Kritische vakjury’s: de Dag van de Architectuur Groningen lijkt er een patent op te hebben. Zo ook dit jaar. Vijftien pas opgeleverde projecten hield de driekoppige jury in juni tegen het licht. Haar conclusie: de stad Groningen bedient de markt met hapklare beleggersbrokken.

Stedenbouwkundig en typologisch blijven kansen onbenut. Tussen alle strenge zinnen is er gelukkig ook ruimte voor lof. Met de nieuwe voorgevels zit het over het algemeen wel goed. Ze zijn zorgvuldig vormgegeven en gebouwd: de Groninger baksteentraditie waardig.
En inderdaad, een (fiets)tochtje langs nieuwbouw in de stad laat zien dat we hier en daar best trots mogen zijn. We treffen mooie stenen, gemetseld in bijzondere verbanden. De rijke roodbruine stenen van het Conservatorium bijvoorbeeld, een ontwerp van BDG Architecten. Of de gevels van de Stadswerf en het Kopland, beide van De Unie. Lang niet altijd komt de baksteen meer uit Groningen. Maar ach, een kniesoor die daarop let.

De gevel vertelt een verhaal

Het mooiste voorbeeld staat misschien wel aan de Bandoengstraat, een ontwerp van Specht architectuur en stedenbouw. Op het eerste gezicht is het een simpel rijtje. Maar wie beter kijkt, ziet dat er veel gebeurt in de gevel. De warme dieprode baksteen is licht verspringend gemetseld. Iedere etage heeft een eigen verband. Daardoor ontstaat met simpele middelen leven in de gevel. Goed om te weten: de dertien woningen zijn aardbevingsbestendig. Dat kan dus best met baksteen.

De woningen ernaast illustreren nog eens waarom Specht zo’n goed voorbeeld geeft: zo had het ook gekund. Ze zijn een dikke tien jaar ouder en onderdeel van een veel groter complex dat de entree tot de wijk markeert. De steen is rood en Gronings. Maar de gevel oogt zo dood als een pier: rechttoe rechtaan gemetseld. Bijzondere verbanden ontbreken. De voeg is grijs en vlak. Zouden we het nog zo doen? Ik denk het niet. Stel, we maken er een kwartetspel van. Deze gevel belandt dan tussen de stadsvernieuwing van de jaren zeventig: een periode waarin fantasieloos gemetselde fabriekssteen de boventoon voerde.
Snel weer naar een positief voorbeeld, iets verder van huis: het gevierde nieuwe station van Breda. Het complex is gigantisch. Grote vlakken afwisselend metselwerk – 2,3 miljoen bakstenen in totaal – geven het geheel karakter. Ieder vlak vertegenwoordigt een fase uit het ontwerpproces, gemarkeerd met een eigen steenkleur. Daarmee toont de gevel het voorlopig ontwerp, het definitieve ontwerp en de bouwvoorbereiding. Architect Koen van Velsen heeft ook wijzigingen tijdens de bouw bewust zichtbaar gemaakt, alsof iedere fase ook daadwerkelijk gebouwd is en daarna aangepast. Vroegere ramen en deuren lijken bijvoorbeeld te zijn dichtgemetseld. Van Velsen liet zich bij het ontwerp inspireren door een foto van een eeuwenoude muur in het Italiaanse Siena waarop iedere aanpassing z’n sporen heeft nagelaten. Zo maakte hij de plangeschiedenis van ‘zijn’ station tot een van de dragers van het ontwerp.
We hoeven niet helemaal naar Siena voor inspiratie. Ook het Groninger Hogeland staat er vol mee. Eerste stop: het kerkje van Oostum. De muur vertelt de bouwgeschiedenis en laat zich lezen als een boek. We zien dertiende-eeuwse, handgevormde kloostermoppen, voormalige vensters en een dichtgemetselde zuidingang. En laten we het wittige, kalkhoudende voegwerk niet vergeten waardoor het grillige patroon van de stenen nog meer opvalt. We zien ook sporen van restauraties: veel nieuwere stenen die gelukkig door weer, wind en aangroei steeds meer karakter krijgen. De tijd doet hier z’n werk. Misschien gaat dat aan de Bandoengstraat – en de hoek om – ook ooit gebeuren.

Geheugen

Gevels lezen: als je de smaak eenmaal te pakken hebt, valt ineens op hoe veel meer Groningen is dan rode baksteen. De bakstenen zijn slechts de letters: gevarieerd en voorkomend in diverse fonts: handgevormd, gesinterd (extra heet gebakken), groot, klein, industrieel en in verschillende tinten, afhankelijk van de samenstelling van de klei. De kleur en aard van het voegwerk, de verbanden en de tijd maken de gebakken letters vervolgens tot een verhaal. En het mooie is dat ook die voegen en verbanden er in alle soorten en maten zijn. Van holle, bolle en platvolle voegen tot geknipte gesneden, geborstelde en geslepen varianten; en van halfsteen-, kruis-, staand en wildverbanden.
Het mooie is ook dat al die individueel verhalen weer onderdeel uitmaken van een veel groter verhaal: van het dorp, de stad en het landschap. En juist dat maakt het Groninger landschap zo waardevol. Het is de historische gelaagdheid die het totale karakter bepaalt, waarbij iedere laag de tijd heeft gekregen om te rijpen. Om dat te zien hoef je geen historicus te zijn. Iedereen voelt dat. En ja: gevels lezen is inderdaad een stuk minder interessant in de gemiddelde jarenzeventig- of Vinex-wijk.
Exemplarisch zijn de beide beelden die Noorderbreedte ruim een jaar geleden publiceerde van een dorp voor en na de versterkingsopgave. Ze komen nog geregeld voorbij, in woord en beeld. Onverminderd zorgen ze voor een schok, een angstbeeld. Waarom? Omdat iedereen ziet dat hier iets niet klopt – daarvoor hoef je geen architect of historicus te zijn. De gevels lijken gebotoxt. Details ontbreken. Typologisch gaat het mis. Dit straatje is onbegrijpelijk geworden en laat zich niet meer lezen. Het veinst iets wat er niet meer is. Overal gaat het mis: van typologie tot detail, van steen tot voeg. Dit dorp is ruimtelijk aan het dementeren. Gelukkig betreft het (nog) een fotomontage.
Met of zonder versterkingsopgave behouden de foto’s hun waarde. Ze laten zien hoe belangrijk het is om met aandacht te ontwerpen, zeker op die plekken waar meer lagen het karakter bepalen en de leefomgeving een gebouwd geheugen heeft. Wanneer we constateren dat daar waarde in zit, wanneer we zeggen dat we dat willen behouden, dan zullen we ons met iedere nieuwe ingreep moeten verhouden tot het bestaande.

Liefde en aandacht

Is het een kwestie van geld? Levert een dure steen meer kwaliteit op? Welnee. Gevoel en besef van de context zijn veel belangrijker. En treffend voorbeeld bevindt zich aan de Reviusstraat in het zuiden van de stad Groningen, opnieuw van Specht. Het is iets ouder dan het project aan de Bandoengstraat. Ook hier zien we op het eerste gezicht een simpel rijtje dat zich mooi voegt binnen het naoorlogse stempelpatroon van de wijk. Maar achter de gevel gaat een bijzonder verhaal schuil. Om ondanks het beperkte budget toch de gewenste kwaliteit in de gevel te krijgen, tikten de bouwers voor een zacht prijsje een partij door de fabriek afgekeurde stenen op de kop. De misbaksels geven de woningen dankzij een breiwerk aan metselverbanden karakter.
Nog een voorbeeld: de Bloemhof van Marlies Rohmer aan de Bloemsingel, opgeleverd in 2011. Het complex telt 56 woningen voor jongeren en starters. De doelgroep maakte dat het budget z’n grenzen had. Toch heeft ook hier de gevel een bovengemiddelde kwaliteit. De fabriek legde relatief simpele stenen in een patroon en leverde het geheel als paneel aan. Contextbewust is de steen ook. De kleur sluit aan op het monumentale, uit geel bezande steen opgetrokken schakelstation, ooit gebouwd door het Gemeentelijk Energie Bedrijf.
Wat beide voorbeelden bindt? Ze zijn ondanks – of misschien juist dankzij – het beperkte budget met liefde en aandacht ontworpen. Juist dit laat zien dat bouwen in een context die vaak overloopt van verhalen een ontwerpopgave is. Gevels die verhalen vertellen: daarin schuilt een grote waarde. En moet dat in Groningen altijd in (rode) baksteen? Misschien, maar sluit niets uit. Wie het dorp begrijpt en de stad doorgrondt, bouwt ook zonder baksteen een pand dat klopt en nieuwe liefdevolle betekenis toevoegt aan dat wat al is. Zeker weten. Maar dat is weer een heel ander verhaal.