Deze mantra over het ontbreken van natuur wordt ingezet door zowel mensen die investeren in natuur in Nederland een goed idee vinden, als zij die dat verspilling vinden, ziet Mans Schepers.

De eerste groep zet in op ‘wildernisnatuur’ in Nederland en vindt geknuffel met de grutto en kruidenrijke bermen geknutsel in de marge. Murw gebeukt door steeds feller wordende discussies over wat er wel en niet mag in boerenland, grenzend aan te kleine natuurgebiedjes, geven ze grote delen van het landschap op en dromen van Serengeti-achtige polders en een Waddenzee waarin de mens geen rol speelt. Smalend kijken ze neer op de simpele ziel die blij wordt van een specht in zijn tuin, een ransuil in een conifeer, en muizenstaartje bij de dam naar het weiland. 

De andere groep trekt dezelfde lijn simpelweg wat verder door: we moeten niet eens willen inzetten op natuur hier, daarvoor is Nederland simpelweg te klein. De Serengeti heeft een oppervlakte van pakweg een derde van Nederl…