Het is voor burgers onbekend. Voor boeren juist niet, maar de meesten doen er niks mee. Zij vinden een hoog ureumgehalte in de melk van de koe heel normaal. Zet een prijs op ureum als oplossing van de stikstofproblematiek.

Ureum vertelt het geheim van de melkveehouderij, waarin koeien tot de grootste producenten van ammoniak behoren. Zij worden daartoe gedwongen door de boeren die ze royaal eiwitrijk voer voorschotelen als stimulans voor een hoge melkproductie. Maar de koe kan een groot deel helemaal niet benutten. Het arme dier komt in de rol van afvalverbrander.

Te veel eiwitrijk raaigras is voor de koe een kwelling. In de pens wordt een deel verwerkt voor melkproductie. Het overschot, het zogeheten onbestendig eiwit, wordt afgebroken tot ammoniak en gaat via het bloed naar de lever. Daar wordt het wordt omgezet in ureum en verdwijnt het uiteindelijk via de nieren als plas. 

Laat de koe minder ureum produceren

In de stallen en de mestkelders verandert ureum weer snel in ammoniak en zo levert de melkveehouderij uiteindelijk een fikse bijdrage aan de stikstofproblematiek waarover nu zoveel te doen is. De beste oplossing van het probleem is aanpak bij de bron: laat de koe minder ureum produceren.

Volgens agrarische adviezen is er een goed evenwicht bij een ureumgehalte van 25 milligram per 100 gram melk. Dan zouden koeien maximaal melk kunnen produceren. Koeien die vooral vers gras van rijk bemest land eten, kunnen uitschieters hebben naar 40 milligram. Melkvee dat vooral maïs naar binnenwerkt, komt veel lager uit. Adviseurs van grote voerproducenten moedigen melkveehouders aan vooral niet beneden de 20 milligram te komen.

Hoog ureumgehalte is onzin

Die 25 milligram is veel te hoog, vindt oud-dierenarts en wetenschappelijk onderzoeker Kees Kalis uit Makkinga. “Ammoniak is toxisch afval, de koe is voortdurend bezig zich te ontgiften.” Hij pleit voor een waarde van 10 milligram of lager. “Het is onzin om het ureumgehalte zo hoog te houden en vooral niet goed voor de gezondheid van het dier. De belasting van de lever van de koe is te groot.”

In een koppeling aan de melkprijs ziet Kalis een oplossing: hoe lager het ureumgehalte, hoe hoger de aan de boer uit te betalen melkprijs. “Zo kan de stikstofuitstoot simpel en doeltreffend worden teruggebracht met positieve gevolgen voor de gezondheid van de koe.” Er is precies te bepalen hoeveel ammoniak een koe produceert aan de hand van het ureumgehalte in de melk. “Dit is hetzelfde als in de urine”, zegt de specialist runderziektes, die hier jarenlang onderzoek naar heeft gedaan bij vee op de proefboerderijen Zegveld en Waiboerhoeve in Lelystad.

Fout zit in te veel eiwitrijk voer

“Het is flauwekul dat er pas een goede balans is bij een zo hoog ureumgehalte”, zegt Kalis. “De fout zit in te veel eiwitrijk voer. Geef een koe meer energie met pulp, dat geeft een goede penswerking.” Hij ziet de grote invloed van de macht van adviseurs en voerproducenten. Er zijn al genoeg boeren die bewijzen dat het anders kan. Die hebben een hoge melkproductie per koe en een ureumgehalte van rond de 10 milligram.”

Een veehouder krijgt nu voor elke liter melk een prijs betaald. Hoe hoger de gehaltes vet, eiwit en lactose, hoe beter de prijs. Ook het ureumgehalte in melk wordt gemeten, maar daar hangt nog geen prijs aan. Dit kan voor de toekomst dé sleutel zijn voor een beter milieu met minder stikstofuitstoot uit ammoniak. Een cent per kilogram melk kan al verschil maken, net zoals melkveehouders ook extra centen krijgt voor het laten weiden van hun koeien.

Belangrijk kengetal in mestproblematiek

De uitstoot van stikstof door de melkveehouderij is groot. Het is een gevolg van het steeds hoger opvoeren van de productiedoelen per koe binnen de eenvoudige formule dat meer eiwitrijk gras en meer krachtvoer meer melk oplevert. Hoe meer voer in de koe wordt gestopt, hoe meer er uitkomt. Vooral venijnige mest vol ammoniak dat later vervluchtigt als stikstof.

Het ureumgehalte van melk is een belangrijk kengetal in de mestproblematiek van de melkveehouderij. Een verlaging van de gehaltes betekent minder stikstofuitstoot, zo simpel is het. Als per 100 gram melk het ureumgehalte één milligram lager wordt, is de jaarlijkse stikstofuitstoot per koe anderhalve kilo kleiner. “In de zoektocht naar oplossingen is dit in het belang van de boeren”, zegt Kalis.

Koe is een productiemachine geworden

Boeren kunnen met de keuze van het voerrantsoen gemakkelijk sturen op het ureumgehalte. Zelfs de keuze van fokstieren is van belang. Het is erfelijk hoe goed koeien de toegediende eiwitten omzetten in melk en hoeveel er via ureum wordt afgebroken. Ook in koeienrassen zijn er verschillen. De Groninger blaarkoppen bijvoorbeeld doen het heel goed.

De koe is een productiemachine geworden. Lekker is dit niet. Voor de koe niet, want haar lever moet voortdurend hard aan het werk. En ook niet voor onze leefomgeving, want hoe meer ureum in de mest, hoe meer stikstofuitstoot. Een oerrund zou weinig ammoniak produceren. Het kan dus best minder.

Voor Nb #1 2020 schreef Bert de Jong het artikel ‘Turbostront’.