Frank Westerman zag de Afsluitdijk en het Jongleikanaal in Zuid-Soedan ooit als bewijs dat alle grootschalige waterwerken rampzalig zijn voor de natuur. Inmiddels laat de Afsluitdijk zien dat het ook anders kan.

Als student waterbouwkunde in Wageningen schaarde ik me vierkant achter het Soedanese Dinkavolk. Meteen in het eerste jaar, in 1983, bogen we ons in werkgroepjes over het Jongleikanaal, een imposante waterweg van 360 kilometer die in Soedan werd aangelegd als een bypass van de Nijl.

Alles aan het Jongleiproject was groot. Wat echter de kroon spande was ‘Lucy’, een graafmachine zo hoog als een kermisattractie met een schoepenrad van twaalf meter in doorsnee. Voortrollend door de woestijn – als een strandbeest van kunstenaar Theo Jansen – trok dit gevaarte een liniaalrechte geul door de Soedanese provincie Jonglei.
Eenmaal voltooid zou dit kanaal vijf tot zeven procent water aan de Witte Nijl toevoegen dat anders in het Suddmoeras stroomde en verdampte; de rest van de Nijlvallei tot de Middellandse Zee zou opbloeien door de extra watertoevoer. De catch was deze: er zou een uitgestrekt wetlandsgebied uitdrogen, terwijl de Dinka en hun koeien door het verrijzen van deze Soedanese waterlinie bruut werden afgesneden van hun weidegronden. Tijdens de seizoentrek zouden de herders en hun kuddes op de onneembare, door Lucy gegraven gracht stuiten en ter plekke vermageren en omkomen van de honger.

Maar konden er dan geen doorwaadbare plaatsen worden aangelegd in het kanaal, om de zoveel kilometer? Dit opperden wij, landbouwingenieurs in spe die het goed voorhadden met de Dinka en hun vee. We hadden ons voorstel nog maar net uitgetekend of de metalig krakende Lucy werd met een welgemikte granaat uit een raketwerper uitgeschakeld. Met patroongordels omhangen commando’s van het Zuid-Soedanese Bevrijdingsleger waren het gevecht aangegaan met de monsterlijke machine, waarna de tweede Soedanese burgeroorlog (1983- 2005) losbarstte en er alleen nog maar bloed vloeide in de woestijn.

Is dit het zoveelste bewijs dat alle grootschalige waterwerken een nefaste uitwerking hebben op mens en natuur?
Vroeger als student in Wageningen was ik geneigd te denken van wel. Door veel van mijn studiegenoten werd ook de Afsluitdijk voorgesteld als een van de grootste, man-made ecologische rampen op aarde. Wat voor homo sapiens een liniaalrechte vierbaansverbinding is tussen twee provincies – een dam die een zee in tweeën splijt – is voor de paling een formidabele, meer dan dertig kilometer lange barrière. Polsdikke alen die de oceaan willen oversteken om zich voort te planten stuiten in het IJsselmeer op een muur van basaltblokken, terwijl glasaaltjes, die zich op de Golfstroom hebben laten meevoeren naar onze breedtegraad, afhankelijk zijn van de sluizen om nog naar binnen te kunnen glippen.
Hadden we niet in 1932 een Dierenbevrijdingsfront op de graafmachines en draglines moeten afsturen, zodat de Zuiderzee haar zouttong tot aan Zwolle kon blijven uitsteken?
Ik sta achter de Dinka én achter de paling. Maar ben tegen geweld en afbraak. Voortschrijdend inzicht heeft ervoor gezorgd dat de Afsluitdijk in 2022 voor zijn negentigste verjaardag een ‘vismigratierivier’ heeft gekregen: een onderwaterpassage dwars door het basalt heen, een vistunnel die in 2027 feestelijk zal worden geopend. Lang leve de paling (en de aalscholver).
Trekvissen hebben, net als de Dinka en hun koeien, recht van overpad.  

Schrijver Frank Westerman werd geboren in Emmen, groeide op in Assen en schreef een lange reeks boeken waaronder de klassieker De graanrepubliek. Zijn nieuwste publicatie, Terug naar de nul, gaat over een wandeling langs hunebedden.