Het thema “voedseltoekomst” van Noorderbreedte is ingeleid met een stevig pleidooi voor kringlooplandbouw, lokale productie en consumptie, vanuit de gedachte dat de grootschalige productie en verwerking op afstand het Groninger Platteland leeg aan het zuigen is. De verdiensten komen niet ten goede aan de Groningers is de stelling. Deze stelling is betwistbaar. 

Ik zal proberen mijn ideeën over het ordentelijk beheren van en verantwoord oogsten uit de groene ruimte te geven. Er is genoeg ruimte voor experimenten, maar niet voor verwende consumenten, en bedillerige burgers. De link die vaak gemaakt wordt tussen een gezonde leefstijl en gezond eten vind ik wel heel erg kort door de bocht. Alsof iedereen ineens zijn levensstijl gaat aanpassen en zijn eten gezond gaat bereiden als het lokaal geproduceerd is. Onzin! Burgers die op afstand de boeren aanmoedigen om vooral ons uiterste best te doen hun behoeften te bevredigen vind ik aanmatigend. Maar natuurlijk kan iedereen meekijken en meedenken over voedsel.

Groningen kent zeer verschillende landschappen: Westerwolde, het Oldambt, Middag-Humsterland, Westerkwartier, het Hogeland, Hunsingo etcetera. Deze verscheidenheid vormt een unieke uitgangspositie ook voor het gebruik van de ruimte nu en zeker in de toekomst. Niet alles kan overal is de titel van het stikstofrapport van de commissie Remkes – en zo is het. De regierol moet weer terug naar de overheid zeker met betrekking tot de ruimtelijke ordening. De afgelopen decennia is het instrument ruimtelijke ordening bij het grofvuil gezet net als het maken van stevige keuzen met betrekking tot het faciliteren en vergunnen  van economische activiteiten. In dezelfde flow werd ook het fenomeen van de industriepolitiek tot een no go area verklaard.

De resultante van dit beleid is helaas terug te zien in een uitgehold landschap vol compromissen. Daarom hou ik een pleidooi om naast een Ecologische Hoofd Structuur (nu NNN), juist nu ook een Agrarische Hoofdstructuur in te richten, onder regie van de rijksoverheid. Het gaat over het combineren of scheiden van functies. Een Agrarische Hoofdstructuur doorbreekt de compromissen.

Deze compromissen hebben er voor gezorgd dat we in heel veel gebieden frustratielandschappen hebben zien ontwikkelen. Iedereen is ontevreden en het landschap is op veel fronten ‘verkracht’. Oneigenlijke combinaties van landbouw, natuur, woningbouw, industrie en mobiliteit zijn ontstaan door besluiteloosheid en de bestuurders hadden geen enkel idee  welke consequenties er verbonden zijn aan het toestaan van activiteiten in de groene ruimte.

Daar waar combinaties mogelijk zijn met respect voor een ieders positie hoeft dat geen enkel probleem te zijn. Het kan vaak veel beter en duidelijker zijn als men weet dat er ruimte is in de agrarische hoofdstructuur om ook grootschalig te produceren. Uiteraard met inachtneming van de grenzen met betrekking tot het milieu, dierenwelzijn, volksgezondheid en niet te vergeten hoe verdraagt een kwetsbaar landschap deze interventies.

De kleinschaligheid en de landschappelijke kwaliteit van bijvoorbeeld Middag-Humsterland, Westerwolde en het Westerkwartier geeft een heel ander perspectief dan de weidsheid en de eindeloze horizon van de Graanrepubliek, het Oldambt.

De Nederlandse Land- en Tuinbouw heeft de kwantitatieve  en de kwalitatieve grenzen bereikt en hier en daar ver overschreden. Met name de ecologische voetafdruk van de veehouderijsectoren is totaal uit zijn voegen gebarsten. Er is geen eenvoudige, algemene oplossing te vinden en voor een duurzame en gewaardeerde veehouderij die  aan veel aspecten recht doet.

Het gepolariseerd debat over de landbouw moet ge de-radicaliseerd worden. Het is tijd voor een maatschappelijke dialoog, waarin de consument deelt in het vraagstuk van duurzame agrarische sectoren en daarin ook haar verantwoordelijkheid neemt.

Op tal van plekken ontstaan creatieve ateliers van boeren, burgers, kennisinstellingen etc. die zich richten op de grote vraagstukken die op ons afkomen, zoals de energietransitie, de inrichting van een nieuwe voedselstrategie, de ruimte voor de natuur. Denk bijvoorbeeld aan het plan New Deal De Marne!!!

Er zullen radicale veranderingen en grote stappen nodig zijn. Dit vraagt visie, denkvermogen, doorzettingskracht en doorzettingsmacht met daarbij een grote mate van solidariteit. Op Europese schaal en met de enorme innovatiekracht van de Nederlandse boeren en boerinnen als troefkaart, liggen er wel degelijk enorme  kansen. Dit brengt ons een duurzaam perspectief.

Lokale productie, verwerking en consumptie kunnen een onderdeel zijn van een groter perspectief, maar nooit de vervanging zijn van datgene dat Groningen groot heeft gemaakt en groot zal houden.

Ook een mening over de drie #vrijetoukomst-plannen ten aanzien van de voedselvoorziening? Loppersummum, de nieuwe voedselmakers of Hongersnood 2028 staan beschreven in #vrijetoukomst. Stuur je mail naar vrijetoukomst@noorderbreedte.nl.