Toen ik in de jaren negentig studeerde, werd er vaak luchtig gedaan over klimaatverandering. Het idee dat ons klimaat meer op dat van Bourgondië zou gaan lijken, klonk voor velen zelfs aantrekkelijk. Bovendien leek klimaatverandering iets voor de verre toekomst. Maar sinds afgelopen zomer weten we wel beter: we zitten er middenin. Afgaand op klimaatdeskundigen zijn de extreme hitte en droogte het nieuwe normaal. Sterker, de voorspelling is dat het in de toekomst nóg warmer wordt. Misschien is de zomer van 2026 wel de koelste van de toekomst.
De hitterecords waren voor gezonde mensen al een beproeving, maar voor kinderen, ouderen en chronisch zieken was het ronduit gevaarlijk. Deze kwetsbare groep kan door de hitte gezondheidsklachten krijgen of zelfs overlijden. Volgens het RIVM zijn alleen al tot half juli door de hitte 911 mensen extra overleden. Wat hierbij niet helpt, is dat onze leefomgeving nog niet is ingericht op het veranderend klimaat. Steen en beton nemen de hitte overdags op en stralen de warmte ’s nachts uit. Als de warme lucht vervolgens niet kan ontsnappen, ontstaan hitte-eilanden met temperaturen die zo’n zes tot acht graden hoger zijn dan de omgeving.
Deze zomer liet nog iets anders zien, namelijk dat de gevolgen van klimaatverandering ongelijk zijn verdeeld. Wereldwijd worden juist de mensen die het minst bijdragen aan de opwarming van de aarde vaak het zwaarst getroffen. Misoogsten, hongersnood en verwoestende overstromingen, zoals eind augustus in Tibet en Nepal, zijn daar voorbeelden van. Maar ook bij ons in het Noorden bestaat klimaatongelijkheid. Groene, ruim opgezette wijken voor de welgestelden blijven tijdens hittegolven koeler dan dichtbebouwde buurten. Bewoners van deze buurten, met soms al sociale of economische problemen, worden door de klimaatverandering onevenredig hard geraakt.
Deze ontwikkelingen baren mij zorgen. Als stedenbouwkundige werk ik daarom aan een klimaatbestendige en rechtvaardige leefomgeving. Dat kan door meer ruimte te maken voor groen, bomen en water. Bomen zorgen voor schaduw en verkoeling, terwijl minder verharding helpt om regenwater op te nemen en de temperatuur te verlagen. Ook groene daken en gevels verminderen zowel hitte als wateroverlast. En een slimme positionering van gebouwen bevordert de luchtcirculatie en beperkt het hitte-eilandeffect.

Ook als burger draag ik een steentje bij. Plantaardiger eten, vaker lopen of fietsen, tegelwippen en minder spullen en kleding kopen zijn manieren om het verschil te maken. Lange tijd twijfelde ik eerlijk gezegd aan het effect van zulke individuele keuzes: want het heeft toch veel meer impact als overheden en grote bedrijven hun verantwoordelijkheid pakken? De realiteit is dat het ondanks de verzengend hete zomer rondom het klimaat oor-ver-dovend stil blijft in Den Haag. En gewetenloze bedrijven zoals Shell zetten nota bene sinds deze zomer weer vol in op fossiele energie omdat daar meer mee te verdienen valt.
Juist dáárom is het noodzakelijk zelf initiatief te nemen. Het is nog niet te laat. Gelukkig zie ik steeds meer moedige mensen die zich inzetten voor een leefbare en rechtvaardige wereld. Ook de opkomst bij demonstraties zoals de klimaatmars van afgelopen zaterdag in Amsterdam – met veertigduizend deelnemers – geeft hoop. Verandering begint altijd buiten de gevestigde orde en gaat met kleine stappen. Als velen zo’n stap zetten, ontstaat een beweging die écht het verschil maakt. Dus zet een stap en laten we samen ervoor zorgen dat deze zomer niet herinnerd zal worden als de koelste zomer van de toekomst.
