Terwijl hij naar de achteringang loopt, zegt Boersma niet veel drukte te verwachten. Vijftig klanten zou hij al veel vinden. Door de opheffingsuitverkoop zijn de meeste producten verkocht en zijn de meeste vaste klanten al langsgekomen.
Binnen draait de verwarming op volle toeren en begint Boersma aan zijn routine: lichten aanzetten, koffiezetapparaat schoonspoelen, kluis openen en de kassa controleren. In de kantine zijn slijtageplekken zichtbaar op het laminaat, de stoelen en de tafel. Daar vertelt hij over zijn gevoel bij deze laatste openingsdag: ‘Als je hier dan de winkel binnenkomt, en het is allemaal zo hol en leeg, dan geeft dat wel een raar gevoel.’ Om klokslag acht uur opent Boersma samen met werknemer Arjen van Kammen (19) de winkel. Boersma begint de dag met een stapel administratie en loopt vervolgens een ronde door de zaak. Klanten zijn nog nergens te bekennen.
Geen opvolger
Wanneer Boersma bij de servicebalie aankomt, vertelt hij over de beslissing die hij een paar jaar geleden nam: ‘Toen begon de gedachte te leven dat ook ik een dagje ouder word, en dat je toch moet gaan kijken of je het bedrijf aan iemand anders over kunt geven.’ Het hoofdkantoor van Hubo zocht mee naar een opvolger, maar die werd niet gevonden. Begin 2025 hakte Boersma de knoop door: ‘Op een bepaald moment moet je dan de beslissing nemen om toch maar definitief te stoppen en de zaak uit te verkopen.’
Tialda Haartsen is hoogleraar Plattelandsgeografie aan de Rijksuniversiteit Groningen en ziet dit steeds vaker gebeuren op het platteland. ‘Er zijn heel veel kleine ondernemers die ouder zijn, met pensioen gaan en uitstromen’, vertelt ze. Hoewel vergrijzing door heel Nederland zichtbaar is, heeft het vooral impact op het aantal voorzieningen in plattelandsdorpen. ‘Juist daar zijn vaak geen opvolgers.’
‘Het loopt vooral vast op het financiële verhaal’, vertelt Boersma. Volgens hem wordt het moeilijker om een goede financiering te krijgen voor dit soort bedrijven. Hij voegt daaraan toe: ‘Er zijn ook steeds minder mensen die dit soort risico’s willen nemen.’
Ook Haartsen ziet dat steeds meer mensen terughoudender zijn. Ze stelt dat jongere generaties andere werkwensen hebben: ‘Die willen niet meer zes of zeven dagen in de week voor een bedrijf verantwoordelijk zijn.’ Bovendien zijn er ‘steeds minder jongeren in verhouding tot ouderen’. Het Planbureau voor de Leefomgeving ziet dat deze vergrijzing op het platteland het sterkst is en daar ook het snelst verder zal toenemen. Haartsen stelt dat deze combinatie van vergrijzing en veranderende werknormen het vinden van opvolgers op het platteland extra lastig maakt.
Laatste werkdag
‘Morgen!’ roept Boersma wanneer Andries van der Veer (33) en Renzo Batema (21) de winkel binnenstappen voor hun laatste werkdag. ‘Goeiemorgen!’, roept Van der Veer terug terwijl hij naar de kantine loopt. Daar vertelt hij over het moment waarop Boersma het nieuws bracht: ‘Het was voor mij echt een schok.’ Van der Veer, woonachtig in Kootstertille, heeft inmiddels een nieuwe baan gevonden bij bouwgroothandel Concordia in Drachten. Haartsen ziet dit vaker voorkomen: ‘Werknemers moeten werk gaan zoeken dat misschien verder weg ligt.’ Het verdwijnen van werkgelegenheid op het platteland zorgt er namelijk voor dat werknemers vaker in grotere plaatsen terechtkomen.
Meer dan een winkel
Hoewel het tot half tien nog betrekkelijk rustig was, druppelen er inmiddels steeds meer klanten de winkel binnen. Ook het moment waarop Boersma voor de laatste keer de sleutel omdraait, komt steeds dichterbij. Net wanneer hij even naar achteren is gelopen, stapt Fokke de Haan (65) binnen. Hij kijkt zoekend om zich heen en vraagt: ‘Waar is Henk?’ Nu de plaatselijke Hubo stopt, moet De Haan een nieuw adres voor zijn bouwmaterialen zoeken. Hij is bulldozermachinist, woont in De Westereen en komt bijna wekelijks langs voor materialen en een kop chocolademelk. In de kantine vertelt De Haan, met warme chocolademelk voor zich op tafel, dat hij al jaren bezig is met het verbouwen van zijn huis. ‘Als ik alle materialen van de Hubo eruit zou halen, stort het hele huis in’, zegt hij lachend. Naast het gemak van de korte afstand zal hij vooral de band met Boersma en het personeel gaan missen. Even later verschijnt Boersma weer voor in de winkel. De Haan loopt naar hem toe, schudt hem de hand en bedankt hem voor de service van de afgelopen jaren.
Het plattelandsleven onder druk
Tegen half elf zijn er zo’n twintig klanten geweest. Het doel van vijftig klanten lijkt haalbaar. Zittend op zijn bureaustoel vertelt Boersma, in rustig tempo en met beheerste handgebaren, dat hij erg actief was met sponsoringen aan lokale sportverenigingen, feesttenten en World Servants-organisaties. ‘Het mkb is het cement van de samenleving.’ Sponsoringen deed hij ook voor naamsbekendheid, maar hij vindt het ‘vooral een belangrijke factor voor het verenigingsleven, de vrijwilligersorganisaties en het dorpsbelang.’
Volgens Haartsen zorgt het verdwijnen van dorpswinkels niet alleen voor het verlies aan plekken om producten te kopen. Met name het sociaal-culturele leven van het platteland komt onder druk te staan. Kleine bedrijven, zoals Hubo De Westereen, leveren vaak een belangrijke financiële bijdrage aan verenigingen en organisaties. ‘Dit soort winkels ondersteunt het sociaal-culturele aspect van het dorpsleven.’ Volgens haar speelt juist dat aspect een belangrijke rol in het welzijn van bewoners: ‘Het zorgt ervoor dat mensen zich aan een dorp gaan hechten en op het platteland blijven wonen.’
Laatste loodjes
Na het middaguur vertrekt Boersma naar huis. Zoals elke zaterdag zit zijn werkdag er dan op. Aan het einde van de middag komt hij nog één keer terug: om de winkel af te sluiten en afscheid van alle werknemers te nemen tijdens een etentje. In zijn afwezigheid wordt het onverwacht druk. Al om half twee is het doel van vijftig klanten bereikt en aan het eind van de dag staat de teller zelfs op 126.
Wanneer Boersma terugkeert, staat de winkel vol met klanten die hun laatste aankopen doen en praten over het verdwijnen van de winkel. Hij gaat straks met een dubbel gevoel naar huis. Boersma is tevreden over het verloop van de uitverkoop, maar ‘de onzekerheid van hoe je het leven straks in moet vullen’ is wel moeilijk. Ook het handelen en het contact met klanten zal hij missen. Om vier uur zijn de laatste klanten vertrokken. Buiten, in de kou, draait Boersma voor de allerlaatste keer het hek van Hubo De Westereen op slot. ‘Dat was ‘m’, zegt hij.
