzekeringsmaatschappij AMEV kwam en liet vallen dat ik een stuk bos zocht waar ik zou kunnen wonen en dat ik zou kunnen beheren, hoorde ik van mijn gesprekspartner dat AMEV een week later een perceel in de verkoop zou hebben. Ook dat bleek in Drenthe te liggen. Later ontdekten Annetje en ik dat we allebei dezelfde grond aangeboden hadden gekregen.
Na mijn gesprek bij AMEV is het snel gegaan. We zijn naar Drenthe gereden en het project waar het om ging bleek Heidehof te zijn. We waren op zoek naar een terrein van zo’n 10 hectare; dit landgoed bleek 92 hectare te zijn. Maar we waren wel op slag verliefd. Het zag er prachtig uit. We zagen meteen dat het met gevoel voor landschap was aangelegd. Geen pad was recht.
Doordat ik wat geluk had gehad in mijn zakelijke bezigheden konden we dit terrein kopen, ondanks het feit dat het veel groter was dan we wilden. Zo werden we in 1996 eigenaar van een prachtig landgoed. Op het terrein stond een kleine boswachterwoning waarin de weduwe van een vroegere jachtopziener van AMEV woonde. Het terrein had veel achterstallig onderhoud. Er was veel te doen. We zijn meteen aan de slag gegaan.’

Leuke subsidiebedragen

De bewoners van Heidehof wisten toen ze het terrein kochten al wat ze wilden met het gebied. Hoe anders was dat bij Jannie en Albert Neutel. Ze kwamen uiteindelijk via de Ruiner makelaar Pouwel Bruins op de gedachte een landgoed te ontwikkelen.
Jannie: ‘Elke maandag gingen we even buurten bij Bruins. We bespraken dan de verschillende mogelijkheden. Toen we ongeveer op het punt stonden om alles maar te verkopen, omdat we werkelijk niet wisten wat we moesten doen, kwam hij plotseling met dat landgoedidee. Ook dat sprak ons niet onmiddellijk aan. We wisten niet goed wat het zou betekenen. Maar al snel zagen we dat dit het goede spoor was. Openstellen voor het publiek betekende dat we die successierechten niet hoefden te betalen, en er bleken voor allerlei inrichtingsmaatregelen leuke subsidiebedragen beschikbaar te zijn. Toch heb ik nog wel een half jaar met een steen in m’n maag geleefd, ik was er nog niet gerust op dat het allemaal goed zou komen. We hebben ons laten bijstaan door ingenieursbureau Oranjewoud. Niet alleen bij het inrichten van het gebied, maar ook bij het verwerven van verschillende subsidies. We hebben onder meer gebruikgemaakt van de Subsidieregeling Natuurbeheer voor de bosaanleg. Van het Nationaal Groenfonds kregen we een subsidie, omdat het bos bijdraagt aan de zuurstofproductie, en van het Fonds Natuur en Landschap kregen we geld voor de aanleg van poelen. Gelukkig zijn we niet met bezwaarmakers geconfronteerd. Iedereen vindt het prachtig dat er in Ansen een landgoed komt. Dat brengt daar misschien op termijn wat leven in de brouwerij.’
De wethouder opende De Plantage op 19 december 2002. Het landgoed ligt in een kleinschalig esdorpenlandschap en bestaat uit bloemrijke graslanden en kleine percelen bos met inheemse houtsoorten. Er zijn wandelpaden aangelegd en er is een poel uitgegraven. Ook is een stukje slotgracht zichtbaar gemaakt. Naast het huidige landgoed stond ooit een fraaie havezate. Restanten van de gracht die daaromheen liep zijn op het huidige landgoed teruggevonden. Om de natuurontwikkeling volop kansen te geven, heeft het waterschap Reest en Wieden het grondwaterpeil omhoog gebracht.

Van productiebos naar natuurbos

Erfden de Neutels hun gronden van een oom die boerde op de landerijen, Heidehof heeft een heel andere achtergrond. Het oorspronkelijke landgoed is gesticht in 1929 door de familie Everts. Deze familie bezat een meubelfabriek in Wildervank waar onder andere de bekende houten schoolbankjes werden gemaakt. Het landgoed werd ingericht als productiebos voor het houtverwerkende bedrijf. Het is een ontginningsbos. Everts liet op het terrein ook een buitenhuis bouwen. In die tijd was het terrein 135 hectare groot.
Dolf van der Weij heeft zich verdiept in de geschiedenis van het gebied. ‘Op het landgoed is in de oorlog nogal wat gebeurd. Zo was er een onderduikershol waarin een flinke groep onderduikers zat. Ik ben, toen wij hier kwamen wonen, met deze onderduikers in contact gekomen. Er leven er nu nog drie. We willen samen met hen en met de historische vereniging van Eext dit hol gaan restaureren. Er zijn hier in de oorlog ook Franse parachutisten geland en er is stevig gevochten met de Duitsers. Op een gegeven moment heeft de SS bezit genomen van het huis. Twee weken voor het eind van de oorlog is de woning door de Duitsers kapotgeschoten.
Toen we dit landgoed in 1996 kochten, troffen we een overwoekerde ruïne aan. We wisten toen nog niet of we hier wel weer een huis mochten bouwen. Als dat niet gekund had, waren we in de boswachterwoning gaan wonen. Maar het mocht. Boven op de ruïne staat nu een huis dat past bij onze ideeën over natuur en milieu. Het is een duurzaam huis dat past in de omgeving. Wanden en vloeren zijn van Europees larikshout, de buitenkant is van red ceder en de platen aan de plafonds zijn gemaakt van berkenhout.
We streven ernaar om het hele landgoed zo natuurlijk mogelijk in te richten. Het vroegere productiebos moet omgevormd worden tot een natuurbos. Het moet een hogere natuurwaarde krijgen. Heidehof bestaat nu uit bos en heide en vier vennen: twee hoogveenvennen en twee pingoruïnes. Ook liggen er grafheuvels in het gebied.’
Dolf van der Weij vertelt enthousiast over de omschakeling van bosexploitatie naar kleinschalig bosbeheer; over de overgang van monocultuur naar gemengd natuurlijk bos; en ten slotte over de omschakeling van beheer met behulp van machines naar beheer met behulp van paarden en mensenhanden. Tot op de dag van vandaag is het Belgische paard Rosa een trouwe hulp bij het verwezenlijken van de plannen van Van der Weij en zijn vrouw. Daarnaast laten zij zich bijstaan door een fulltime en een parttime medewerker. ‘Echte Drenten’, volgens Dolf van der Weij, ‘en dat heeft flink geholpen bij onze inburgering in deze buurt.’
Het landgoed is van de 92 hectare die het omvatte bij de aankoop, inmiddels weer uitgegroeid tot de oorspronkelijke 135 hectare. Dat is gebeurd via kavelruil. Destijds is het door de zoon van eigenaar Everts in stukken verkocht, onder andere aan De Utrecht (later AMEV) en een boer. Bij de kavelruil waren elf boeren en Natuurmonumenten betrokken. De nieuw verworven gronden zijn inmiddels ook ingeplant met bos.

Vreselijk druk

Wat betekent het nou om landgoedeigenaar te zijn? Heeft het de levens van de bezitters op de kop gezet? Jannie Neutel: ‘We hebben het door De Plantage vreselijk druk gekregen. Mijn man werkte bij de gemeente en hij is dat blijven doen, maar ik heb mijn baan in de kantine van de sporthal opgegeven. We hebben lange tijd dag en nacht gewerkt om alles voor elkaar te krijgen en dat werd mij te veel. Vergeet niet dat we het land ook twee keer per jaar moeten hooien. We hebben er vorige zomer 1200 pakjes hooi af gehaald. We krijgen daarbij gelukkig wel veel hulp, anders is het niet te doen. Ook de inrichting van het terrein is veel werk. Zo hebben we met de kruiwagen vrachtauto’s vol houtsnippers over de paden verspreid. We zijn nu bezig met het opknappen van de boerderij. Ook daar doen we veel zelf. We proberen alles in de oude staat terug te brengen, althans aan de buitenkant. Binnen maken we er een moderne woning van. Ik denk dat we in 2006 zo ver zijn dat we er kunnen gaan wonen. Ons leven zal dan eindelijk wel weer een beetje rustiger worden.’

Rentmeesterschap

Ook het leven van de Heidehofbewoners is fundamenteel veranderd en niet alleen in praktische zin. Dolf van der Weij vindt het soms jammer dat hij zoveel met administratieve zaken bezig moet zijn. Maar het rentmeesterschap vraagt nou eenmaal nogal wat papierwerk. Het allerbelangrijkst voor hem is dat hij het gevoel heeft dat hij in Eext voor het eerst van zijn leven echt is thuisgekomen.
‘Het heeft me de laatste jaren wel beziggehouden hoe het komt dat ik mij zo thuis voel in bossen. Bos is voor mij bevrijdend. Ik word daar mezelf. Vroeger heb ik vier jaar in een Jappenkamp doorgebracht, waarvan twee jaar midden in het woud. Vanuit de ellende van dat kamp keek ik elke dag door het prikkeldraad naar het bos en dat was voor mij de andere wereld, de wereld waarin ik gelukkig zou kunnen zijn. Dat bos had een helende kracht. Daarom ben ik nu misschien ook wel gefascineerd door de vraag wat ons bos hier vroeger voor de onderduikers heeft betekend. Later heeft het bos voor mij letterlijk een helende kracht gekregen. Ik ben ervan overtuigd dat het er in belangrijke mate aan heeft bijgedragen dat de kanker die ik kreeg het niet van mij gewonnen heeft. Intuïtief weet ik dat het bos waarin ik leef levensreddend is geweest. Soms krijg ik in deze omgeving een overweldigend gevoel van blijheid. Noem het maar creativiteit, liefde, of wat mij betreft God. Wij willen er via Heidehof aan bijdragen dat de verbinding tussen de mens en de natuur wordt hersteld.’ Zo geeft Annetje cursussen waarin wordt stilgestaan bij onze relatie met de natuur. Ook zij zegt dat ze op Heidehof voor het eerst ergens echt thuis is. In haar jeugd speelde de natuur al een grote rol. ‘Hier komt alles weer terug.’ <

Trefwoorden