Volgens Frank Westerman wemelt onze taal van scheve beelden: wat we beestachtig noemen, is vaak gewoon typisch menselijk. Toch schuiven we dieren gedachteloos de schuld in de schoenen, hoog tijd om dat taalgebruik eens onder de loep te nemen.

Mijn Dikke Van Dale (elfde, herziene editie, 1989) zegt onder het lemma ‘beest’: redeloos dier. Het beest in de mens, zijn laagste instincten. Ik kan me hier boos over maken. Woorden als ‘beest’ en ‘beestachtig’ worden oneigenlijk gebruikt. Wat mensen de aarde en elkaar aandoen is van een ménsachtige wreedheid!

Laatst stond ik stil bij een dode mus. Althans, bij het gezegde: ‘iemand blij maken met een dode mus’. Wat een akelig dierbeeld schemert hierin door. Onze taal staat bol van de spreekwoorden en gezegdes die niet deugen. Als ik een aap was, zou ik aanstoot nemen aan de uitdrukking ‘voor aap staan’. Zonder nadenken noemen we iemand gehaaid, spinnijdig of zo dom als een gans. Stelen als de raven? Haantje- de-voorste willen zijn? Krokodillentranen huilen? Hou op, schei uit! Dit g…